mensen massa mensenmassa stad londen station underground london

‘Die mensen behoren tot een ander ras’. ‘Dat is puur racisme’. Het woord ‘ras’ mag in het alledaagse taalgebruik nog geregeld voorkomen, voor de wetenschap heeft het woord al lang afgedaan. Naar aanleiding van het debat over etnisch profileren in de geneeskunde leggen we uit waarom.

Al lang voor de ontrafeling van de genetische kaart van de mens en voor de opmars van de epigenetica waren mensen bezig om alle levende wezens in te delen volgens hun gelijkenissen en verschillen. Voor een heel lange tijd moest men het enkel doen met de uiterlijke kenmerken of het (vermeende) gedrag van levende wezens. Als het over door de mens gefokte dieren zoals honden gaat, is dat nog altijd de definitie die mensen hanteren wanneer ze het over een ras hebben. Maar wetenschappelijk bekeken is dat heel misleidend. Welke concrete uiterlijke kenmerken moet je immers nemen om alle rassen van elkaar te onderscheiden? En erger nog: welke precieze gedragskenmerken?

Dat je wezens met deze vage definitie niet systematisch van elkaar kunt onderscheiden, maakt het concept ras iets heel problematisch. Toch hebben vooral Europeanen in de geschiedenis geprobeerd om ook mensen op deze manier in raciale hokjes in te delen. Rond de eeuwwisseling van de 18de - 19de eeuw keek men vooral naar het uiterlijk. Vanaf de 19de eeuw kwam daar nog eens een grotere belangstelling voor de binnenkant van het lichaam (zoals bloedgroep of schedelinhoud) bij.

Naast het gebrek aan moderne wetenschappelijke onderzoeksmethoden gingen dergelijke onderzoeken ook vaak uit van een onwetenschappelijke vooringenomenheid. Blanken waren superieur aan zwarten, volgens de Europese kolonisatoren. De Nazi’s hadden het onder meer over het 'superieure' Arische ras en het 'inferieure' Joodse ras.

Genetica: ‘we lijken sterk op elkaar’

Met de ontrafeling van de genetische kaart van de mens weten we nu dat alle mensen genetisch voor 99,9% aan elkaar gelijk zijn. Met deze 0,1% verschil kun je wel genetische verwantschappen in kaart brengen, maar je kunt het niet gebruiken om mensen volledig genetisch te groeperen. Ok, mensen met een Europese afkomst hebben vaak een gen dat hen tolerant maakt voor lactose (ofwel suiker uit melk), net zoals Afrikanen vaak een gen hebben dat hen tegen malaria beschermt. Onlangs maakte De Kennis van Nu zelfs nog een reportage over hoe sommige mensen met een voorouder van het eiland Urk een genetische aandoening kregen die een ongeremde botgroei aan de schedel veroorzaakt.

En toch bestaan er globaal gesproken meer genetische verschillen binnen een etnische groep dan tussen mensen van verschillende etnische groepen. Mensen zijn in hun 200.000 jarige bestaan niet genoeg van elkaar afgezonderd geweest om genetisch sterk van elkaar te verschillen. En met de toenemende globalisering valt ook niet te verwachten dat dit in de toekomst anders gaat zijn.

Epigenetica: ‘ieder is juist heel divers’

Maar hoe je het ook wendt of keert, de grootste bron van biologische diversiteit tussen individuen van dezelfde soort (in het geval van de mens de homo sapiens sapiens), komt niet voort uit welke genen precies gedragen worden, maar wel uit de genen die geactiveerd worden om het organisme vorm te geven.

Genen mogen dan dragers zijn van informatie, maar dankzij de epigenetica weten we dat genen niet altijd aan staan. Daarom wordt de informatie die genen dragen niet altijd in eiwitten (ofwel de bouwstenen van het lichaam) omgezet en komen niet alle fysieke of gedragskarakteristieke kenmerken van wezens aan de oppervlakte. En hoewel ook deze epigenetische kenmerken erfelijk zijn, worden ze soms aan- en uitgezet door een complex samenspel tussen enerzijds de genen, en anderzijds de situaties uit onze leefomgeving.

Proces Geert wilders racisme openbaar ministerie

Verouderd taalgebruik met grote gevolgen

Kortom, biologisch gezien bestaan er geen menselijke rassen, maar in het dagelijks taalgebruik heeft die biologische bijklank toch altijd meer aan het woord vastgekleefd dan mogelijke sociaal-culturele verschillen tussen mensen. Voor dat laatste spreken velen daarom liever over ‘etnische groepen’. Toch komt het woord ras nog vaak in sociaal-culturele contexten voor, maar dan als bijvoeglijk naamwoord of afgeleide, zoals in ‘raciale kwesties’ of ‘racisme’.

Bovendien wordt het woord ras nog wel in juridische of politieke situaties gebruikt. In het eerste artikel van de Nederlandse grondwet staat bijvoorbeeld letterlijk dat mensen niet op basis van ras gediscrimineerd mogen worden, net zoals in artikel 137 van het Nederlandse strafwetboek. En zo kan het ook dat het Openbaar Ministerie tijdens het proces over de ‘minder minder’-uitspraak van Geert Wilders ervoor begon te pleiten dat Marokkanen een ras zijn. En dat juist met de intentie om Wilders voor racisme te laten veroordelen.