Bosbrand

Jaarlijks gaan er miljoenen hectaren natuur in rook op. Om erachter te komen waar het precies brandt, bestudeert fysisch geograaf Guido van der Werf natuurbranden vanuit de lucht. Voor zijn werk ontving hij de Ammodo KNAW Award 2017.

Waar de meeste mensen ervoor wegvluchten, zoekt fysisch geograaf Guido van der Werf van de Vrije Universiteit bosbranden juist op. ‘We rijden rond in het veld en als we een brand zien, gaan we er op af,’ vertelt hij. ‘Vervolgens vliegen we met een drone door de rookpluim en verzamelen we gegevens door luchtmonsters te nemen. Op de grond analyseren we de samenstelling van de rook. Die verschilt per brand. In Indonesië zitten bijvoorbeeld veel meer roet en fijnstof in de rook dan bij andere branden.’ Bosbranden, en de rook die erbij vrijkomt, zorgen elk jaar voor grote problemen in Indonesië en leggen in grote gebieden het leven nagenoeg stil.

Graslandbrand

Graslandbrand in Indonesië gefotografeerd met een drone.

Ontbossing

Voor zijn onderzoek gebruikt Van der Werf naast drones ook satellietbeelden en computermodellen. Zo stelt hij vast hoeveel natuurbranden er woeden en waar. Ook kijkt hij hoeveel biomassa er de lucht in gaat en kan hij daarmee een schatting maken van de bijdrage van de branden aan de CO2 uitstoot. ‘Ongeveer 5 a 10 procent van de CO2 komt van bosbranden,’ zegt Van der Werf. ‘Zijn er in een jaar meer branden, dan neemt ook de groeisnelheid van CO2 in de atmosfeer toe.’

Waar het gaat om de uitstoot van broeikasgassen, is de ene brand is de andere niet. Van der Werf: ‘de savannegebieden in Afrika staan elk jaar in brand (het is zelfs een manier van natuurbeheer), maar de uitstoot is relatief laag en wordt gecompenseerd doordat de vegetatie na de brand weer groeit en CO2 opneemt. Staat een tropisch bos in brand, dan komt er veel meer CO2 bij vrij die ook in de atmosfeer blijft.’

Van der Werf bekijkt de aarde nu twintig jaar vanuit de lucht. In die tijd heeft hij heel wat zien veranderen. ‘In Afrika is het aantal branden verminderd,’ vertelt hij. ‘Dat komt doordat er steeds meer savannelandschap verandert in landbouwgrond. In tropische bossen zie je de branden steeds verplaatsen naarmate het ontbossingsfront verder het oerwoud in gaat. Brand in tropisch bos wijst namelijk op ontbossing. Om het bos te verwijderen op moeilijk te bereiken plaatsen wordt het in brand gestoken. Is het eenmaal landbouwgebied, dan brand het niet meer.’

Klimaatmodellen

Wat Van der Werf vanuit de lucht observeert, heeft een directe link met onze consumptie en het klimaatprobleem. ‘Ontbossing wordt in Brazilië vooral gebruikt om nieuw land te creëren voor de veeteelt en het verbouwen van sojabonen. Sojabonen dienen onder meer als veevoer in Europa. In Indonesië gaat het vooral om palmolieplantages en hout voor de papierproductie. De laatste jaren heb je in de toendragebieden ook branden. Als het eenmaal begint, blijft het net zo lang smeulen tot de sneeuw komt. Zo lekt de CO2 langzaam naar de atmosfeer.’

Bosbrandatlas

De gegevens die Van der Werf verzamelt, worden gebruikt in de klimaatmodellen van het IPCC. Ze zijn echter ook voor iedereen toegankelijk in de Global Carbon Atlas en de Global Fire Emissions Database. Het zijn handige websites voor klimaatwetenschappers, maar ook voor de leek een bezoekje waard. In de Global Carbon Atlas is voor ieder jaar na 1960 de uitstoot per land opgenomen. Vrolijk word je er niet van, maar je kunt er naar hartenlust zelf kaarten en grafieken maken. Met een beetje rondklikken in de Global Fire Emissions Database zie je dat in de afgelopen twintig jaar het aantal bosbranden wereldwijd per jaar flink verschilt. West- en centraal Afrika en het noorden van Australië vallen op door de jaarlijks terugkerende branden. In onze streken is het op bosbrandgebied gelukkig een dooie boel.