natuurijs schaatsen elfstedentocht schaatser winter

Waarom moet je naar een donkere plek zwemmen als je door het ijs bent gezakt? De Kennis van nu zoekt het uit.

Hoewel het natuurijs op veel plekken nog niet dik genoeg is, weerhoudt het veel mensen niet om toch de ijzers onder te binden. Weerman Gerrit Hiemstra waarschuwde mensen nog niet het ijs op te gaan. Je loopt namelijk niet alleen het risico door het ijs te zakken, maar ook om onder het ijs terecht te komen. Dit kan gebeuren als je per ongeluk in een wak schaatst. ‘In 2011 zijn er een twee schaatsers in Zuid-Holland en Friesland verdronken omdat ze onder het ijs waren geschoven,’ vertelt Ramon Kuipers van de Koninklijke Nederlandse Schaats Bond. De KNSB raadt mensen hierom aan om naar de donkere plek te zwemmen, omdat zich daar meestal het wak bevindt. Maar waarom is dat eigenlijk? ‘Het heeft te maken met de breking van licht,’ legt natuurkundige Tjerk Oosterkamp uit.

Licht in water

Lichtstralen bewegen altijd in een rechte lijn, maar worden door het water ‘gebroken’. Een lichtstraal die schuin op het wateroppervlak komt, buigt af en gaat steiler naar beneden. ‘Daarom zal je onder water alleen de zwembadlampen kunnen zien die zich recht boven je bevinden,’ aldus Oosterkamp. Als je schuin omhoog door het water kijkt, zal je de zwembadlampen schuinboven je niet kunnen zien. Om dezelfde reden kun je meestal een wak dat zich schuin voor je bevindt ook niet zien. De lichtstralen die in het wak vallen, gaan namelijk recht naar beneden. Je ziet alleen een donker gat. Als het wak rechtboven je is, zie je het licht wel.  

Verstrooid licht

De breking van licht op ijs is anders. Oosterkamp: ‘In natuurijs zitten meestal scheuren of vastgevroren luchtbelletjes, die ervoor zorgen dat het licht verstrooid raakt’. Deze oneffenheden in het ijs zorgen ervoor dat de lichtstralen naar alle kanten weerkaatsen. Ijs ziet er dus licht uit, doordat de lichtstralen alle kanten op verspreid worden. De lichtstralen die in het wak komen, gaan daarentegen in een rechte lijn naar beneden en komen zo niet in je oog terecht. Hierdoor zie je het wak wel als een donkere plek.

Moet je dus in alle gevallen naar de donkere plek zwemmen? Nee, niet altijd. Als er veel sneeuw op het ijs ligt, wordt het licht juist tegengehouden en ziet het ijs er donkerder uit dan het wak. En als je dan eindelijk het wak hebt gevonden, hoe kom je er dan uit? ‘Probeer jezelf op dat natte ijs je maar eens uit dat wak te trekken,’ waarschuwt Oosterkamp. Zelf schaatst hij daarom op natuurijs alleen nog maar met twee priemen om z’n nek.