Libelle fossiel baltsgedrag

Drie mannelijke waterjuffers, een libellensoort, zijn ontdekt in 100 miljoen jaar oud barnsteen. Volgens de onderzoekers van de Chinese Academy of Sciences raakten de libellen gevangen in het barnsteen terwijl zij aan het pronken waren met hun grote poten om vrouwtjes te lokken. Deze vondst suggereert dat baltsgedrag bij waterjuffers al in de tijd van de dinosaurussen bestond.

100 miljoen jaar geleden zagen drie manlijke waterjuffers een mogelijke partner. Om haar te verleiden sloegen zij driftig met hun vleugels. Ook toonden de libellen hun lange en brede onderpoten. In plaats van het vrouwtje te winnen, werden zij in hun flirtpogingen bedolven onder een laag boomhars. Hierdoor veranderden deze insecten in barnstenen fossielen. Erg jammer voor de waterjuffers, maar heel interessant voor de wetenschap. Hierdoor konden de onderzoekers in het blad Scientific Reports hun conclusie publiceren dat het baltsgedrag van libellen al minstens 100 miljoen jaar oud is.

Libelle baltsgedrag fossiel

Verleiden belangrijker dan snel vliegen

De uitgestorven waterjuffers – genaamd Yijenplatycnemis huangi- werden ontdekt in Birma. Aan het fossiel is te zien dat de manlijke libellen hele lange en brede onderpoten hebben. Door de buitengewoon grote poten konden de libellen waarschijnlijk minder goed vliegen, stellen de onderzoekers. Dit toont aan dat voor deze libellensoort het verleiden van vrouwelijke waterjuffers belangrijker was dan vluchten voor een vijand. Moderne waterjuffers tonen nog steeds hun poten aan de vrouwtjes, maar de onderpoten van de huidige libel zijn wel minder groot.

Grote onderpoten zijn zowel een afschrikmiddel voor roofdieren als een verleidingsmiddel voor vrouwtjes. Dat geen van de poten van de drie fossiele waterjuffers beschadigd zijn, suggereert dat zij niet in een gewelddadig conflict verwikkeld waren. Daarom concluderen de onderzoekers dat deze pose diende om vrouwtjes te verleiden.

Oogvormige tekeningen

De poten van de fossiele libellen bevatten tekeningen: er zitten twee bruinen banden en kleine oogvormige vlekjes op deze ledematen. De vlekjes zijn te klein om als echte ogen beschouwd te worden door mogelijke roofdieren en waren daarom ook een mogelijk verleidingsmiddel voor vrouwelijke waterjuffers.