embryo

Bij embryo’s van slechts een aantal weken oud ontwikkelt de linkerkant van het ruggenmerg zich sneller dan de rechterkant. Dat hebben onder andere Nederlandse onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in een groot internationaal onderzoek vastgesteld. Daarmee lijkt de basis voor onze rechts- ofwel linkshandig een nog groter raadsel te worden. Tegelijkertijd kan de ontdekking mogelijk nieuwe inzichten geven in het risico op schizofrenie.

Waarom is dit onderzoek relevant om te ontdekken hoe rechts- en linkshandigheid bij mensen bepaald wordt? Als eerste moet je weten dat 85 tot 90 procent van de mens van kinds af aan rechtshandig is. En de rechterkant van het menselijk lichaam wordt bestuurd door een samenwerking tussen, enerzijds de linkerhelft van de hersenen, en anderzijds de rechterkant van ons ruggenmerg.

Onderzoekers weten ook dat embryo’s in de baarmoeder vanaf acht weken gemiddeld vaker met hun rechterarm dan hun linkerarm beginnen te bewegen. Maar in die vroege ontwikkelingsfase van het embryo worden er nog geen signalen van het brein naar de rest van het lichaam gestuurd. Als het dus niet de hersenen zijn, is het dan in het ruggenmerg dat we de hoofdoorzaak voor rechtshandigheid kunnen vinden? Dat wilden de onderzoekers graag te weten komen.

Een verrassend resultaat

Omdat de rechterkant van het lichaam ook door de rechterkant van ons ruggenmerg bestuurd wordt, hadden de onderzoekers aanvankelijk de hoop dat de rechterzijde van het van het ruggenmerg beter ontwikkeld zou zijn dan de linkerzijde. Maar toen ze de activiteit in de genen van het ruggenmerg van achttien embryo’s (die na abortus aan de wetenschap werden afgestaan) onderzochten, ontdekten ze dat het juist andersom was. Niet de rechterzijde, maar de linkerzijde van het ruggenmerg bleek gemiddeld beter ontwikkeld te zijn. Dat maakt de hele zoektocht naar onze handenvoorkeur dus nog ingewikkelder.

'De oorsprong van links- en rechtshandigheid is sowieso al een erg complexe zaak, zegt Carolien de Kovel, onderzoeker van het Max Planck Instituut (MPI) en eerste auteur van de studie. ‘Zelfs als onze vermoedens bevestigd werden, hadden we ook nog niet alle puzzelstukjes bij elkaar. Wanneer het embryo verder uitgroeit, beginnen de zenuwen uit het ruggenmerg contact te maken met de hersenen en kunnen er – mede door de uitwisseling van hormonen en stoffen - grote verschillen tussen mensen optreden. Daarnaast is het geen kwestie van genen alleen, maar ook van omgevingsfactoren.’

Oorzaak van schizofrenie nog niet duidelijk

Een tweede verdienste aan het onderzoek is dat het kon vaststellen dat de genen die de grootste links- en rechtsverschillen in de ontwikkeling van de ruggenmergen van de embryo’s vertoonden ook betrokken leken te zijn bij het risico op schizofrenie. De Kovel: 'In de hersenen van mensen met een diagnose van schizofrenie zien we vaak dat bepaalde hersengebieden ofwel symmetrischer ofwel asymmetrischer zijn dan van mensen die de diagnose niet hebben. Maar of de genen in het ruggenmerg er daadwerkelijk de oorzaak van zijn, is nog niet zeker. Zowel het risico tot schizofrenie als de door ons gevonden actieve genen kunnen bijvoorbeeld beide de oorzaak zijn van iets anders.’

Update: Verder is al eerder aangetoond dat er geen verband bestaat tussen schizofrenie en de neiging tot links- of rechtshandigheid.

De Kovel, C. G. F. et al. Left-right asymmetry of maturation rates in human embryonic neural development.
Biological Psychiatry,