Onze geschiedschrijving is gedeodoriseerd, verzuchtte de bekende historicus Roy Porter twintig jaar gelden. Waarmee hij wilde zeggen: we hebben geen idee meer hoe het verleden rook. Het lijkt wel of historici vanuit hun moderne opvattingen over hygiëne met een grote boog om de stank van het verleden heen lopen, vond hij. 

Maar sinds Porters verzuchting - afkomstig uit zijn voorwoord bij The foul and the fragrant, een boek dat 'geurgeschiedenis' op de kaart hielp zetten - is daar verandering in gekomen. Steeds meer historici en kunsthistorici hebben aandacht voor het belang van reukzin, en andere ‘lagere zintuigen’ als tast en smaak, in onze geschiedenis.

Caro Verbeek is een van hen. Zij doet onderzoek naar ‘olfactorisch erfgoed’, ofwel erfgoed dat je kan ruiken. Ze onderzoekt bijvoorbeeld de rol van geur in twintigste-eeuwse kunst, en probeert zelfs geuren uit het verleden te reconstrueren. Hoe rook bijvoorbeeld de slag bij Waterloo? 

Hoe dat werkt, legt ze vanavond uit in De Kennis van Nu, 19:20 op NPO 2. 

Liever zelf snuffelen? Naar aanleiding van Verbeeks onderzoek organiseert de VU een symposium en een tentoonstelling over de rol van geur in de psychologie, geschiedenis en de kunst.