Er zijn heel veel verschillende diëten

Het feit dat een groeiend aantal kinderen de diagnose dyslexie en dyscalculie krijgt, ligt niet aan de kinderen, maar is het gevolg van slecht onderwijs. Dat stellen drie hoogleraren in het AD. Met de kinderen zelf zou weinig aan de hand zijn.  

'Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat', zegt Anna Bosman, hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze doet sinds 2007 wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Als kinderen moeite hebben met lezen of rekenen, wordt de oorzaak bijna altijd bij het kind gezocht, constateert Bosman. 'We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven.'

De Groningse hoogleraar Ben Maasen constateert in de krant dat kinderen met dyslexie op school minder hoeven te lezen en te spellen, terwijl ze juist méér moeten oefenen.

Rekenblindheid

Op sommige scholen staat een op de vijf leerlingen te boek als dyslectisch, iets waar minister Bussemaker haar zorgen over uitsprak. Volgens Kees Vernooy, een autoriteit op het gebied van het leesonderwijs, is slechts 3 tot 5 procent van de leerlingen werkelijk dyslectisch. 'De rest zijn pseudo-dyslecten', zegt Vernooy in het NOS Radio 1 Journaal.  

Als er op school genoeg wordt geoefend, los je volgens deze dyslexie-expert vrijwel alle leesproblemen op. Herhalen is de meest effectieve methodiek: 'Als je zwakke leerlingen wilt helpen, zal je daar tijd in moeten steken. Kinderen verschillen vooral van elkaar in de tijd die ze nodig hebben om een goede lezer of een goede rekenaar te worden.'

Scholen moeten daar meer tijd voor inlassen, zegt Vernooy, en ouders kunnen ook meehelpen bij oefenen met lezen. Hij hekelt het gemak waarmee ouders een dyslexieverklaring kunnen krijgen.

En die betaalt zich ook nog eens uit in het voortgezet onderwijs, aldus Vernooy, omdat kinderen met zo'n verklaring meer tijd krijgen om toetsen te maken. 'Ik hoorde dat bij een examen goede kinderen te weinig tijd hadden, terwijl die andere kinderen nog een half uur door mochten gaan. Die scheve praktijk krijg je ook nog.'

Bron: NOS