Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De Appel en de Boom

Waarom wordt de een misdadiger en de ander niet? Ligt het aan de genen, of is de omgeving de oorzaak? In zijn boek ‘De appel en de boom’ geeft René Kahn een wetenschappelijk verantwoord antwoord op deze vragen: het ligt aan beide.

In 1874 werden de woorden nature en nurture voor het eerst gebruikt in de titel van een boek van de Engelse wetenschapper Sir Francis Galton. Hoogleraar psychiatrie René Kahn legt uit hoe groot de invloed van de erfelijkheid (nature) is ten opzichte van de opvoeding / omgeving (nurture) bij afwijkend gedrag.

Hij neemt daarmee het estafettestokje over van geneticus professor Hans Galjaard, die in 1994 met ‘Alle mensen zijn ongelijk’ voor het eerst een boek over genetica publiceerde dat was bestemd voor een breed publiek. Galjaard’s boek werd een heuse ‘bestseller’ mede doordat de gelijknamige serie op TV zeer goed werd bekeken. Kahn beperkt zich tot de invloed van erfelijkheid en omgeving op (afwijkend) gedrag. Zijn boek laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

In 2006 publiceerde Kahn ‘Onze Hersenen: Over de smalle grens tussen normaal en abnormaal’, gevolgd door ‘In de spreekkamer van de psychiater’ (2008) waarin hij laat zien wat psychiatrie eigenlijk inhoudt. ‘De appel de boom; waarom ben je wie je bent?’ verschilt qua stijl en opzet niet van de eerdere boeken.

Aan alles merk je dat hoogleraar psychiatrie Kahn gewend is colleges te geven die studenten ‘bij de les’ houden. In het boek richt hij zich nu en dan rechtstreeks tot de lezer met een ‘controlevraag’: heeft de lezer / toehoorder begrepen wat er in het voorgaande is betoogd? Ook is Kahn is in staat complexe materie eenvoudig uit te leggen. Een goed voorbeeld hiervan is een voetnoot waarin Kahn uitlegt hoe het komt dat in een familie alleen de mannen een bepaalde ‘afwijking’ hebben:

“Aangezien elke vrouw twee helften (allelen genoemd) van het X-chromosoom heeft, zal een eventueel defect op het X-chromosoom gecompenseerd worden door het goede allel (het is vrijwel nooit het geval dat beide allelen defect zijn). Mannen hebben echter maar één X-chromosoom (van hun moeder gekregen) en één Y-chromosoom (afkomstig van hun vader). Wanneer moeders de genetische afwijking alleen aan hun zonen doorgeven (en niet aan de dochters) dan moet het defect op het X-chromosoom liggen.”

Krimi’s en schizo’s
Daarnaast is Kahn nooit bang om grote en prikkelende vragen te stellen. Zijn eerste hoofdstuk heeft als titel ‘Waarom de een misdadiger wordt en de ander niet’. De vraag ‘is crimineel gedrag erfelijk of niet’ heeft in het verleden gezorgd voor de nodige controverse en betekende in de jaren zeventig het einde van de wetenschappelijke loopbaan van de criminoloog professor Wouter Buikhuisen.

Tegen de tijdgeest in richtte Buikhuisen zich niet op het onderzoek van omgevingsfactoren die criminaliteit zouden kunnen veroorzaken, maar op biologische verklaringen. Kahn laat aan de hand van vermaard onderzoek van het echtpaar Caspi-Moffitt zien dat niet genen, noch de omgeving, maar de wisselwerking tussen beide crimineel gedrag bepaalt. Hij doet dat volgens zijn gebruikelijke werkwijze, waarvan het hoofdstuk over de ernstige psychische aandoening schizofrenie een goed voorbeeld is.

Kahn begint het hoofdstuk bij de psychiater en psychoanalytica Frieda Fromm-Reichmann, die in 1948 een lans brak voor een psychoanalytische behandeling van schizofrenie, een aandoening die tot dan toe als ‘onbehandelbaar’ te boek stond. Fromm wees de moeder vanwege haar (onbewuste) dominante gedrag aan als hoofdoorzaak voor het ontstaan van schizofrenie. Zij baseerde deze zware aantijging op een onderzoek bij 25 gezinnen met moeders van kinderen met schizofrenie. Maar ook daarvoor waren al (kleine) studies gedaan die eenzelfde uitkomst hadden.

Kahn laat zien dat deze studies oorzaak en gevolg door elkaar hebben gehaald: de gezinnen werden onderzocht nadat de diagnose schizofrenie was gesteld. Dan is niet meer na te gaan of de moeder overbeschermend is geworden vanwege de ziekte van haar kind, of dat ze het al was vóórdat haar kind ziek werd. Het eerste bleek het geval. Geen invloed van de omgeving (de moeder in dit geval) dus? Dan maar kijken naar de genen.

DISC1-gen
Het ‘Disrupted in Schizophrenia 1-gen’ werd ontdekt door families met afwijkingen van de chromosomen (dragers van de erfelijk eigenschappen) nauwkeurig in kaart te brengen. Het ging om families waar zowel genetische veranderingen als psychiatrische ziekten welig tierden, waarbij werd getracht een koppeling tussen beide te maken. Uiteindelijk bleek slechts één familie ‘geschikt’: vijf van hen leden aan schizofrenie, zes aan ernstige depressies en drie aan angststoornissen. De individuen met een ernstige psychische aandoening hadden allemaal een translocatie (mutatie van erfelijk materiaal) op chromosoom I.

Het betrokken gen werd het DISC1-genoemd en bleek verantwoordelijk voor het organiseren van de samenhang tussen de verschillende zenuwbanen in het brein. Wanneer dit proces (dat al op jonge leeftijd begint) wordt verstoord kan dit leiden tot schizofrenie doordat de verbindingen foutief worden aangelegd. Inmiddels is een tiental andere genen geïdentificeerd die de kans op schizofrenie verhogen. Einde verhaal, zou je zeggen: geen omgevingsinvloed, louter genetisch voorbeschikt. Maar Kahn laat hier, maar ook in de andere hoofdstukken, zien dat het allemaal niet zo eenvoudig ligt.

Blow je gek!
De eerste aanwijzingen dat het gebruik van cannabis de kans op het ontstaan van schizofrenie verhoogt komen uit een groot Zweeds onderzoek dat in 1987 werd gepubliceerd. De bevestiging van die aanwijzingen kwam van eigen bodem, namelijk uit de academische centra van Amsterdam, Groningen, Maastricht en Utrecht. De zogenaamde GROUP-studie loopt nog steeds en volgt nu meer dan 1000 patiënten, 1000 van hun broers en zussen en evenveel gezonde personen over een periode van minimaal tien jaar. Naast allerlei andere factoren wordt ook het cannabisgebruik gemeten.

Het zal geen verbazing wekken dat er een genvariant werd gevonden die, wanneer de functie hiervan verminderd is, ervoor zorgt dat het gebruik van cannabis een cascade in werking zet die leidt tot het optreden van schizofrenie. In de meeste gevallen kan het roken van een jointje geen kwaad, maar in deze sporadische gevallen wel. Het roken van een joint (omgeving; nurture) kan dus samen met de ‘verkeerde’ genvariant (nature) zorgen voor een ernstige ziekte.

Naast criminaliteit en schizofrenie behandelt Kahn de onderwerpen absoluut gehoor (als voorbeeld om het verschil tussen erfelijkheid en omgeving te verduidelijken), verslaving, intelligentie, impulsiviteit en stress. Iedere keer benadrukt hij de wisselwerking tussen omgeving en erfelijkheid en toont deze ook overtuigend aan.

Leuk is dat de door Kahn aangedragen onderzoeken en voorbeelden soms leiden tot onverwachte conclusies: zo is samenwonen op zich al een variabele die de kans op dementie met een factor drie verkleint. En ook dragers van risico-genen voor Alzheimer zijn niet gedoemd: ‘Genen zijn geen noodlot’, zo houdt Kahn ons voor. Een drager van de genetische variatie die het risico op dementie verhoogt, kan dat risico met lichaamsbeweging sterk verlagen.

Schoffelen
Kahn is, net als veel andere schrijvers van populair-wetenschappelijke boeken, niet bang om een ‘gok’ te wagen in welke richting hij denkt dat de resultaten van onderzoek zullen wijzen. Hij tekent daarbij terecht steeds weer aan dat er weliswaar ‘aanwijzingen’ zijn, maar dat die nog wel verder onderzocht moeten worden om tot een harde conclusie te komen. Hij is ook niet bang om de implicaties van zijn betoog voor de praktijk op te sommen.

Dat gaat niet altijd goed: de aanbeveling om consultatiebureaus in te zetten bij de vroege signalering van kindermishandeling om criminaliteit op latere leeftijd te voorkomen is al praktijk. Maar de aanbeveling om de leeftijd waarop wordt begonnen met roken, drinken en blowen fors op te schroeven door er meer belasting over te heffen zal sommigen de oren doen spitsen.

Datzelfde geldt voor het pleidooi om het onderwijs veel meer te differentiëren zodat het beter aansluit bij het individuele intelligentiepeil. Maar alle partijen zullen het erover eens zijn dat het zo vroeg mogelijk starten met lichamelijke beweging - het wekelijks aanharken van de tuin - om dementie te voorkomen een goed plan is. Dan valt het ook te billijken dat – om het geheugen te trainen? - de index ontbreekt.

Titel: De appel en de boom – Waarom ben je wie je bent? Is dat aanleg of opvoeding?
Auteur: René Kahn
Uitgever: Balans, 2011
paperback, 255 pagina's, 18,95 euro
ISBN: 9789460032950