Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
slapen in hangmat

Het lijkt erop dat angsten kunnen worden gewist terwijl je slaapt. Via een soort blootstellingstherapie; maar dan net even anders.

Angsten of nare herinneringen wissen: soms zou het erg fijn zijn als dat kon. Voor proefdieren zoals ratten zijn al vaker succesvolle geheugen-wis-behandelingen ontwikkeld. Drie weken geleden schreven we hier over een van de eerste successen bij mensen. Toen ging het om het wissen van nare herinneringen met behulp van elektroshocktherapie. En nu is er alweer een nieuwe methode gepubliceerd: angsten lijken te kunnen worden gewist terwijl je slaapt.

In Nature Neuroscience viel zondag te lezen hoe dit werkt. En groepje Amerikaanse neurologen, onder leiding van Jay Gottfried, stelde vijftien proefpersonen bloot aan een serie foto’s van gezichten. Bij elk gezicht kregen de proefpersonen ook een specifieke geur te ruiken. En bij sommige van die combinaties van gezichten en geuren, kregen zij stroomstootjes toegediend. Na een tijdje lokte alleen al het zien van zo’n gezicht of het ruiken van de bijbehorende geur een angstreactie op bij de deelnemers. De onderzoekers stelden deze reacties van met behulp van huidmetingen – onder invloed van stress verandert de weerstand van je huid – en hersenscans.

Toen de proefpersonen hadden geleerd bepaalde gezichten en geuren te vrezen, moesten zij een dutje doen. En terwijl zij sliepen, stelden de onderzoekers hen opnieuw bloot aan de angstopwekkende geuren. Maar nu zonder dat er stroomstootjes werden uitgedeeld of iets anders naars gebeurde. Na het dutje en de geurblootstelling bleek de angstreactie van de deelnemers sterk vermindert.

Hoe dat kan? Tijdens je slaap worden gebeurtenissen in je hersenen herbeleefd. Doordat een herinnering steeds weer even opvlamt in je hersenen, wordt hij vastgelegd. Maar dit proces is te manipuleren. Door de proefpersonen in hun slaap opnieuw bloot te stellen aan de geur, herbeleefden zij de bijbehorende vervelende gebeurtenis. Alleen gebeurde er nu niets. Langzaamaan, naarmate de gebeurtenis steeds vaker werd herbeleefd en er steeds vaker niets gebeurde, nam de stressreactie van de deelnemers af. En omdat de geur eerder sterk was gekoppeld aan een foto van een gezicht, wekte toen de proefpersonen eenmaal wakker waren ook de foto’s geen angstreactie meer op. In het onderzoeksartikel schrijft Gottfried dat de hersenen van de deelnemers waarschijnlijk een nieuwe herinnering hadden aangemaakt. Waarbij de geur en het eraan gekoppelde gezicht werden vastgelegd als ‘niet gevaarlijk’.

Ter controle herhaalde het team de proef met vijftien andere proefpersonen, die dit keer geen dutje moesten doen, maar een neutrale documentaire moesten kijken. Tijdens het kijken kregen zij de geuren te ruiken die ze eerder hadden leren vrezen. Maar dit bleek nauwelijks effect te hebben. Deze proefpersonen bleven na de film een duidelijke stressreactie tonen als ze de ‘slechte’ geur of het bijbehorende gezicht te zien kregen. Slaap, en het proces van vastleggen van herinneringen tijdens de slaap, lijkt dus cruciaal.

In feite komt het onderzoek van Gottfried neer op een variant op de klassieke blootstellingstherapie. Waarbij iemand van een angst wordt afgeholpen, door diegene in stapjes te confronteren met datgene waar hij of zij bang voor is. Terwijl er niets vervelend gebeurt. Door dit te doen tijdens iemands slaap, verloopt dit proces blijkbaar sneller dan normaal.

De door de Amerikanen ontwikkelde therapie zou bijvoorbeeld in praktijk kunnen worden toegepast door mensen eerst een angst te laten associëren met een bepaalde geur. Bijvoorbeeld door de angst verschillende malen bewust op te roepen, en tegelijk een specifieke geur te laten ruiken. Daarna kan de gekoppelde angst mogelijk worden gewist via de blootstelling aan de geur tijdens iemands slaap. Of dit inderdaad mogelijk, is zal verder moeten worden onderzocht. Net als het sowieso nuttig is om dit onderzoek nog eens te herhalen. Want al vonden Gottfried en zijn team duidelijke resultaten; vijftien proefpersonen is niet veel.