Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Bestuurder met smartphone

De grootste studie tot nu toe van natuurlijk rijgedrag laat zien dat automobilisten maar liefst vijftig procent van de tijd bezig zijn met activiteiten die afleiden van de rijsituatie. En dat verdubbelt de kans op ongelukken.

Een groot Amerikaans onderzoek rafelt de risicofactoren op auto-ongelukken uit elkaar. Het is deze week gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Het unieke van de studie is dat zij geheel is gebaseerd op beelden en andere data uit auto’s die daadwerkelijk bij een ongeluk betrokken waren. 3500 Amerikanen gaven tussen 2011 en 2013 toestemming voor het ophangen van camera’s en andere sensoren in hun auto. Deze verzamelden continu gegevens over onder andere snelheid, versnelling, GPS-positie, maar ook waar de ogen tijdens het rijden naar kijken en wat mensen tijdens het rijden echt aan het doen zijn. Deze natuurlijke data maken een analyse van de risicofactoren op een auto-ongeluk betrouwbaarder dan analyses uit politierapporten of rijsimulatoren en analyses uit zelfrapportage van automobilisten.

Menselijke fouten bijna altijd de oorzaak

Op basis van 905 ongelukken die in die drie jaar plaatsvonden hebben de onderzoekers alle mogelijke oorzaken ontrafeld en daar de risicofactoren van berekend. Negentig procent van de ongelukken ontstaat door menselijke fouten (verkeerde beoordelingen, te snel of agressief rijden, brein onder invloed of afleidingen) en niet door mechanische defecten of een defect van het wegdek. Dit is iets lager dan eerdere schattingen van 94%. 

Veel opvallender is dat bij zeventig procent van de ongelukken afleiding op een of andere manier een rol speelt en dat bestuurders maar liefst vijftig procent van de rijtijd afgeleid zijn. Dat kan op velerlei manieren: gebruik van mobiele telefoon, bedienen van een paneel in de auto, praten met een mede-passagier, lezen, schrijven, eten, drinken of gewoon iets pakken in de auto.

Touchscreen nog gevaarlijker dan mobiel

Meest interessant is dat bestuurders zes procent van de tijd met hun mobiele telefoon bezig zijn, wat de kans op een ongeluk met een factor 3,6 vergroot. Juist omdat in de afgelopen jaren de mobiele telefoon steeds vaker wordt gebruikt voor andere dingen dan bellen, zoals sms-en, mail checken of het web raadplegen, is het van belang te weten hoe bestuurders de telefoon daadwerkelijk in de auto gebruiken, in plaats van af te gaan op wat ze zelf rapporteren. Het bedienen van een touchscreen in de auto leverde trouwens een 4,6 maal zo grote kans op een ongeluk op. 

Hoewel het praten met medepassagiers het vaakst voorkomt als afleiding, levert dit van alle afleidingen het minste risico op een ongeluk. Waarschijnlijk komt dit omdat de medepassagier zich bewust is van de rijsituatie en daardoor de complexiteit en het tempo van gesprek aanpast. Dit in tegenstelling tot een telefonisch gesprek, waarbij de gesprekspartner zich niet bewust is van de rijsituatie en vaak de geluidskwaliteit ook nog eens slechter is. Uit eerder onderzoek bleek al dat handsfree bellen net zulke negatieve effecten op het autorijden heeft als handheld bellen. Bellen, of het nu handsfree of handheld is, verplaatst de aandacht van rijtaak naar gesprek waardoor de reactietijd die nodig is om in te grijpen wanneer dat nodig is toeneemt.

Nog gevaarlijker: emoties

Een geheel nieuwe bevinding uit het Amerikaanse onderzoek is dat bestuurders die overduidelijk emotioneel waren (boos, droevig, huilend) een tienmaal zo grote kans op een ongeluk hadden. Alleen komt dit maar weinig voor: 0,22 procent van de in het onderzoek gemeten rijtijd. Tenslotte blijkt de aanwezigheid van een klein kind op de achterbank juist een beschermend effect te hebben. Kennelijk zijn bestuurders voorzichtiger met een kind in de auto.

Thomas Dingus et al, 'Driver risk factors and prevalence evaluation using naturalistic driving data', PNAS, 22 februari 2016.