Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
VUB Vrije Universiteit Brussel

Twee weken geleden trok de Vrije Universiteit Brussel (VUB) naar de beurs om obligaties uit te geven. Een novum voor een Europese universiteit, maar misschien niet voor lang: afgelopen week kondigde ook de Universiteit Gent aan een obligatie-uitgifte te overwegen. De stap naar de beurs baarde opzien, maar volgens financieel geograaf Reijer Hendrikse zijn de financiële verplichtingen die Nederlandse universiteiten aangaan met banken zorgwekkender.

De Vrije Universiteit Brussel haalde 30 oktober met een uitgifte van obligaties ruim 61,5 miljoen euro op om vastgoedprojecten te financieren. De VUB committeert zich met de obligaties aan leningen van 15 en 20 jaar, met een vastgestelde rentes van respectievelijk 1,4% en 1,6%.

Het besluit komt voort uit hoge geldnood: de universiteit kampt al zeven jaar met bezuinigingen vanuit de overheid. In een gesprek met De Kennis van Nu Radio lichtte Paul De Knop de obligatie-uitgifte toe: ‘Om u een idee te geven: wij krijgen voor drie campussen 3,5 miljoen euro van de overheid. Wij hebben drie keer zo veel nodig om het bestaande gebouwenpark in stand te houden, laat staan te renoveren of uit te breiden.’ Sinds de jaren ’70 is het aantal studenten van 5.500 gegroeid tot 13.000, terwijl het aantal universiteitsgebouwen bijna gelijk bleef.

Beurs of bank?
In België klonk ook kritiek op de obligatie-uitgifte. Oliver Goessens, voorzitter van de jongerenbeweging van de Belgische communistische partij, schreef in Knack dat met de beursnotering van de VUB ‘een drempel [is] overschreden in de privatisering van ons onderwijs.’ Maar volgens financieel geograaf Reijer Hendrikse van de Universiteit van Amsterdam is de obligatie-uitgifte gezien het feit dat universiteiten niet bij de overheid terecht kunnen voor geld een verstandige keuze. ‘Het is een verdere normalisering van marktfinanciering van publieke diensten, maar de financiering lijkt relatief goedkoop vergeleken met leningen die Nederlandse universiteiten bij banken betrekken.’

Ook Nederlandse universiteiten kampen namelijk met geldtekorten die voorkomen uit een combinatie van stijgende vastgoedkosten en dalende overheidssubsidies. In de jaren ’90 werd in Nederland het eigendom van universiteitsgebouwen door de overheid overgeheveld aan de universiteiten, op voorwaarde dat zij ook de financiële verantwoordelijkheid voor onderhoud, vervanging en uitbreiding zouden overnemen. Aangezien de overheidssubsidies daarvoor niet toereikend zijn klopten Nederlandse universiteiten jaren geleden al aan bij de banken voor leningen.

‘Zo hebben universiteiten ingewikkelde financiële producten aangeschaft zoals derivaten waarmee ze enorm het schip in kunnen gaan,’ aldus Hendrikse. ‘De banken ontwikkelen financieringsconstructies die vaak veel duurder en meer diffuus zijn dan standaard obligaties.’ Zo voorspelt Hendrikse dat zijn eigen universiteit, de UvA, in 2018 met een schuld van minstens een half miljard euro zal kampen. De UvA betwist deze cijfers. Begin december zal een commissie die op dit ogenblik onderzoek doet naar de financiële situatie bij de UvA waarschijnlijkheid helderheid scheppen met een rapport. 

Hoewel een rector op de beursvloer op het eerste gezicht zorgwekkender lijkt dan een rector die bij de bank aanklopt, meent Hendrikse dus dat de Belgische aanpak minder risico’s kent. 

Een korte rondvraag bij de Nederlandse universiteiten leverde weinig enthousiasme op voor de beurs. 'Het is een vraagstuk dat helemaal niet aan de orde is op dit moment en naar verwachting ook niet snel actueel zal worden', stelt bijvoorbeeld woordvoerder Simon Vink van Wageningen University. 

Luister hier naar het complete item met Hendrikse en de Knop over de obligatie-uitgifte van het VUB en de financialisering van Nederlandse universiteiten.