Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Tempel van Apollo in Korinthe

Een bericht in de media over een gebeurtenis ver weg, de crisis in Griekenland, de Arabische lente of IS, zorgt ervoor dat we negatiever oordelen over bevolkingsgroepen in Nederland. Tenminste, als het een bericht is dat dreigend overkomt, bijvoorbeeld als we lezen over terrorisme of de crisis in Griekenland die ons ook in onze eigen portemonnee kan raken.

In het geval van de crisis in Griekenland kijken autochtone Nederlanders niet alleen negatiever aan tegen Grieken, maar worden ook Marokkanen en Turken in Nederland negatiever beoordeeld. Dat concludeert promovendus sociale psychologie Thijs Bouman aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'Mensen lijken deze groepen met de Grieken te associëren, bijvoorbeeld omdat zij dezelfde stereotypen hebben over deze groepen, waardoor zij hun negatieve reactie naar deze groepen generaliseren', aldus Bouman.

Voor zijn onderzoek ondervroeg Bouman alleen autochtone Nederlanders. Hij vroeg ze onder andere om verschillende krantenberichten te lezen. Was het artikel neutraal en feitelijk, dan was er niet veel aan de hand. Maar bij een dreigende ondertoon, staken negatieve oordelen de kop op. 'De verre situatie kan bijvoorbeeld als bedreigend worden ervaren omdat mensen de groepen daar als “anders” dan Nederlanders zien, of doordat de verre situatie de (wereldwijde) economie of veiligheid zou kunnen bedreigen.'

Een positief bericht over een ver land wordt helaas niet op landgenoten betrokken. Bijvoorbeeld berichten over meer democratie in Egypte, ten tijde van de Arabische lente, geven een positief oordeel over de Egyptenaren daar, maar heeft weinig invloed op oordelen over bevolkingsgroepen hier in Nederland.

Maar berichten over terrorisme of Islamitische Staat veroorzaken wel dat autochtone Nederlanders negatiever worden tegenover Turkse en Marokkaanse landgenoten. Ook al gaan beide berichten over hetzelfde verre land, zo stelt Bouman in zijn proefschrift.

De grootte van de effecten en het aantal groepen waarnaar deze generalisaties optreden verrasten Bouman. Heeft hij ook aanbevelingen hoe dit effect valt tegen te gaan? 'Wat niet helpt is de continue herhaling van negatieve berichten, zoals nu het geval is van de crisis in Griekenland.

Wat wel helpt is om meer details te geven, het scenario specifieker te maken, waardoor mensen minder snel kunnen generaliseren. Noem bijvoorbeeld bij een bericht over Islamitische Staat niet herhaaldelijk het woord “moslims”. Zorg daarnaast dat er geen associatie wordt gelegd met stereotype persoonskenmerken van een groep (lui, onwelwillend) en een dreiging.' Beter is het om dan de dreiging toe te schrijven aan een institutie, zoals bijvoorbeeld het falen van banken. Al met al moet de media en de politiek oppassen met veralgemeniserende opmerkingen en het beter zo feitelijk en gedetailleerd mogelijk houden.

Er zijn nog genoeg zaken niet onderzocht in de studie van Bouman. ‘Ik zou graag weten hoe bijvoorbeeld Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse afkomst reageren op deze berichten. Ook lijkt het mij interessant om te onderzoek of deze negatieve gevoelens ook negatief gedrag naar deze bevolkingsgroepen veroorzaken.’

Bouman verwacht in januari te promoveren op zijn onderzoek. Hij verdedigt dan zijn proefschrift aan de Rijksuniversiteit Groningen.