Knooppunten

Jaarlijks neemt de douane tonnen ivoor in beslag. In 2013 in totaal 51 ton, wat staat voor ongeveer 50.000 olifanten. Het zijn ook steeds vaker grote partijen, wat wijst op georganiseerde misdaad. Met behulp van in beslag genomen ivoor kunnen smokkelroutes in kaart gebracht geworden. In de documentaire Warlords of Ivory, zondag te zien op National Geographic, volgt onderzoeksjournalist Bryan Christy de route van de ivoorhandel met behulp van met gps-zenders uitgeruste nep-slagtanden.

Het blijkt belangrijk de knooppunten in het smokkelnetwerk te kennen. Zo duikt veel ivoor op in het Afrikaanse land Togo en kan de douane daar extra opletten. Maar het ivoor komt daar niet vandaan. Om het hele netwerk achter de smokkel aan te pakken is het van belang dat je precies weet waar de olifanten gestroopt worden. Het dna-onderzoek van Wasser komt daarbij handig van pas.

Sinds 2013 zijn landen verplicht om van elke vangst van meer dan een halve ton ivoor dna-monsters te nemen. Het lab van Wasser vergeleek voor het onderzoek, dat deze zomer in Science gepubliceerd werd, dna-monsters van in beslag genomen ivoor met dna uit olifantenpoep uit verschillende natuurreservaten in Afrika. Dna bevat op sommige plaatsen in het genoom willekeurige stukjes code die een aantal keren herhaald worden. Wasser: ‘Hoe vaak deze willekeurige code zich herhaalt, kan tussen groepen individuen van een soort wat verschillen. Zo kun je olifanten-dna van groepen olifanten in een gebied in Tanzania onderscheiden van olifanten-dna afkomstig uit een reservaat in Mozambique.’ Zo kun je erachter komen waar een stuk ivoor vandaan komt.

De Amerikaanse bioloog kwam op het idee om dna uit olifantenpoep te isoleren doordat hij in de jaren tachtig naarstig op zoek was naar een manier om de hormoonspiegels van bavianen te meten, zonder de dieren te hoeven vangen. Hij ontdekte dat hij deze informatie gewoon uit de uitwerpselen van de apen kon halen. Toen hij in het Selous-reservaat in Tanzania apenpoep verzamelde, kwam hij vaak stropers en dode olifanten tegen. Wasser realiseerde zich dat voor dit probleem poep weer de uitkomst kon bieden: door dna uit olifantenmest te isoleren, zou hij een genetische kaart kunnen maken van de olifantenpopulatie op het continent, om de bron van het ivoor te kunnen opsporen. ‘Door mijn werk in Afrika kende ik genoeg mensen die in de nationale parken monsters konden nemen,’ aldus Wasser.

Het traceren van ivoor met de dna-kaart kan helpen snel de nieuwe favoriete jachtterreinen van stropers te lokaliseren, denkt Wasser. ‘Met ons onderzoek halen we de chaos uit het systeem.’ De methode kan voor de bescherming van allerlei soorten ingezet worden. Je hebt dan wel voldoende dna-monsters nodig. Net zoals bij olifanten kun je die verkrijgen uit poep. Duitse onderzoekers brachten op deze manier al de verspreiding van Europese wolven in kaart. Doordat poep van wilde dieren verspreid kan zijn over grote gebieden, stelt Wasser voor speurhonden in te zetten om de uitwerpselen snel te kunnen verzamelen.

Het onderzoek van Samuel Wasser leverde nu al twee ‘hotspots’ van olifantenstroperij op: het Selous-reservaat in Tanzania en het Niassa-reservaat in Mozambique. Dit kan helpen om het probleem gericht aan te pakken. Maar stropers verplaatsen zich. Ze kiezen de plekken waar de meeste olifanten zitten, waar de controle het meest laks is en de corruptie hoog. Van der Hoeven: ‘Het is een soort waterbed, je duwt aan de ene kant en het duikt ergens anders op. Maar dat betekent niet dat je het niet moet doen, je moet blijven zeggen: ik zit achter je aan en ik zal altijd op je blijven jagen.’

Wasser denkt dat deze jacht nog lang kan duren: ‘Het is al jaren bekend dat Tanzania de grootste hotspot is voor ivoorstroperij. Hoe krijgen ze het voor elkaar om, ondanks al die aandacht, zulke gigantische hoeveelheden ivoor het land uit te smokkelen? Hoe kunnen we omgaan met zo veel corruptie?’

Nat Geo Special: Warlords of Ivory
Zondag 13 september, 21.00 uur, National Geographic.