Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
eenzaam meisje

Eenzaamheid komt bij 30 procent van de Nederlanders voor. Bij jongeren ligt dit percentage nog iets hoger: met name in de overgangsfase van middelbare school naar studie zijn veel jongeren eenzaam. Is dat erg? Meestal niet. Het is juist heel nuttig voor je ontwikkeling. En het gaat meestal vanzelf weer over.

Daar sta je dan, in je nieuwe kamer. De Ikea is leeggekocht, het laatste stof is opgezogen, je ouders hebben een bloemetje op de tafel gezet en zijn weg. Je bent alleen. Morgen beginnen je colleges, en je kent nog niemand. Je moet nieuwe vrienden maken, maar dat is zo makkelijk nog niet. Een gevoel van leegte bekruipt je. Ben je hier wel klaar voor?

Eenzaamheid komt overal voor

Bij eenzaamheid denken mensen vaak het eerst aan oudere mensen die alleen in een verzorgingstehuis zitten, verstoken van contact met familie en vrienden. Toch komt eenzaamheid bij mensen van alle leeftijden voor. Zoals bij jongeren. Zij zijn zelfs vaker eenzaam dan mensen van 65 jaar en ouder, laten cijfers van het RIVM zien. Zeker als scholieren eindexamen hebben gedaan en gaan studeren, ervaren jongeren eenzaamheid. Ze verhuizen naar een andere stad, moeten nieuwe vrienden maken, raken hun oude netwerk kwijt en gaan een onzekere tijd tegemoet met een nieuwe studie en een nieuw leven.

‘Je bent zoekende, en dat laat mensen zich eenzaam voelen,’ bevestigt Eric Schoenmakers, docent Toegepaste Gerontologie op de Fontys hogeschool in Eindhoven. Schoenmakers promoveerde op het onderwerp eenzaamheid. Naarmate hij zich er meer in verdiepte, kwam hij erachter hoe complex het is. ‘We denken vaak dat eenzaamheid een kwestie is van niet genoeg contact hebben. Maar dat is niet zo: mensen missen specifieke relaties, missen aansluiting bij een bepaalde groep of een bepaald persoon.’

Stimulerende prikkel

Eenzaamheid voelt dus ook voor iedereen anders, hoewel het voor allen een negatieve ervaring is. Volgens Schoenmakers gaat dus ook niemand op precies dezelfde manier met eenzaamheid om. ‘Ik kan twee dagen thuis werken en me eenzaam voelen omdat ik mijn collega’s niet zie. Een ander zou dan zeggen dat hij zijn collega’s mist, maar het niet bestempelen als eenzaamheid.’ Een voordeel daarvan is dat de meeste eenzame periodes vanzelf weer overgaan. Het geeft namelijk vaak een stimulerende prikkel om dingen anders aan te pakken.

Dat geldt ook voor eenzame studenten. Schoenmakers: ‘Er zit een gat tussen je wensen en de werkelijkheid, en de kunst is het gat te dichten. Als dat lukt heb je je leven weer op de rails gekregen en is die eenzaamheid zelfs functioneel geweest.’ Studenten die kampen met eenzaamheid hebben verschillende opties. Ten eerste kunnen ze zeker in het begin vaak naar het ouderlijk huis terugkeren en afspreken met hun vrienden van de middelbare school. Op een gegeven moment kun je dan nagaan wát je precies mist en proberen deze relaties op te bouwen in je nieuwe stad. ‘Het wordt lastiger als je verwacht elke avond met je ouders – of ouderfiguren – te eten, maar als dat zo is, moet je misschien ook je verwachtingen bijstellen,’ aldus Schoenmakers.

Structureel eenzaam

Dat is precies de tweede mogelijkheid: je eigen verwachtingen rondom relaties kritisch onder de loep nemen en bekijken of ze überhaupt haalbaar zijn. Een laatste optie is van tijdelijke aard. Je kunt altijd je kop in het zand steken door tijdelijk iets anders te gaan doen. Een boek lezen, een serie op Netflix kijken, of studeren.

Uit de cijfers van het RIVM blijkt dat de eenzaamheid van studenten ook weer overgaat: vanaf 25 jaar stabiliseert het eenzaamheidsniveau zich weer tot 30 procent. Voor een kleine groep mensen is eenzaamheid een structureel probleem. ‘Op zo’n moment wordt eenzaam zijn echt vervelend,’ zegt Schoenmakers. ‘Dan kunnen er ook allerlei psychische en fysieke gevolgen bij komen.’ Die gevolgen uiten zich in eerste instantie doordat mensen zich meer terugtrekken en hun sociale vaardigheden minder goed aan kunnen spreken. Bij langdurige eenzaamheid raken ook bepaalde processen in de hersenen mogelijk verstoord. Mensen vinden het dan ook echt niet meer leuk om sociale interacties aan te gaan, waardoor ze in een vicieuze cirkel belanden. Schoenmakers: ‘Om de hersenen weer normaal te laten functioneren, moet je het oude gedrag vertonen, maar dat wil je dan niet meer.’

Hulp is vaak niet nodig

Toch hoeven eerstejaars studenten niet bang te zijn voor een periode van eenzaamheid. Schoenmakers denkt dat mensen op lange termijn er zelfs beter van worden als ze een tijdje eenzaam zijn. ‘Het daagt je uit om nieuwe dingen te doen en te groeien. Uiteindelijk ben je blij dat je je hebt ontwikkeld.’ De eenzaamheid gaat vaak vanzelf over: studenten hoeven dus niet meteen hulp te zoeken als het even tegenzit.

Mocht je merken dat het echt niet goed gaat, dan kan hulp wel een uitkomst zijn. Hoe je geholpen kunt worden, hangt af van jouw wensen. Juist omdat eenzaamheid zo’n persoonlijke ervaring is, moet je zelf bepalen waar jij behoefte aan hebt. En dat kunnen je ouders, docenten of een psycholoog zijn, maar ook je studentenvereniging of werkgroepsgenoten.