Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
taal

Hoe bepaalt taal ons denken? Lera Boroditsky deed veldwerk en experimenten om daar inzicht in te krijgen. Het blijkt taalafhankelijk of de toekomst voor je ligt, en of je een linker- en een rechterhand hebt.

‘Ik spreek Indonesisch, en in die taal kun je makkelijk over een persoon praten zonder het geslacht te benoemen. Op een keer had ik een gesprek met een Indonesische over iemand die ik had ontmoet. Ze stelde me allerlei vragen, en ik vertelde van alles, maar pas bij vraag 21 zei ze: “Was het een man of een vrouw?“ Zou ze echt al die tijd die persoon in gedachten gehad hebben, zonder aan een geslacht te denken? Is dat mogelijk?‘

Volgens Lera Boroditsky, taalonderzoekster aan de universiteit van San Diego, is het nog een open vraag of een taal met weinig geslachtsaanduidingen er ook voor zorgt dat die sprekers minder belang hechten aan het man-vrouwonderscheid. In een interview via Skype vertelt ze dat het verrassend moeilijk is om erachter te komen hoe taal iemands denken beïnvloedt, als je via diezelfde taal met iemand moet communiceren. Ze citeert George Bernard Shaw: “Het grote probleem van communicatie is de illusie dat die heeft plaatsgevonden.”
Boroditsky: ‘Daarom proberen we altijd een niet-talige taak te bedenken, die we laten uitvoeren door sprekers van verschillende talen.’

Noord, zuid, oost en west óf rechts en links?

Een inmiddels bekend voorbeeld is haar onderzoek bij een Aboriginalstam in Noord-Australië, de Kuuk Thaayorre. Die blijken altijd en overal, ook binnenshuis, te weten in welke richting noord, zuid, oost en west liggen. Als Boroditsky college geeft aan Harvard of Princeton, vraagt ze soms aan studenten om met de ogen dicht het noorden aan te wijzen. De meesten hebben dan geen flauw idee. De Kuuk Thaayorre zijn hier veel beter in, stelt ze, omdat hun taal geen aanduidingen voor links en rechts heeft. Ook op hun eettafel liggen voorwerpen ten oosten of ten westen van het bord, niet links of rechts ervan.

Het ligt voor de hand om te denken dat deze (in onze ogen) eigenaardigheid van de taal een product is van hun geschiedenis: nomadische jagers-verzamelaars moesten zich immers altijd kunnen oriënteren. De verkeerde kant op lopen was in hun leefomgeving al gauw fataal. Maar meer dan een veronderstelling is dit niet. Boroditsky: ‘Veel eigenschappen van taal zijn slechts grillen van de geschiedenis.’ 

Fascinerend is dat de Kuuk Thaayorre ook de tijd anders ordenen: als ze een setje foto’s, bijvoorbeeld van een opgroeiend kind, in tijdsvolgorde moeten leggen, doen ze dit van oost naar west. Dat wil zeggen: van links naar rechts als ze met hun gezicht naar het zuiden zitten, van rechts naar links als ze naar het noorden kijken. Mogelijk volgt hun tijdsverloop de dagelijkse beweging van de zon langs de hemel.

Hoe je moedertaal je blik op de wereld beinvloedt

De theorie dat taal onze cognitieve mogelijkheden bepaalt, gaat eeuwen terug. Duitse zowel als Franse intellectuelen hebben ooit geclaimd dat hun taal superieur was om diepe gedachten in uit te drukken. Nog steeds wordt beweerd dat het gedachtengoed van sommige filosofen onvertaalbaar is, en slechts in de originele taal begrepen kan worden. Dit ‘linguistisch relativisme’ was in de jaren dertig populair, maar dolf later min of meer het onderspit tegen de visie van Noam Chomsky dat taal universeel is, en dat er zelfs een universele, aangeboren grammatica bestaat.

De experimenten van Boroditsky en bijvoorbeeld ook taalkundigen op het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek in Nijmegen ondersteunen een gematigd linguïstisch relativisme. De eigenaardigheden van je moedertaal beïnvloeden de manier waarop je de wereld ervaart, maar maken je niet blind voor andere mogelijkheden. Als je bijvoorbeeld een tweede taal leert, beïnvloedt dit opnieuw je manier van denken.

Boroditsky: ‘Indonesiërs die Engels leerden, gingen daarna ook anders Indonesisch spreken, met meer aandacht voor het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst, wat in het Indonesisch niet aan de werkwoordsvorm is af te lezen.’ Een ander voorbeeld zijn de Aymara in de Andes. In hun taal ligt het verleden voor je, en de toekomst achter je. Maar volgens Boroditsky hoeft dit niet te betekenen, dat de Aymara weinig toekomstgericht zijn of slecht kunnen plannen.

Tekst loopt door onder afbeelding.

obamacare

Obamacare: van scheldwoord naar geuzennaam

Kunnen we een taal ook verbeteren met behulp van dit type wetenschappelijk onderzoek? Boroditsky: ‘Talen veranderen voortdurend, dus in zekere zin worden ze al voortdurend verbeterd.’ Immers, taalgebruik past zich aan de veranderende wereld aan. Maar ook effectievere propaganda is taalverbetering, voor degene die zijn eigen doelen nastreeft. Dit sluit aan bij haar huidige onderzoek, dat zich richt op de vraag: wanneer is taal effectief, en wanneer niet? Ze noemt het voorbeeld van de French fries, die volgens Amerikaanse nationalisten kort na ‘9/11’ moesten worden omgedoopt tot freedom fries. Het sloeg niet aan; de meeste Amerikanen vonden dat belachelijk. Andere taalinnovaties verspreiden zich daarentegen als een virus. Waarom de ene wel, en de andere niet?

Dat zouden zeker politici wel willen weten. De partij met de meest aansprekende slogan en soundbites heeft immers al half gewonnen. Zo hebben de Republikeinen in de vs geprobeerd het debat over de algemene zorgverzekering te verzieken door dit plan consequent Obamacare te noemen. Aanvankelijk werkte dat en gold Obamacare als een scheldwoord. Maar inmiddels is de term eerder een geuzennaam geworden.

Stel, de taalwetenschap zou zulke effecten kunnen voorspellen, zou Boroditsky dan Hillary Clinton – of zelfs Donald Trump – adviezen willen geven? Ze houdt haar kruit liever nog even droog: ‘Ik ben een onderzoeker, dus ik moet altijd proberen mijn eigen hypotheses te weerleggen. En zo ben ik inderdaad al erg vaak geconfronteerd met hoe fout ik zat.’

Niettemin, om Donald Trump en zijn sterk afwijkende taalgebruik, waarmee hij tegen alle verwachtingen in succes heeft, kan ook Boroditsky niet heen. Ze zal het daar in haar lezing op het Utrechtse Drongo talenfestival over hebben en er over in gesprek gaan met journalisten Tracy Metz en Thijs Niemantsverdriet.  

Ontdek meer in de special