Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De kleur van de zee
Van indigoblauw tot grasgroen. Zeeonderzoeker Katja Philippart wil net als Charles Darwin tijdens de reis van de Beagle de kleuren van de zee in kaart brengen. Met onder meer een planktonmeter. Eerst een intensieve kluscursus volgen.

Tiktiktik. ‘Tanden die scheef staan, sla je met een hamer recht.’ Tiktik. ‘It’s not a question of how hard you tap it, but where you tap it.’ ‘Dan begin je met de onderkant.’ ‘Is dit de onderkant dan?’ ‘Deze is nog niet gelabeld.’ ‘Is de onderkant nu plots de bovenkant?’ ‘We hebben ze omgedraaid. Just to tease you.’

Een absurde sketch? Had goed gekund. Maar het is een flard van een gesprek uit de werkplaats van SAHFOS, het Brits instituut voor zeeonderzoek in de Zuid-Engelse kustplaats Plymouth.

Met gefronst voorhoofd kijkt de Nederlandse zeeonderzoeker Katja Philippart toe hoe de mannen van de werkplaats, Roger Barnard en Chris Harris, haar met typisch Britse humor laten zien hoe ze de Continuous Plankton Recorder in elkaar moet zetten.

In de voetsporen
Philippart, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, heeft alle reden om die handigheid snel in de vingers te krijgen. Over een week stapt ze - net als Charles Darwin in 1831 - in Plymouth aan boord van een onderzoeksschip dat de wereld zal rondvaren, de Clipper Stad Amsterdam. De Continuous Plankton Recorder gaat mee.

Het meetinstrument zal tijdens de reis achter het schip in zee gehangen worden en voortdurend plankton vangen, microscopisch kleine planten en dieren die in het water drijven. Zoals algen en primitieve kreeftachtigen.

Vooroorlogs
Waarom eerst een kluscursus volgen? Het doorlezen van de handleiding van het apparaat moet toch volstaan? ‘Dat dacht ik ook. Als je het ding ziet verwacht je dat het makkelijk te bedienen is', zegt Philippart. Ze knikt met het hoofd naar een stellingkast waar een stuk of twintig recorders staan. Zilverkleurige torpedo’s van anderhalve meter lang met dikke popnagels en grote schroeven. Vooroorlogse makelij.

‘Als je de torpedo open schroeft en het binnenwerk bekijkt zie je geen spat elektronica. Alleen tandraderen, wormwielen, strak opgewonden ijzerdraad.’ Dus reisde ze voor een training naar Plymouth, de enige plek ter wereld waar de recorders sinds de jaren twintig gemaakt en onderhouden worden.

Demonteren, reinigen, opnieuw in elkaar zetten, zelfs het slijpen van afzonderlijke onderdelen van de recorder gebeurt met de hand. Puur vakmanschap. Loopt een tandwiel aan dan vijlt Barnard er een millimeter af. Breekt een pen af dan slijpt Harris een nieuwe.

Philippart staat voor een uitdaging. Eenmaal op zee moet ze het instrument elke vijfhonderd zeemijl - ruim negenhonderd kilometer - aan boord halen. Dan schoonmaken, onderdelen vervangen en exact op dezelfde manier terugplaatsen en weer in zee laten zakken. En dat op een deinend schip. Zonder hulp van Barnard of Harris.

Planktonsandwich
Dus zijn er maar liefst vijf dagen gereserveerd voor de training. En die zal ze hard nodig hebben, weet Harris. 'Ik werk hier negen maanden en heb nu pas het gevoel het een beetje in de vingers te krijgen.' 'Er is ooit slechts één persoon geweest die het niet onder de knie kreeg. But he wasn’t that smart', lacht Barnard. Toch hebben de heren een weddenschap afgesloten of het Philippart zal gaan lukken.

Het apparaat lijkt op een pastamachine. In plaats van lasagnevellen wordt er een lange lap zijden gaasdoek doorheen gerold. ‘Het plankton dat straks met het zeewater door het instrument stroomt, blijft op het gaas plakken. Een tweede lap zijden afdekgaas loopt met de eerste lap mee en sluit het plankton in. 'Now it’s a plankton sandwich’, zegt Barnard droog. Het mechaniek van een klok zorgt ervoor dat de rollen met een continue snelheid draaien. Zo komt elke vijf centimeter op het gaas overeen met tien afgelegde zeemijlen.

Blauw en bruin
Zo technisch als de voorbereidende fase is, zo romantisch is haar onderzoeksvraag: hoe komt de zee aan haar kleur? Een aantal ingrediënten bepalen die kleur, weet Philippart. 'Water, hemel, slib- en veendeeltjes en plankton. Water heeft een blauwe kleur, en is niet helder zoals je misschien zou denken. De kleur van de hemel reflecteert in het water. Op een grauwe dag is het water donkerder van kleur dan op een zonnige dag.

Slib en veen, meegevoerd door rivieren, kunnen het water aardeachtige tinten geven. En als een planktonsoort snel groeit kan zo'n hele zwerm het water bijvoorbeeld groen of rood kleuren, afhankelijk van de kleur van het plantje of beestje. De vraag is welke ingrediënten en in welke samenstelling zijn aanwezig in, laat zeggen, het Kanaal.'

Philippart vervolgt: 'Ook Darwin heeft tijdens zijn zeereis met het schip de Beagle op plankton gevist. Al wist hij toen nog niet wat hij in zijn net had. Hij hing een zelfgemaakte visnet van vlaggendoek achter het schip en trof er ‘een heleboel kleine dieren’ in aan.' In zijn dagboek schrijft hij op 11 januari 1832 dat hij zich verbaast over de ‘uitzonderlijke vormen en rijke kleuren van de wezentjes'.

Chinese makelij
Terwijl Barnard met secondelijm ijzerdraad aan een spoel vastplakt, vraag je je hardop af: is dit nou dé manier om planktononderzoek te doen? Het lijkt zo ouderwets. De werkwijze is in ruim tachtig jaar nauwelijks veranderd. Zelfs het zijden gaasdoek wordt - afgezien van een mislukt avontuur met nylon - nog op dezelfde manier geweven in een fabriek in China.

'Dat heeft een reden', vertelt Philippart. 'Alleen op deze manier kun je het gevangen plankton vergelijken met vangsten uit het verleden en ontdekken of de planktonsamenstelling in zee verandert.'

Kleurenkaart
'Maar de Continuous Plankton Recorder is natuurlijk niet het enige meetinstrument dat mij helpt de kleuren van de zee in kaart te brengen. Ook haal ik emmers water aan boord op zoek naar slib- en veendeeltjes, gebruik ik satellieten die naar plankton speuren en een kopie van Werner’s nomenclatuur, een achttiende eeuws boek waarin 120 kleuren nauwkeurig beschreven staan.'

Ook Darwin had tijdens zijn Beagle-reis en latere avonturen een exemplaar op zak. In een brief aan onderzoeker Alexander von Humboldt schrijft hij: 'Volgens Werner's nomenclatuur was de kleur (gezien door een nauw gaatje) indigo met een beetje azuurblauw'.

Rhythm
De volgende dag aan het ontbijt vertelt Philippart dat ze alle handelingen ’s nachts keer op keer in haar hoofd heeft afgespeeld. 'Dat is goed', zegt Barnard later. 'You have to get the rhythm in your head.' Het moet een automatisme worden. Zoals een soldaat zijn geweer blindelings in elkaar zet. Dat leer je alleen door het zelf vaak te doen.

Philipparts beurt nu. Eerst het zijde oprollen, nu de pennen erin. Beetje olie erop. Loopt de boel aan? Een tik met de hamer. Of even met een schroevendraaier friemelen. Voor Barnard is het lastig toekijken. Zijn handen jeuken. Nog een keer, en nog een keer oefenen. Tot Barnard goedkeurend het apparaat ronddraait en voelt dat de spoelen soepel draaien en het ijzerdraad op de juiste spanning is. 'Congratulations! Keep up the good practice!'

Frederique Melman

Aanstaande vrijdag 18 september kunt u luisteren naar een radioreportage vanuit de werkplaats in Plymouth tussen 15.25 en 15.40 uur op Radio 1.

Zondag 20 september kunt u kijken naar de tweede uitzending van de Beagle met aan boord Katja Philippart. Uitzending: 21.20 uur tot op Ned 2.

[Dit artikel verschijnt deze week ook in de VPRO-Gids]