Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De laatste woorden
Met extreem lange woorden. Of alleen werkwoorden. Talen zijn als bijzondere levensvormen, vindt taalwetenschapper Pieter Muysken. Dat ondervond ook Charles Darwin. Een groot deel van de wereldtalen dreigt nu te verdwijnen.

'Toen we aan land kwamen zagen de inlanders er tamelijk angstig uit, maar bleven zeer snel praten en gebaren maken. Het was zonder meer het merkwaardigste en interessantste spektakel dat ik ooit heb gezien. Ik had nooit gedacht dat het verschil tussen wilden en beschaafde mensen zo groot was. Het is zeker groter dan tussen een wild en een gedomesticeerd dier, omdat de mens over het vermogen beschikt zichzelf te verbeteren.'

Op 17 december 1832 heeft Charles Darwin misschien wel de indringendste ervaring van zijn zeereis met de Beagle. Die dag stapt hij in Vuurland, het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika, aan land en ontmoet de Yaghan-indianen. Hij is geschokt door de in zijn ogen barbaarse levensstijl van dit kanovolk: bijna naakt, ongewassen, hun gezichten wit gekalkt. Ze zouden zelfs bejaarde vrouwen eten. Over hun taal schrijft hij: 'Kapitein Cook vergeleek het met een man die zijn keel schraapt, maar er is vast geen Europeaan die zijn keel met zoveel hese, keelachtige en klikkende geluiden schraapt als deze mensen.'

Barbaars
Taalwetenschapper en Spinozawinnaar Pieter Muysken (1950) van de Radboud Universiteit leest het bovenstaande fragment, slaat De reis van de Beagle dicht en schuift het reisverslag over de keukentafel terug naar het bezoek. 'Darwins opmerking over de barbaarse klanken van de Yaghan heb ik ooit met afschuw geciteerd. Hij was een goede observator. En hij heeft interessante dingen over taal gezegd, bijvoorbeeld dat taal een kruising is tussen cultuur en natuur. Maar hij wist niet hoe je naar een taal moet kijken die heel anders is dan je eigen taal. Daarvoor moet je al je veronderstellingen opzij durven zetten.'

Zo valt het Darwin bijvoorbeeld op dat de Yaghan snel praten. 'Wat Darwin niet wist is dat de taal extreem lange woorden heeft. Die kun je niet onderbreken,' legt de specialist in indianentalen uit. De taal kent slechts twaalf werkwoorden zoals zijn, hebben, gaan, doen. Daar plakken de Vuurlanders andere woorden aan vast, zoals naar de zee, landinwaarts, naar het noorden, helling af. Woorden die je in onze taal absoluut als apart woord moet gebruiken. Neem mamihlapinatapai, dat beschouwd wordt als een van de moeilijkst te vertalen woorden ter wereld. Het betekent: de blik die wordt uitgewisseld door twee mensen die geen initiatief willen of durven nemen om iets aan te bieden, maar wel hopen dat de ander dat doet.

Massale doopsessies
Muysken bladert door het vuistdikke The Languages of the Andes. Hij schreef onder meer het hoofdstuk over de Yaghan-taal. Zijn vinger rust op een tabelletje. 'In 1900 waren er nog duizend volbloed Yaghans. In 1925 nog maar veertig. Dat was voor de Vuurlanders de grote klap.' Verdreven van hun land, uitgeroeid door pokken en mazelen meegebracht door kolonisten. Een scenario dat overigens voor heel Latijns-Amerika geldt. 'In Mexico organiseerden Europese missionarissen massale doopsessies om de inlanders te bekeren tot het katholicisme. Hup, hup, snel met de doopkwast er over voordat de indianen bij bosjes neervielen aan de nieuwe ziekten.' Wereldwijd zijn er zesduizend talen. In het minst gunstige geval zijn er over een eeuw vijfduizend verdwenen, waaronder het Yaghan. Inheemse stammen verdwijnen. En mensen worden om economische redenen gedwongen over te stappen op de overheersende taal in hun leefgebied.

Bij de Yaghan is er nog maar één spreekwoordelijk laatste spreekster over, de 71-jarige Cristina Calderon. 'Dat zie je vaker,' vertelt Muysken. 'De mythe van de laatste spreker. Meestal een vrouw. Zoiets vinden mensen prachtig, de laatste spreekster van de zuidelijkste taal ter wereld.' De taalwetenschapper heeft in zijn platenbak nog een in Duitsland uitgebracht plaat uit 1981: Die Reise der Yaghan ist zu Ende, waarin de suggestie gewekt wordt dat de groep toen al uitgestorven was. In werkelijkheid bestaat de groep rond abuela Calderon uit ongeveer honderd 'halfsprekers'. Haar kleindochter probeert de taal nu in kaart te brengen.

Hoe doe je dat? Daar is geen recept voor, aldus Muysken. In Bolivia wilde hij de taal van de straatarme Uru-indianen bestuderen. Na een aantal bezoeken aan hun dorp, een volle dag vergaderen van de 15 'halfsprekers' en de toezegging dat hij een woordenboek voor hen zou maken, mocht hij aan de slag met de laatste volbloed spreekster, de hoogbejaarde en in 2004 overleden Julia Villa. Overdag verkocht ze als waarzegster gedroogde lamafoetussen in de hoofdstad La Paz. ''s Avonds zaten we samen in haar dorpshut en noteerde ik bij het suizen van een bunzenbrander de meest elementaire woorden uit de Uru-taal, de onderdelen van het lichaam en het huis, familie, dieren, emoties. Salvage linguistics heet dat. Redden wat er te redden valt.'

Dode jaguar
‘Vreemde talen bieden een kijkje in de verschillende manieren waarop je met taal de wereld kunt organiseren,' zegt Muysken. Voor taalwetenschappers is dat de grote motivatie om met kleine talen bezig te zijn. Zo zijn er talen waarin alles met werkwoorden wordt uigedrukt. ‘Zij omaat, zij ziekt’, bijvoorbeeld. Oma is ziek, zouden wij zeggen. Of talen waarbij de tijd zowel op het werkwoord als op het zelfstandig naamwoord slaat. ‘Ik zie een dode jaguar’ kan dan ook betekenen ‘ik zag een jaguar die nog leefde’.

Juist talen in de zonas de refugio, de vergeten plekken van de wereld, hebben dit soort bijzondere eigenschappen. Toen Zuid-Amerika 15.000 jaar geleden voor het eerst bevolkt werd, hebben de nieuwe bewoners zich snel over het continent verspreid. In moeilijk te bereiken gebieden zoals Vuurland en de Amazone hebben talen zich geïsoleerd ontwikkeld. Zoals ook de Darwinvinken zich afzonderlijk van elkaar op de Galapagoseilanden konden ontwikkelden. Je kunt talen volgens Muysken dan ook als bijzondere levensvormen zien.

De deurbel gaat. Volgend bezoek. Een laatste vraag nog. Kun je taalverandering als evolutie zien? Volgens Darwin wel, zo merkte hij al op in zijn The Origin of Species. Pas recent proberen ook taalwetenschappers veranderingen van taal in darwiniaanse termen te omschrijven. 'Wat dat voor bedreigde talen betekent? Dat ze minder fit zijn misschien?' lacht Muysken. De evolutionaire taalkunde is niet zo aan de Amsterdammer besteed. Hij wil zich tot zijn pensioen storten op de vraag of er een genetische verwantschap is tussen de indianentalen van Zuid-Amerika. Zijn die talen te herleiden tot één taalfamilie? Of meerdere? 'Als ik daar een antwoord op vind, ben ik een blij mens.'

Frederique Melman

Dit artikel verschijnt deze week ook in de VPRO-gids.

Nog meer over de Yaghan? Kijk aanstaande zondag naar afl 14 van de serie Beagle - in het kielzog van Darwin. Uitzending: zondag 20 december, 21.10 uur Ned 2.