Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
apple watch

Je kunt de Apple Watch zien als de zoveelste gadget waar de westerse consument kwijlend en reikhalzend naar uitkijkt. Inderdaad: misschien verliezen we ons zelf er wel in.

Apple noemt zijn nieuwste gadget een watch, maar een horloge (afstammend van hṓrā en légein, ofwel ‘het uur (ver)tellen’) is wel zo ongeveer het laatste wat het is. Het is het apparaat dat je smartphone – en daarmee ook social media, gezondheidsapps en een batterij sensoren – omtovert tot polscomputer. Het apparaatje dat het mogelijk kan maken om werkelijk elke seconde met alles en iedereen verbonden te zijn. Apple-watchers kunnen niet wachten tot 24 april, de dag van introductie – nog niet in Nederland, maar wel in onder meer Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Om de mogelijke impact van de Apple Watch in te schatten, is het goed om een kleine drieënhalve eeuw eerder te beginnen, tijdens de kerstdagen van 1656. De Nederlandse wetenschapper en uitvinder Christiaan Huygens sleutelde toen zijn eerste slingeruurwerk in elkaar, een klok waarbij een regelmatig heen en weer bewegende slinger voor een voor die tijd ongehoorde precisie zorgde. Waar de meeste zeventiende-eeuwse klokken al snel een kwartier voor of achter liepen, liep het slingeruurwerk welhaast tot op de seconde nauwkeurig. Minstens zo belangrijk: de techniek maakte de miniaturisering en daardoor verspreiding van tijdmeting in de eeuwen daarna mogelijk.

Die verspreiding droeg bij aan een ingrijpende verandering binnen de westerse cultuur, een verandering waarin productiviteit, efficiëntie en individualisme een hoofdrol speelden, schreef de in 2013 overleden economisch historicus David Landes in zijn boek Revolution in Time. Eenmaal zijn plekje aan de pols veroverd, herinnerde de klok je continu aan de tijd die je had gebruikt, verspild of verloren. Het disciplineerde mensen – en maakte het mogelijk afspraken te maken. Het maakte mensen bewust van wat ze bereikt hadden en hoeveel ze gedaan hadden. Klokken hielpen de westerse wereld zo om productief te worden, aldus Landes, en het polshorloge hielp een ethiek van individualisme te verspreiden binnen de westerse cultuur.

Op de huid

De overeenkomsten tussen de ontwikkeling van de klok en die van de computer, waar de Apple Watch de laatste incarnatie van is, zijn opmerkelijk. Nicholas Carr constateerde vorig jaar in het Amerikaanse blad – hoe kan het anders – Time dat ze niet alleen beiden steeds kleiner werden, ze begonnen hun ontwikkeling ook in grote instituties, om ons uiteindelijk zeer dicht op de huid te gaan zitten. Zoals de klok aanvankelijk vooral te vinden was op kerktorens en gemeentehuizen, waren de eerste mainframe-computers grote apparaten die met name in onderzoeksinstituten waren te vinden.

Naarmate ingenieurs erin slaagden de klok kleiner te maken, begon hij een plek te krijgen in de huizen van mensen, zoals de desktop-pc in de jaren tachtig de huis- en studeerkamers veroverde. De volgende stap, het zakhorloge, laat zich uitstekend vergelijken met de smartphone – nog niet continu in het zicht aan de pols, maar wel altijd bij de hand. Het moge duidelijk zijn dat de Apple Watch de analogie vol maakt: net als het horloge de klok aan de pols van de mens bracht, doet de Apple Watch dat met de computer.

Als een apparaatje dat één ding meet – tijd – al zo’n invloed heeft gehad, wat kunnen we dan niet verwachten van een minicomputer aan onze pols? Dat hangt er natuurlijk in de eerste plaats vanaf of de polscomputer een succes wordt. Hoe dan ook zal over vijf jaar tachtig procent van alle volwassenen ter wereld in bezit zijn van een smartphone, het apparaat waarmee de polscomputer symbiotisch samenwerkt. Dat apparaat weet steeds meer van je – waar je bent, met wie je praat of chat, welke apps je gebruikt en in steeds meer gevallen zelfs hoe gezond je bent.

De schaduwkant van die ontwikkeling laat zich waarschijnlijk het best samenvatten met het woord privacy. Al die data worden verzameld door app-makers, al dan niet anoniem verhandeld en dus gebruikt.

Nooit meer alleen

Positieve kanten zijn er natuurlijk ook: een smartphone kan mensen autonomie en vrijheid geven, de data kunnen behalve een gevaar voor je privacy ook waardevolle input voor wetenschappelijk onderzoek vormen en optimisten zien zelfs een verband tussen de verspreiding van smart­phones en economische groei (waarbij de vraag natuurlijk blijft wat nu precies wat veroorzaakt). En wees niet verbaasd binnenkort op je beeldscherm het advies te lezen eens een dokter te bezoeken, al voordat je zelf iets in de gaten hebt.

Het ligt voor de hand dat de smartwatch deze ontwikkelingen niet zal verminderen en op sommige punten, zoals het monitoren van gezondheid, zelfs zal versterken. Wat betekent het in concreto dat je activiteiten gevolgd worden, je altijd verbonden bent met het internet en continu in contact met anderen? Het betekent dat je nooit meer alleen bent, je nooit meer verveelt en nooit meer verdwaalt, schreef historicus Jacob Mikanowski recentelijk in Prospect Magazine: de omheining tussen het individu en zijn (sociale) omgeving verdwijnt. Mikanowski vraagt zich af of mensen zichzelf in de toekomst nog als individu zullen ervaren, want bestaat het individu niet bij de gratie van een afscheiding tussen het zelf en de buitenwereld?

Het moge duidelijk zijn dat bovenstaand scenario speculatief is, maar het zou ironisch zijn als de polscomputer het einde zou inluiden van het individualisme dat mede mogelijk is gemaakt door het polshorloge. Sommige wetenschappers zouden er niet eens gek van opkijken. Die zijn al jaren bezig om hun vinger te krijgen achter dat mysterieuze zelfbewustzijn van ons, maar de meesten geven ruiterlijk toe nog niet het begin van een antwoord te hebben.
Filosofen als Daniel Dennett en Susan Blackmore, en ook flink wat wetenschappers, hebben daar jaren geleden al de conclusie uit getrokken dat het individuele zelfbewustzijn een illusie is.

De Kennis van Nu Radio
Dinsdag 28 april, Radio 5, 22.00 uur