Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Dichter bij de dino’s
Hoe zag een levende dinosaurus eruit en hoe bewoog hij? Tot een paar jaar geleden konden paleontologen eigenlijk alleen afgaan op de contouren van fossiele botten om zich daarvan een beeld te vormen. Nu kan er veel meer. Nieuwe ontwikkelingen in het vak onthullen onvermoede details.

In 1993 kwam de film 'Jurassic Park' uit. Sindsdien worden paleontologen lastiggevallen met nieuwe vragen. Zal het ooit lukken om levende dinosaurus te creëren? Gaat dino-DNA onthullen hoe de verschrikkelijke Tyrannosaurus rex in elkaar zat? Die suggesties konden ze zonder aarzelen van de hand wijzen, want er was nog nooit DNA of eiwit van miljoenen jaren oud gevonden, en zoiets hield ook niemand voor mogelijk. Maar de tijden zijn veranderd. Op een persconferentie op de jaarlijkse bijeenkomst van de Amerikaanse Vereniging ter Bevordering van de Wetenschap in St Louis (VS) schetsen vier paleontologen de snelle vooruitgang die hun vak de afgelopen jaren doormaakte. Als eerste neemt Jack Horner het woord. Horner, een van de beroemdste paleontologen ter wereld, adviseerde Steven Spielberg bij het maken van de drie Jurassic Park-films die inmiddels zijn uitgekomen. Hij zaagt graag dinobotten doormidden, vertelt hij. "Daarin zie je allerlei holtes, met name waar de bloedvaten hebben gezeten. En dat zegt veel, zeker als je een vergelijking maakt met de nu levende familieleden van de dinosauriërs: vogels en krokodillen." Uit het feit dat dino's evenveel of zelfs meer bloedvaten in hun bot hadden, concludeert hij dat ze warmbloedig waren, en niet koudbloedig, zoals de reptielen van vandaag. Maar de holtes in het fossiele bot zijn niet altijd leeg. Mary Highby Schweitzer verbijsterde de wereld vorig jaar met de ontdekking van rekbaar weefsel, botcellen en rode bloedcellen uit het dijbeen van een tyrannosaurus die 68,5 miljoen jaar geleden leefde. Inmiddels heeft ze cellen en weefsels uit botten van meer dan vijftien dino's geïsoleerd, van vier verschillende soorten, vertelt ze de verzamelde journalisten. Het was dus geen toevalstreffer. Op vragen naar details wil ze nauwelijks ingaan, omdat er eerst gepubliceerd moet worden. "Waarschijnlijk is het eind mei zover." Zelf onderzoekt Schweitzer de eiwitten die tevoorschijn komen als het kalk van de botten wordt opgelost, en een collega, wiens naam ze niet wil noemen, houdt zich bezig met het DNA. "Let wel, ik zeg niet dat we DNA hebben gevonden, ik zeg alleen: onze voorlopige bevindingen zijn behoorlijk intrigerend." De voorzichtigheid is wel te verklaren, want er zijn eerder wetenschappers geweest die beweerden DNA van dino's te hebben geïsoleerd. Ze vielen later pijnlijk door de mand. DNA is kwetsbaarder dan sommige eiwitten, vertelt Peggy Ostrom, een zoöloge die onderzoek doet op het kruispunt van biologie, geologie en scheikunde. Met behulp van massaspectrometrie kan ze piepkleine hoeveelheden eiwit uit botten of andere oeroude resten karakteriseren: "Moleculen kunnen ook fossielen zijn." Ostrom is begonnen met materiaal dat tienduizend jaar lang prima bewaard is gebleven in de permanent bevroren grond in het hoge noorden, maar "we werken ons langzaam een weg terug in de tijd." Aan dino's is ze echter nog niet toe; een eiwit uit een paard dat 42 duizend jaar geleden leefde is voorlopig het oudste wapenfeit. Musea zijn niet onverdeeld blij met ons, grapt Horner. Hij zaagt botten doormidden, Schweitzer lost ze helemaal op en Ostrom moet ze verpulveren om ze in een spectrometer te kunnen stoppen. Spreker nummer vier, Larry Witmer, heeft een stuk minder moeite om fossielen in handen te krijgen, want hij brengt ze ongeschonden terug. Met een CT-scanner maakt hij gedetailleerde beelden van de holtes in botten, met name schedels. Daarmee zijn de breinen van dino's in beeld te brengen, vertelt hij. Ter illustratie laat hij driedimensionale 'afgietsels' zien van de hersenen van een tyrannosaurus en een diplodocus, op ware grootte. Reusachtige beesten waren het, maar hun breintjes passen met gemak samen in een schoenendoos - een kindermaatje is groot genoeg. De scans leveren zulke scherpe beelden op, dat het binnenoor er uitstekend in te onderscheiden is. En dat, zegt Witmer, vertelt veel over de eigenaar, want het was zijn evenwichtsorgaan en hij hoorde ermee. "Tyrannosaurus rex had een heel goed ontwikkeld binnenoor, dat eigenlijk beter past bij een kleiner, beweeglijker dier. We denken daarom dat hij snel met zijn kop kon bewegen en prima kon horen. Dat komt van pas als je actief jaagt. Bij diplodocus, een vijftien ton zware planteneter die 150 miljoen jaar geleden leefde, was het binnenoor veel minder geavanceerd. Hoefde ook niet, want blaadjes lopen niet weg." Na afloop van de persconferentie kan er verder gepraat worden met de onderzoekers. Larry Witmer wijst aan waar de zenuwen van de tyrannosaurus uit de hersenen tevoorschijn komen: "Deze is voor het openen, deze voor het sluiten van de kaken. Ik weet van iedere vertakking waarvoor hij diende." Jack Horner vertelt nog iets over zijn samenwerking met Steven Spielberg. "Ik heb gezorgd dat het uiterlijk van de dino's klopte met de paleontologische kennis. Hun gedrag, nee, daarvoor kan ik niet instaan. Daar ging Stephen als regisseur over." Maar hij vindt het geslaagde films. En het is nog niet afgelopen: "We werken nu aan Jurassic Park vier, met Steven als regisseur." Binnen de wetenschap staat ons ook nog heel wat te wachten, denkt Horner. Wat is de volgende ontwikkeling? "Het maken van een levende dinosaurus." Pardon? "Ja, echt. Vogels zijn directe afstammelingen van de dinosauriërs, in feite zijn het dino's. Zij hebben hun genen geërfd. Je kunt die genen opzoeken en ze weer aanzetten. Een kip is genetisch zo te manipuleren dat hij een lange staart krijgt, of tanden, of drie vingers aan zijn vleugel, alleen maar door bepaalde genen aan te zetten die normaal na de embryofase worden uitgezet. De aanleg is er, dat kun je zien aan kippenembryo's. Ik financier een paar projecten die zoiets doen. Erg opwindend."

Elmar Veerman