Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Domme wetenschappers?
Sinds de komst van het internet zijn veel mensen meer, maar ook oppervlakkiger gaan lezen. Ook wetenschappers lijken nu ten prooi te vallen aan deze trend. Is dat goed of slecht? Daarover verschillen de meningen.

Het artikel ‘Is Google making us stupid?’ veroorzaakte vorig jaar op internet een flinke discussie. De Amerikaanse technologie-goeroe Nicholas Carr schreef daarin dat hij niet meer goed in staat was om een boek of een lang artikel te lezen. Door het vele internetgebruik was zijn concentratieboog zodanig verkort, dat hij al na een paar alinea’s afgeleid raakte en de behoefte kreeg om naar iets anders door te klikken. Bovendien onthield hij nog maar weinig van wat hij las. Daardoor werd zijn kennis steeds oppervlakkiger.

Zijn conclusie: het internet maakt ons dom.

Carr kreeg veel bijval van mensen die zijn symptomen herkenden, maar er was ook de nodige kritiek. Sommigen betoogden dat Carr gewoon geestelijk lui was geworden, en niet de schuld moest afschuiven op een nieuwe technologie. Een andere tegenwerping was dat overmatig internetgebruik misschien vaak voorkomt onder journalisten, maar niet per se onder de bevolking als geheel, terwijl die wel profiteren van alle informatie die beschikbaar is op het internet.

Oppervlakkige wetenschappers?
Misschien moet er een vergelijkbare discussie worden gevoerd over de leesgewoonten van wetenschappers, blijkt uit nieuw onderzoek. Want ook wetenschappers gaan steeds oppervlakkiger lezen. In 2005 lazen ze gemiddeld 30 procent meer artikelen dan tien jaar eerder, maar besteedden nauwelijks extra tijd aan lezen, schrijft Allen Renear in Science. Recentere cijfers zijn niet beschikbaar, maar het ligt voor de hand dat deze trend zich de afgelopen jaren heeft voortgezet. 

Renear noemt het ‘strategisch lezen’: het lezen, doorzoeken, filteren, analyseren en vergelijken van vele artikelen tegelijkertijd. Wetenschappelijke teksten worden namelijk steeds makkelijker doorzoekbaar dankzij digitale indexen, hyperlinks en wetenschappelijke zoekmachines. Bovendien worden binnen wetenschappelijke disciplines steeds vaker allerlei concepten ondergebracht in een overkoepelend model. Ook daardoor wordt het doorzoeken en vergelijken van teksten steeds makkelijker.

Het logische eindpunt van die ontwikkeling zou zijn dat wetenschappers hoofdzakelijk strategisch lezen, en nog maar zelden een heel artikel van A tot Z doornemen. Maar Renear verwacht niet dat het zo’n vaart loopt. Wetenschappers zullen nog steeds hele artikelen lezen, maar beperken zich tot de artikelen die ze hebben geselecteerd op grond van een uitgebreid zoek- en vergelijkingsproces. Op grond van strategisch lezen dus.

Meer scannen, minder lezen
Blijft staan dat hoe meer tijd wetenschappers besteden aan strategisch lezen, hoe minder tijd ze overhouden om ‘echt’ te lezen. Is dat erg? Dat hangt er vanaf tot welk kamp je behoort. Nicholas Carr zou waarschijnlijk zeggen van wel. Maar er is ook een andere invalshoek mogelijk.

Kevin Kelly geeft Carr gelijk dat mensen dommer worden van internet. Tenminste: op het moment dat ze geen beschikking hebben over internet. Hebben ze dat wel, dan zijn ze juist slimmer, omdat ze binnen een paar klikken bij de benodigde informatie kunnen. Met andere woorden: zonder internet gaat je IQ met, zeg, 20 punten naar beneden, mét internet gaat het met wel 40 punten omhoog, aldus Kelly.

Diezelfde redenering zou ook voor wetenschappers kunnen gelden. Individueel, en afgesneden van het internet, worden ze misschien minder intelligent. Maar door in te pluggen op het collectieve externe geheugen dat internet heet, maken ze dat meer dan goed.

Het zal duidelijk zijn dat beide standpunten bij gebrek aan bewijs speculatief zijn. Maar duidelijk is ook dat de discussie zeer actueel is. Want niet alleen de gemiddelde lezer, ook wetenschappers veranderen hun leesgewoonten ingrijpend als gevolg van de ontwikkelingen op het internet. Dat zal vroeg of laat zijn weerslag krijgen op de manier waarop ze hun werk doen en hun ideeën ontwikkelen.

Bouwe van Straten

Allen Renear e.a., ‘Strategic reading, ontologies, and the future of scientific publishing’, in: Science, 14 augustus 2009.