Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

asc logo

De helft van alle vis die mensen eten, is gekweekt. Waarde: bijna honderd miljard euro. Een klein deel daarvan is ‘duurzaam’ gekweekt en heeft het ASC-logo. Zo’n label stuit echter op grote problemen, zegt een internationale groep onderzoekers in het vakblad Science.

De Aquaculture Stewardship Council (ASC), van oorsprong Nederlands, is in 2010 opgericht om kweekvis van een bruikbaar keurmerk te kunnen voorzien. De bekendere Marine Stewardship Council (MSC) bestond al voor gevangen vis. Nu is slechts 4,6 procent van de globale kweekvisproductie gelabeld als duurzaam. Dat komt onder andere doordat het ASC alleen voor de dertien meest verkochte vissoorten (naar gewicht) richtlijnen heeft, wat neerkomt op 41,6 procent van de totale productie. Voor de overige 58,4 procent zijn nog geen richtlijnen.

‘Viskwekerij is geen vervanging van wildvangst,’ benadrukt Simon Bush. Hij is een van de onderzoekers die onlangs keurmerken voor kweekvis onder de loep heeft gelegd. ‘Niet alle vissoorten zijn geschikt voor kweek.’ Wat betreft Nederlandse vis worden kabeljauw en tong vooral wild gevangen, terwijl pangasius en tilapia veel worden gekweekt. In tegenstelling tot de stagnerende wildvangst heeft de aquacultuur nog veel mogelijkheden. ‘Zeeën hebben hun biologische grens bereikt. Als we vanaf 2020 vis willen blijven eten moeten we duurzamere oplossingen bedenken,’ aldus Bush.

Consumentendruk

Toch is er niet veel vraag naar duurzame vis, zegt Bush. ‘In veel visproducerende landen, zoals China en Vietnam, wordt er namelijk maar weinig gegeven om duurzaamheid. Daar staat voedselveiligheid voorop.’

Daar stuit het ASC-label al op zijn eerste grens. Visboeren moeten eerst duurzaam willen zijn. Hoogleraar milieubeleid aan de Wageningen Universiteit Arthur Mol gaf afgelopen zondag toelichting in het radioprogramma Labyrint: ‘Met labels haal je consumenten over duurzame vis te kopen. Daarmee zet je druk op kwekerijen om vis duurzaam te produceren.’ In Nederland is deze druk er. Grote supermarktketens hebben aangekondigd in 2015 louter duurzaam geproduceerde vis in te kopen. ‘Een labelsysteem in China bestaat niet eens,’ zegt Mol. ‘Zolang het voedselbewustzijn van Chinezen niet verandert, is elk label een druppel op een gloeiende plaat.’ Europa importeert 65 procent van zijn vis.

Duur

Vis labelen is erg duur en ingewikkeld voor een kwekerij. Bovendien vergt het heel wat op organisatorisch en administratief gebied. Veel kleine bedrijven in niet-westerse landen worden hierdoor buitengesloten van markten waar een duurzaamheidlabel verplicht is. Een systeem waarbij meerdere bedrijven tegelijk kunnen worden gecontroleerd, zou dit probleem kunnen verhelpen. Systemen die zijn gericht op Westerse markten, zoals ASC, doen dit niet.

Per jaar vraagt het ASC tussen de €500 en €1500 euro lidmaatschap en ontvangt het bovendien 0,5 procent van de verkoop van ASC-gecertificeerde vis. In landen als China, Vietnam, Singapore en Maleisië hebben veel visbedrijfjes daar geen geld voor. Zeker als ze daar niet per se meer vis mee verkopen.

De kleine visboeren worden ook op een andere manier benadeeld. Wat “duurzaam” precies betekent, wordt bepaald door aandeelhoudersvergaderingen. Veel aandeelhouders, vooral in de “Global South” kunnen hier moeilijk invloed op uitoefenen door een gebrek aan talenkennis, internettoegang, tijd of geld. Hierdoor wordt er niet genoeg rekening gehouden met de lokale milieusituatie. De productie van karper is hier een goed voorbeeld van. Deze vis wordt vooral gekweekt en geconsumeerd in “Global South” landen. Wijdverbreide regelgeving voor duurzame karper kan daarom lang op zich laten wachten.

Vissenvoer en arbeidsomstandigheden

De grootste beperking van ASC-logo is, volgens de onderzoekers, dat het amper rekening houdt met andere schakels in de productieketen. ASC controleert bijvoorbeeld wel of een bedrijf vervuild water loost of onnodig antibiotica of chemicaliën gebruikt, maar niet of het vissenvoer duurzaam is geproduceerd. Naar transportkosten wordt ook niet gekeken. Als duurzame vis moet worden ingevlogen vanuit verre oorden, is dat niet bepaald milieuvriendelijk te noemen. Daarnaast zijn vooral in de garnaal- en zalmproductie nijpende arbeidsomstandigheden bekend. De vraag is hoe zeer een logo arbeidsrecht kan verbeteren in een sector zo breed als aquacultuur.

Bush claimt niet dat het logo onbruikbaar is: ‘Het heeft een smalle en specifieke focus. We moeten goed begrijpen waar de grenzen liggen van het keurmerk en wat er te verbeteren is.’ De onderzoekers pleiten wel voor meer samenwerking tussen regeringen, de private sector en organisaties zoals ASC. Regeringen hebben bijvoorbeeld meer bruikbare informatie over productieketens en details over de stand van het milieu. Waar vroeger regeringen van derdewereldlanden nog werden gewantrouwd, zijn ze nu meer in staat duurzaamheid te reguleren. Verandering in milieubewustzijn gaat echter langzaam. ‘Als je snel oplossingen wilt, moet je niet in dit veld zitten,’ zegt Arthur Mol. ‘Het is vreselijk complex, en het wordt door een globaliserende wereld alleen maar complexer. Steeds meer factoren zijn afhankelijk van elkaar en de ketens tussen producenten en consumenten worden alleen maar langer.’

Van 9 tot en met 15 september wordt de Bewuste Visweek gehouden, georganiseerd door ASC, MSC en het WNF. Deze week moet consumenten vertrouwd maken met de verschillende duurzaamheidlogo’s in de schappen. De VISwijzer adviseert de bewuste consument welke soort vis uit welke regio het beste gekocht kan worden. Maar liefst 85 procent van de Nederlandse supermarkten doet mee aan de actie.