Als het wetenschappers lukt een universeel griepvaccin te ontwikkelen, zorgt dat ervoor dat er veel minder griepprikken gegeven hoeven te worden. Bovendien zou het toegediend kunnen worden via een inhalator in plaats van een injectie. 

 

Ouderen boven de 60 en mensen uit risicogroepen (hartpatiënten, mensen met longziektes, of diabetes) ontvangen elk jaar een oproep voor de griepprik. Griep verandert continu, waardoor wetenschappers van tevoren zullen moeten inschatten welke stam van het griepvirus dit jaar de kop op zal steken. Vervolgens ontwikkelen ze drie of vier virussen die ouderen en de risicogroep toegediend krijgen.

Het kan dus gebeuren dat er een foute inschatting gemaakt wordt en mensen beschermd zijn tegen het verkeerde griepvirus. Wetenschappers zijn daarom nu aan het testen met een ander soort vaccin, een die meer gericht is op de kern van het virus. Ook onderzoeken ze de mogelijkheid om het vaccin toe te dienen middels een inhalator, waardoor er geen injecties meer nodig zijn.

Hoe zit het griepvirus in elkaar?

Op griepvirussen zitten eiwitten, die je ‘stokjes’ en ‘bolletjes’ en bolletjes zou kunnen noemen. De bestaande vaccins richten zich op de bolletjes. De bolletjes veranderen snel, waardoor er verschillende vaccins nodig zijn en steeds nieuwe gemaakt moeten worden. De stokjes zijn bij alle griepvirussen hetzelfde. Als een vaccin daarop kan aangrijpen, is het actief tegen alle griepvirussen.