Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Nederlands Instituut in Turkije NIT archeologie Fokke Gerritsen

Hoe de landbouw ooit heeft kunnen ontstaan is een van de allergrootste mysteries uit de geschiedenis. Een grootschalige internationale studie laat zien dat de eerste boeren waarschijnlijk ook weer in verschillende groepen te verdelen zijn. Het Nederlands Instituut in Turkije leverde een deel van de ruim 8.000 jaar oude menselijke beenderen voor DNA-analyse.

Of het nu op onafhankelijke wijze gebeurde of niet, duizenden jaren geleden begonnen mensen over de continenten heen hun nomadenleven geleidelijk aan op te geven en echte landbouwstammen te vormen. Archeologen gingen er al jaren vanuit dat de bewoners die ongeveer 11.000 jaar geleden in het Midden-Oosten leefden de eersten waren die hier mee begonnen.

Een grote internationale studie onder leiding van Harvard University bevestigt nu eerdere vermoedens dat er in dat Midden-Oosten minstens drie bevolkingsgroepen waren die aan het boeren gingen. Op basis van nieuwe DNA-samples (afkomstig uit de tijdsperiode van 12.000 tot 1.400 voor christus) concludeerden de onderzoekers dat de boeren uit Turkije, de landbouwers uit Jordanië en Israël, en die uit de Iraanse Zagros, een verschillend genetisch profiel hebben. Pas vanaf het begin van de koper- en bronstijd konden de onderzoekers grootscheepse menging tussen hun afstammelingen waarnemen.

Toponderzoek met kanttekeningen

Daarmee is nog niet bewezen dat de drie groepen de landbouw onafhankelijk van elkaar uitvonden. Uitwisseling van technologie en kennis kan in theorie altijd plaatsgevonden hebben zonder uitwisseling van DNA. Maar klopt het echt dat die groepen zich over een periode van liefst 10.600 jaar nooit eens met elkaar hebben gemengd? Zeker als je weet dat de studie slechts 59 bruikbare DNA-samples uit menselijke skeletten voor het hele Midden-Oosten gebruikte?

‘Enerzijds klopt het dat je altijd meer correcte uitspraken kunt doen als je over meer DNA-samples beschikt, ‘zegt moleculair bioloog Dave Speijer van het AMC (Academisch Medisch Centrum in Amsterdam). ‘Het zijn niet enkel de aantallen DNA-samples die belangrijk zijn, maar ook de hoeveelheden genetische informatie die ze meedragen. Die is in dit geval enorm. Door vele verschillende SNP’s (kleinschalige mutaties, red.) tussen de DNA-stalen te vergelijken konden de onderzoekers dus wel degelijk de verwantschap tussen individuen over een wat langere tijd nagaan.’

Bio-informaticus Rutger Vos van Naturalis heeft bewondering voor de studie, maar merkt wel op dat de gebruikte samples niet gelijk verdeeld zijn over tijd en ruimte. Met andere woorden: de skeletten komen slechts uit drie aparte locaties en stammen niet uit alle onderzochte periodes.

Volgens Speijer is dit een terechte opmerking: ‘Vooral de oudere DNA-samples zijn zeldzamer. Desondanks hebben de onderzoekers hun statistiek volgens mij wel degelijk op orde gekregen om redelijk robuuste conclusies te kunnen trekken. Als verder onderzoek in de toekomst andere resultaten zou tonen, dan zal dit eerder komen omdat er andere vertekeningen waren waar de onderzoekers geen rekening mee hadden gehouden.’   

Neolithische boeren

Het dagelijks leven 8.000 jaar geleden

Een paar van die nieuwe en belangrijke DNA-samples werden geleverd door Fokke Gerritsen (Vrije Universiteit in Amsterdam) en zijn team van het Nederlands Instituut in Turkije. Sinds 2007 staat het NIT in voor het onderzoek naar een meer dan 8.000 jaar oude archeologische vindplaats in Noord-West-Turkije, de zogenaamd Barcın Höyük-site in Bursa, die gefinancierd wordt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De opgravingen zijn al afgelopen, maar het eigen onderzoek van het gevonden materiaal heeft al meeslepende inzichten over de vroegere nederzetting opgeleverd.

Gerritsen: ‘Het was een kleine, schrifteloze gemeenschap van verschillende families, waarbij er nog geen duidelijke hierarchische machtsverschillen waren. Naast gevonden restanten van vroegere huizen, merkten we dat de bewoners hun doden soms binnen de dorpskern lieten begraven.’ Bij de 120 geraamtes die het NIT opgroef, waren ook heel wat babyskeletjes. ‘Dat toont nogmaals aan dat de kindersterfte bij de mens heel lang hoog is geweest en het leven niet altijd even zacht was,’ vertelt Gerritsen. ‘Archeologen hebben op andere sites vastgesteld dat de botten van de vrouwelijke geraamtes op bepaalde plaatsen sterk vergroeid waren. We vermoeden hierdoor dat zij verantwoordelijk waren voor het malen van het graan, wat erg zwaar werk was.’

Nochtans kenden de bewoners zeker enige technologische vooruitgang. Zo vond het NIT een stukje textiel dat om een stenen kom gewikkeld was. Gerritsen: ‘Daaruit kun je concluderen dat ze textiel konden weven, waarschijnlijk van vlas. Naarmate de tijd vorderde, maakten ze de overgang van het koken op hete stenen naar het koken in vuurbestendige potten. En uit ander aardewerk vonden we melkvetmoleculen, wat aangeeft dat ze melk al konden verwerken tot zuivelproducten die niet zo snel bedierven.’

Verder vond het NIT ook obsidiaan (vulkanisch glas), dat niet lokaal voorhanden was. En dat is weer een verdere aanwijzing dat de nederzetting niet in afzondering leefde, maar wel in netwerken stond met andere gemeenschappen. Het lijkt daarmee ook onwaarschijnlijker dat de families in het dorp zich enkel met elkaar voortplantten.

Europeanen namen landbouw niet meteen over

Gerritsen heeft ook grote bewondering voor de Harvard-studie en volgens hem toont deze goed het belang van internationaal onderzoek aan. Daarnaast zijn hij en zijn team vooral geïnteresseerd in waarom en in welke omstandigheden de landbouw vanuit Turkije naar Europa overwaaide. Uit deze studie - en een andere uit 2015 - is gebleken dat de vroegste boeren in Centraal- en Zuid-Europa nauw verwant waren aan de boeren die in Turkije leefden, maar niet aan de jagers-verzamelaars die er al eerder waren.

Pas eeuwen later werd de landbouw door de Europese jagers-verzamelaars overgenomen. En vanaf 4000 voor Christus vermengden de twee groepen zich met elkaar en met de migratiegolven uit Rusland. Deze vormden de basis voor de huidige Europese bevolking. Het is bijzonder dat de wetenschap sinds enkele jaren onze geschiedenis via ons DNA kan ontrafelen. Zeker als je weet dat mensen voor 99,9 procent genetisch identiek aan elkaar zijn.

landbouw agriculture tractor boer gewassen

ACHTERGROND:
Waarom landbouw nog steeds een wonder is

Op school mag je dan misschien nog over de ‘landbouwrevolutie’ leren, de overgang van de mens als jager-verzamelaar naar landbouwer kan allesbehalve een revolutie in de tijd zijn geweest.

Want beeld je eens een stam in die grofweg 10.000 jaar geleden besloot om opeens te stoppen met rondzwerven en zowel haar bewoners als haar vee afhankelijk te maken van eigen gekweekte gewassen. Landbouw voor die tijd was zeer zwaar en moeilijk, niet alleen omwille van het gebrek aan kennis of ruwe en inefficiënte materialen, maar ook omdat het werk fysiek zwaar en tijdrovend was.

Bovendien zou de stam zich beginnen afhankelijk te maken van een beperkt aantal voedingsbronnen en (daaruitvolgend) meer eenzijdige voedingsstoffen. Mocht de oogst mislukken (door weersomstandigheden, uitgeputte grond, oorlog, epidemieën…) dan lag de hongersnood op de loer.

Maar als je oogst uiteindelijk veel meer oplevert dan wat je stam nodig heeft, dan kun je de bevolking niet alleen uitbreiden (wat cruciaal is voor de eerste steden), maar kun je andere mensen ook voltijds laten specialiseren in andere belangrijke beroepen die niet direct met landbouw te maken hebben. Denk aan ambachtslieden, handelaars, boekhouders (cruciaal voor ontwikkeling van het schrift!), priesters, staatshoofden, ...

In feite is het dus nog altijd een wonder dat de mens er in slaagde om via landbouw haar miljarden andere soortgenoten in voldoende goedkoop eten te voorzien, terwijl momenteel twee derde van de werkwilligen op aarde volgens de Internationale Arbeidsorganisatie hier niet bij betrokken is.

Het is onder meer daarom dat de zoektocht naar de opkomst voor de landbouw op heel wat wetenschappelijke belangstelling kan rekenen.