Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Rosemary Orr maakt spraakopname van student

Steeds minder Utrechters spreken Nederlands met de karakteristieke Utrechtse tongval. Maar een ander accent is juist in opkomst in de Domstad: het unieke ‘UCU-Engels’ van de studenten aan het University College Utrecht.

Als de Ierse taalkundige Rosemary Orr met haar collega’s aan de University College Utrecht het café indook was het altijd al een geliefd gespreksonderwerp: het unieke accent van hun studenten. ‘Ze hadden geen Nederlands accent en ze spraken Engels alsof het hun moedertaal was, maar dan op een manier die niemand van ons kon plaatsen.’

Toch begon Orr het bestaan van een uniek ‘UCU English accent’ pas serieus te nemen toen ze van Britse academici hoorde dat ze het Engels van de UCU-studenten als één accent herkenden. ‘Veel van onze studenten die op gesprek gingen bij universiteiten als Oxford, Cambridge of de London School of Economics kregen reacties van ‘Hé, kom jij ook van dat ene Nederlandse college?’

Eens Italiaan, altijd Italiaan

Inmiddels onderzoekt Orr al zes jaar hoe de studenten tijdens de driejarige studie langzaam van tongval veranderen: ‘Tot nu toe ben ik vooral nog druk aan het meten – op een gegeven moment deden een kwart van onze studenten mee, en die meet ik ongeveer elk half jaar’. Harde conclusies durft Orr dus nog niet te trekken, maar dát de studenten in hun spreekstijl over de jaren heen naar elkaar groeien is inmiddels wel duidelijk – zelfs de vijf tot tien procent van de studenten voor wie Engels de moedertaal vormt.

Dat betekent overigens niet dat alle studenten aan het UCU identiek Engels spreken. Daarvoor is de studentenpopulatie die jarenlang samen op de campus studeert, woont en feest te divers: de campus kent momenteel ongeveer 60 verschillende nationaliteiten. ‘Een Italiaanse student die hier met een Italiaans accent aankomt zal na drie jaar ook met een Italiaans accent vertrekken,’ aldus Orr. ‘Idem voor een Rus met een Russisch accent. Maar naast dat oorspronkelijke accent zullen ze met een aantal nieuwe gemeenschappelijke kenmerken spreken’.

Van bed naar bet

Die gemeenschappelijke kenmerken zijn waarschijnlijk voor een groot deel terug te voeren op het Nederlands, vertelt Orr. Niet zo gek, want de helft van de studentenpopulatie is nog altijd Nederlands. ‘Een Nederlander is geneigd om de D en B aan het eind van een woord als respectievelijk T en P uit te spreken,’ zo vertelt Orr. ‘Zo zeggen ze ‘I’m going to bet’, en van slob maken ze slop.’ De uitspraak van de UCU-studenten lijkt daar een beetje op, maar is subtieler dan bij Engelssprekende Nederlanders.

Daarnaast spreken veel studenten de A in woorden als ‘matter’ uit met de tong hoger en meer naar voren in de mond uit. ‘Die resultaten moeten we nog voor de hele groep bevestigen, maar het lijkt erop dat de A-klank in die woorden ergens tussen de Nederlandse en Engelse uitspraak inhangt,’ aldus Orr. Tenslotte lijkt het erop dat de studenten in een kenmerkend spraakritme spreken, waarin de klemtonen en de nadruk net iets anders ligt dan bij andere Engelse accenten. ‘Zoals Obama in een ander ritme spreekt dan een Valley Girl, zo spreken UCU-studenten ook in een eigen ritme,’ vertelt Orr’.

Rosemary Orr in de experimentele setting

Tirannie van de native speaker

Maar betekent dit alles nu niet gewoon dat de UCU-studenten verkeerd Engels spreken? ‘Nee, dat is echt een belachelijk idee,’ stelt Orr resoluut. ‘Als foneticus vind ik dat het er alleen toe doet dat we elkaar goed begrijpen. Het draait er niet om of je ‘goed Engels’ spreekt, maar of je goed communiceert. We moeten elkaar vooral kunnen verstaan’.

Wat dat betreft zou Orr nog best een lans willen breken voor Engels met een Nederlands accent. ‘Grappig genoeg spreken sommige Nederlandse studenten het duidelijkst verstaanbaar Engels als ze net aan hun studie beginnen.’ De enige kritiek die je op het Engels van de studenten kan leveren is dan ook dat de woordenschat van de studenten misschien wat beperkter is dan van moedertaalsprekers. ‘Maar dat betekent niet dat hun woordenschat op zich beperkt is, maar dat ze, in sociaal gesproken Engels, een kleinere woordenschat gebruiken’.

Het liefst zou Orr dan ook zien dat we de vorming van nieuwe accenten als iets positiefs zouden beschouwen. ‘Het rare is dat we een diversiteit van talen wel waarderen, maar een diversiteit van accenten nog niet. We moeten echt af van die tirannie van de native speaker,’ aldus Orr. ‘Ik vind het Nederlands met een Marokkaans accent bijvoorbeeld prachtig, en ik verwacht dat er door migratie en globalisering in de toekomst nog veel meer andere mooie accenten bij zullen komen’.

Taalwetenschapper Rosemary Orr

Ontdek meer in de special