Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Toiletpapier

Wat bepaalt hoe vaak je moet poepen? De een doet het drie maal daags, de ander een keer in de drie dagen. Wetenschappers ontdekten dat de verschillen genetisch bepaald zijn.

Allerlei zaken beïnvloeden de aard en frequentie van wat er via onze achteruitgang naar buiten komt. Op de camping in Frankrijk legt een stokbrooddieet de boel behoorlijk plat. Verhit je de kip niet goed op de barbecue, dan kan dat resulteren in hele dagen op de wc. Een medicijn als Imodium biedt solaas in geval van diarree, laxeermiddel brengt de boel juist weer op gang.

Wat is normaal?

Verandering in frequentie en consistentie van het poepen kan reden zijn om naar de dokter te gaan. Los van de fysieke ongemakken (en eventueel acuut gevaar) van diarree of obstipatie, kan verandering wijzen op bepaalde ziekten of aandoeningen. Maar wat is eigenlijk normaal? Ook wanneer je dieet, ziekte en medicatie buiten beschouwing laat, gaat de een vaker dan de ander. Dan hoeft dat dus niets over gezond of ongezond te zeggen. Waar komen deze verschillen vandaan? Een groep wetenschappers zocht naar genetische oorzaken en publiceren hun bevindingen deze maand in vakblad Gut.

Voor hun onderzoek maakten de wetenschappers gebruik van de gegevens uit het Groningse LifeLines project en het Zweedse PopCol. Dit zijn onderzoeken die een grote groep mensen voor lange tijd volgen. Van de deelnemers zijn allerlei gegevens bekend over onder meer hun gezondheid, gedrag, omgeving en genen. Dit maakt het mogelijk om te ontdekken waarom de een gezond oud wordt en de ander allerlei chronische aandoeningen ontwikkelt.

Ruim een keer per dag

In dit onderzoek keken de wetenschappers naar de frequentie van de stoelgang van 1.022 Nederlanders en 259 Zweden die een poepdagboek hadden bijgehouden. Gemiddeld poepten ze iets vaker dan een keer per dag (respectievelijk 1,39 en 1,42). Ook onderzochten ze het genoom van de deelnemers. Zo identificeerden ze varianten van genen die gelinkt zijn aan de stoelgang. Sommigen zorgen voor vaker anderen juist voor minder vaak moeten poepen.

Onder de gevonden genen vallen twee klassen op: genen die betrokken zijn bij cytochromen en ionenkanalen. Cytochromen zijn enzymen die het lichaam helpen om zich te ontdoen van zogenaamde xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen) in onder meer voedsel en medicijnen. Ionenkanalen spelen een rol in het doorgeven van elektrische signalen in zenuwen.

Geruststelling

Via hun onderzoek stuitten de onderzoekers op een al bekend mechanisme. 2 procent van de patiënten met het prikkelbare darm syndroom hebben een fout in het SCN5A gen. Dit resulteert in een verstoorde werking van natriumkanalen in zenuwcellen die ook tot hartritmestoornissen kunnen leiden. Het hartmedicijn mexiletine dat de werking van het SCN5A gen herstelt, hielp een patiënt van zijn hevige obstipatie af.

Dit laat de kracht van grootschalig onderzoek bij gezonde mensen zien. Door te zoeken naar de genetische oorzaken van verschillen tussen mensen, kunnen wetenschappers de mechanismen die aan de grondslag van ziekten liggen ontdekken. Dat opent de weg voor nieuwe medicatie voor ziekten als het prikkelbare darm syndroom.

Voor gezonde mensen is deze studie vooral een geruststelling. Het is niet erg als je grote boodschap eens per drie dagen komt of juist drie keer per dag. De afstelling van je genen bepaalt wat normaal is voor jou.

Soesma Jankipersadsing et al. A GWAS meta-analysis suggests roles for xenobiotic metabolism and ion channel activity in the biology of stool frequency. Gut, 30 juli 2016.