Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
running app

Niet meer naar het ziekenhuis voor een consult, maar via je smartphone chatten met een zorgverlener bij jou in de buurt. Lijkt je dat wat? De toekomst van eHealth, zoals dergelijke technologische zorgverlening wordt genoemd, is veelbelovend. Maar we zijn er nog lang niet. Wat is er nu al en hoe ziet een goede app eruit?

Wie graag gezonder wil leven, hoeft tegenwoordig niet meer langs een specialist. Deskundige ben je namelijk zelf, of liever gezegd, je telefoon en het internet zijn dat. FitBits, dieetapps, stappentellers en applicaties die je gerende kilometers bijhouden: de voorbeelden zijn niet aan te slepen. En het werkt, zo blijkt. Een nieuwe metastudie door Afshin et al en gepubliceerd in het Journal of the American Heart Association, waarin 224 onderzoeken naar de effecten van eHealth op de levensstijl van mensen werden vergeleken, trekt een voorzichtig optimistische conclusie. Internethulpmiddelen kunnen een positieve invloed uitoefenen op onder andere eetgewoontes, dagelijkse beweging en rookgedrag.

Effect op lange termijn is onzeker

Blijven doorgaan met hardlopen via Nike Run, dus? Wellicht. De onderzoekers hebben namelijk een aantal kanttekeningen geplaatst bij hun studie. Bijna alle onderzochte publicaties hadden een deelnemersveld dat gezond en hoogopgeleid was en uit rijke, ontwikkelde landen kwam, zoals Nederland en de Verenigde Staten. En aangezien de onderzoeken een gemiddelde looptijd hadden van zes maanden, is niet te zeggen of de effecten op de echt lange termijn net zo positief zijn. En we willen juist dat die kilo’s er vijf jaar later ook nog af blijven.

Leonard Witkamp is bijzonder hoogleraar eHealth bij het AMC. Hij volgt de ontwikkelingen op dat gebied van ook nauwgezet. Een onderzoek als dit vindt hij op het eerste gezicht dan ook positief. Wel erkent hij de beperkingen die de onderzoekers hebben aangegeven. ‘Een jaar geleden liep ik nog met een stappenteller rond, maar daar ben ik dan op een gegeven moment ook weer mee gestopt. Het effect op de lange duur is het belangrijkst, net als de manier waarop het effect wordt bereikt. Wat meet je, hoe meet je het, en bij wie?’

´ 'De diabetespatiënt met een taalprobleem is een totaal ander persoon dan de hoogopgeleide veertiger met een FitBit.' ´

Combinatie digitaal en persoonlijk werkt het best

Afshin en collega’s keken naar verschillende soorten proeven. Sommige experimenten vergeleken het gebruik van internet met een controlegroep die geen extra hulp kreeg, andere onderzoeken vergeleken internet en intensieve persoonlijke therapie met elkaar. Wat vooral goed bleek te werken, was de combinatie: persoonlijke begeleiding ondersteund door digitale hulpsessies.

Witkamp onderschrijft dit principe. ‘Wij noemen dat blended care. In de GGZ bestaat het al. Patiënten worden op afstand ondersteund in het monitoren van hun geestelijke aandoening. Ze bepalen zelf hoe vaak ze naar de psycholoog gaan, de rest kunnen ze thuis doen met behulp van filmpjes, spelletjes, et cetera.’ Het is zelfs effectiever dan gedacht: veel patiënten die aan zo’n programma meedoen, stoppen voortijdig omdat ze hun probleem sneller onder controle krijgen dan verwacht.

Gezond worden is een gedragsprobleem

Iedereen is anders en niet elke aanpak werkt even goed. Daarom is behoefte aan digitale hulpmiddelen die een daadwerkelijke patiënt ook helpen zijn doelen te bereiken. Van een stappenteller gaat een diabeet niet afvallen en een mobiele app laat een COPD’er niet stoppen met roken. Witkamp: ‘Die diabetespatiënt uit een achterstandswijk met een taalprobleem is een totaal ander persoon dan de hoogopgeleide veertiger die toch al meer wilde gaan hardlopen en dus een FitBit om zijn pols heeft gedaan.’

Voordat eHealth-applicaties echt werken, moet dus een en ander veranderen. De apps en tools die nu populair zijn, monitoren vooral biometrische waarden. Terwijl problemen als te weinig bewegen en te veel eten met name een gedragsprobleem zijn, volgens Witkamp. ‘We zijn verslaafd aan eten, roken en stilzitten. Door alleen het bijhouden van je vetpercentage verander je je gedrag niet. Dat is veel ingewikkelder.’

Onderzoek naar eetgedrag

Een voorbeeld van een consumentenapplicatie die al wat meer complexe gegevens onderzoekt, is de Foodprofiler-app die recent op de markt is gebracht door Wageningen University & Research. Foodprofiler beoogt niet de zoveelste dieetapp te zijn, maar wil onderzoek doen naar het eetgedrag van groepen mensen. Onderzoekers Jos van den Puttelaar en Marleen Onwezen gaan de data gebruiken om openstaande vraagstukken op te lossen. Ze zijn vooral geïnteresseerd in verschillen tussen seizoenen, dorpen en steden, of zelfs jaren.

Tegelijkertijd krijgt de gebruiker een profiel te zien van zijn eigen eetgewoonten. Van tevoren kun je je eigen ideeën over je eetgedrag invullen. Eet je vegetarisch, milieubewust, of juist veel vlees? De app laat dan zien hoe je onbewust eet. Op basis daarvan krijg je een advies over je eetpatroon. ‘We kunnen laten zien wat het verschil is tussen hoe iemand denkt te eten en hoe iemand werkelijk eet. Op basis daarvan zeggen we: eet meer groenten of meer fruit,’ zegt Omwezen. En dan is het interessant om te zien of dat advies ook wordt opgevolgd.

yoga

Wat gebeurt er met mijn gegevens?

Als Foodprofiler succesvol wordt, kunnen de data ook voor bedrijven nuttig zijn als zij onderzoek willen doen naar consumentengedrag. Dat roept vragen op over privcay – gerichte reclame is makkelijk gemaakt met zoveel data. Volgens de onderzoekers gaat dat niet gebeuren. ‘We anonimiseren de data en alle uitspraken worden alleen groepsgewijs gedaan,’ zegt Van den Puttelaar. En we gaan ook geen data verkopen om reclame mee te maken, wij blijven er altijd tussen staan.’

Ook de medische applicaties die Witkamp voor ogen heeft, kampen mogelijk met beveiligingsproblemen. Wat als gevoelige en vertrouwelijke informatie opeens gehackt kan worden? Witkamp noemt veiligheid een vanzelfsprekend iets, maar het moet volgens hem de ontwikkelingen niet in de weg staan. ‘Soms moet je risico’s nemen om succesvol te zijn. De keuze ligt altijd bij de patiënt, maar het voordeel is voor hen wellicht groter dan het risico. Bovendien: ziekenhuizen zijn ook niet altijd goed beveiligd. Jouw dossier is in het ziekenhuis niet per se veiliger dan in zo’n app.’

Wat is nu eigenlijk de aantrekkingskracht van die lifestyle-verbeterende apps? Simpel antwoord: mode en nieuwigheid. Een goede medische app moet meer kunnen dan het bijhouden van je bloedwaarden. Witkamp vergelijkt het met vitaminepillen bij de drogist. ‘Consumentenapps zijn die vitaminepillen. Je kunt ze zonder recept verkrijgen, in het slechtste geval doen ze niets en in het beste geval helpen ze een beetje. Voor medische applicaties is dat anders. Die moeten, net als geneesmiddelen die je alleen op recept kunt krijgen, een uitgebreide test ondergaan omdat ze een positief effect moeten hebben. Niet schadelijk zijn is niet genoeg.’

Afshin A. et al, ‘Information Technology and Lifestyle: A Systematic Evaluation of Internet and Mobile Interventions for Improving Diet, Physical Activity, Obesity, Tobacco, and Alcohol Use’, Journal of the American Heart Association (2016).