Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Franck Caldeira Marathon Rio 2007 lopen rennen

Op de laatste dag van de Olympische Spelen moeten de mannen nog de loodzware klassieke marathon verwerken. Hoewel fysieke training superbelangrijk blijft, denken steeds meer wetenschappers dat de nieuwe inzichten in prestatieverhoging uit de psychologie moeten worden gehaald. Welke huidige technieken kunnen lopers dan gebruiken om die ene extra kilometer uit zichzelf te halen?

‘Algemeen beschouwd zijn er twee aandachtsstrategieën die je kunt gebruiken om je persoonlijke grenzen bij het rennen te verleggen,’ stelt bewegingswetenschapper en sportpsycholoog Vana Hutter (Vrije Universiteit Amsterdam):

‘Als eerste is er de zogenaamde dissociatieve strategie, waarbij je je aandacht op alles behalve je eigen lichaam probeert te richten. Je luistert naar muziek, je loopt en praat samen met iemand anders, je kijkt naar wie er aan de kant staat te supporteren, je herhaalt voortdurend eenzelfde mantra, je denkt na over het weer, over wie er aan de finish staat, op hoeveel seconden je gaat eindigen, enzovoort. Dit is vooral een handige strategie voor personen die net beginnen te rennen. Als ze zich op hun lichaam zouden focussen, dan gaan ze wat sneller op de rem staan omwille van mogelijke pijntjes en andere ongemakken die tijdens het rennen kunnen optreden.’

De tweede strategie is de associatieve strategie, waarbij de hardloper de aandacht juist wel op het lichaam richt. Dat klinkt in tegenspraak met de vorige strategie, maar Hutter legt uit dat deze juist veel door de toplopers wordt gebruikt. Hutter: ‘Zij kennen hun eigen lichaam doorgaans door en door en hebben tegelijkertijd een grote pijntolerantie opgebouwd. Zij proberen zich bewust te worden van hoe verzuurd hun spieren zijn, hoe snel hun hart klopt, hoeveel pijn ze voelen. Door hun lichaam juist goed te monitoren, kunnen zij het onderste uit de kan halen en precies inschatten waartoe ze in staat zijn. En in plaats van zich op de negatieve kanten te richten, focussen ze op wat wel goed gaat.’

Een goede hardloper rent bewust

Beide strategieën hebben ook hun nadelen. Door de dissociatieve strategie kan de hardloper niet aanvoelen of hij/zij te hard of te langzaam gaat. Dat kan dan later een weerslag hebben. Anderzijds heeft het lichaam bij het lopen sowieso al de neiging om signalen af te geven dat wat je doet een slecht idee is. Het maant je aan om het rustig aan te doen. Met de associatieve strategie is het wat gemakkelijker in die val te trappen. Hutter: ‘Het komt er dus vooral op neer dat je door oefening en ervaring deze strategieën op een juiste manier leert inzetten. Professionals leren bewust om op de juiste momenten over en weer te switchen.'

Marathon rennen lopen dood Luc-Olivier Merson phidippides

De prijs van niet naar je lichaam luisteren

Onlangs zagen we hoe het menselijk lichaam zelfs in de meest extreme situaties in staat is om amper pijn te voelen. Als je erin slaagt harder te lopen dan je normaal doet, dan is het logisch dat je daar later ook de fysieke weerslag van zult voelen. Maar niet luisteren naar de pijn van je lichaam kan natuurlijk altijd slechter uitpakken.

Volgens Hutter is het zeker mogelijk om een grote prestatie neer te zetten door via de associatieve strategie telkens een plekje in het lichaam te zoeken dat geen pijn doet en daar energie en wilskracht uit te putten. Maar sportpsycholoog Gerald Weltevreden (Universiteit van Amsterdam) kent ook een voormalige student die, ondanks de pijn in zijn knie, een marathon uitliep. Nu kan hij nooit meer hardlopen. Weltevreden: ‘Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen de goede en slechte pijn die een hardloper kan krijgen. Over verzuring hoef je je absoluut geen zorgen te maken. Maar als het over andere pijn gaat, kun je toch het best twee keer nadenken.’

Gebruik je verstand bij het lopen

Zowel Hutter als Weltevreden vinden het ook belangrijk realistische doelen te stellen. Niet alleen omdat je je lichaam zo aan fysieke kracht kunt laten winnen, maar ook omdat je jezelf dan psychisch kunt belonen wanneer je de doelen gehaald hebt. Hutter: ‘Als je in een wedstrijd zit, kan het geen kwaad dat je eens helemaal losgaat. Maar tijdens de training is het zowel voor de recreatieve sporter als de topatleten belangrijk dat ze binnen de doelstellingen blijven die ze zich voor die training hadden opgelegd en zo langzaamaan opbouwen.’

En naast het feit dat voldoende rust nemen sowieso belangrijk is, herinnert Hutter er graag nog eens aan dat het ook allemaal niet zo hard hoeft. Hutter: ‘Rennen is zowel lichamelijk als psychisch gezond. Mensen krijgen er een opgewektere en stabieler gemoedsstemming van. Maar om effect te hebben hoef je echt geen marathon lopen. Regelmatig het blokje om fietsen kan net zo goed.’

steek lopen moe uitgeput marathon boston renner loper rennen

ACHTERGROND:
Kan je hart het snel begeven door steeds harder te rennen?

Het is een griezelige gedachte die misschien wel eens door je hoofd spookt tijdens het rennen: ‘Mijn hart gaat al zo tekeer, bestaat er een kans dat ik opeens een hartstilstand krijg of ik mijn hart verwond wanneer ik er nog een schepje bovenop doe?’ Het is de ultieme nachtmerrie van elke sporter, maar Vana Hutter kan ons op dat gebied geruststellen.

'Een hoge, krachtige hartslag hoort bij intensieve inspanning. Hierbij vragen je spieren en organen naar zuurstof om daarmee energie vrij te kunnen maken. En het hart kan in die grotere zuurstofvraag voorzien door krachtiger en sneller zuurstofrijk bloed te gaan pompen. Zowel de hoeveelheid zuurstof in het bloed als de maximale pompkracht van het hart zijn echter beperkt. Als de inspanning zo intensief is dat er meer energie wordt gevraagd dan dat er met behulp van zuurstof geleverd kan worden, dan maakt het lichaam ook energie vrij zonder zuurstof, zogenaamde anaerobe energielevering. Het nadeel van deze manier van energie leveren is dat er melkzuur bij vrijkomt. Dat veroorzaakt het bekende verzuurde, vaak branderige gevoel bij zware inspanningen.’

Maar hoe zit het dan met die nieuwsberichten over die mensen die tijdens of na een sportwedstrijd een dodelijke hartinfarct kregen? ‘Dat is inderdaad bovenal tragisch,’ zegt Hutter. ‘Het probleem is echter dat de mediabelangstelling voor deze gebeurtenissen erg groot is en er hierdoor bij het publiek een vertekend beeld kan ontstaan dat intensief sporten gevaarlijk is voor je hart. In werkelijkheid wijzen de statistieken uit dat het risico op een hartaanval relatief bekeken erg laag is voor sporters, in vergelijking met niet-sporters. En over het nut van sportmensen preventief op het hart te laten screenen wordt binnen de wetenschap nog gediscussieerd.’

Naast de intensiteit van hartkloppingen bestaat er ook zo iets als de duur van een intensieve inspanning. Omwille van deze en andere situaties blijft het daarom natuurlijk altijd verstandig om rekening te houden met het verleden en de huidige situatie van je eigen lichaam. Ook als je geen eerdere hartproblemen of andere fysieke kwalen hebt gehad. Aarzel niet om bij twijfel advies te vragen aan je dokter of cardioloog.