Rups

Vluchtend voor de klimaatverandering beginnen zuidelijke planten massaal aan een migratie richting het noorden. Terwijl de planten Nederland bereiken, zitten hun natuurlijke vijanden vaak nog in het warme zuiden. Als we begrijpen hoe planten reageren op klimaatverandering, kunnen we tijdig anticiperen om invasieve woekeraars te voorkomen.

Wim van der Putten doet onderzoek bij het Nederlands Instituut voor Ecologie om erachter te komen welke Zuid-Europese planten zich hier in Nederland zullen gaan vestigen als gevolg van de klimaatverandering. Hij vertelt hierover bij Nieuws en Co.

Hoe de Nederlandse flora zal veranderen door klimaatverandering

Hoe de Nederlandse flora zal veranderen door klimaatverandering

Door klimaatverandering krijgen we vaker extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogte of hevige plensbuien. Als het langdurig droog is, verandert het bodemleven en zullen bepaalde plantensoorten overheersen of juist verdwijnen.  Daarnaast komen door de klimaatverandering steeds meer plantensoorten uit het zuiden ons land binnen. Zijn de immigrerende plantensoorten beter of minder bestand tegen de extreme weersomstandigheden en welke rol speelt het bodemleven hierbij?

Van der Putten is op zoek naar de antwoorden. “We kunnen daarmee bepalen wanneer natuurbeheerders direct moeten ingrijpen als een exoot zich hier vestigt, of dat de natuur dit zelf op kan lossen. Als het bodemleven zich aanpast, kan de natuur zichzelf in balans houden.”

Invasieve exoten

Het is ingewikkeld om te voorspellen hoe ons ecosysteem reageert op exoten. “We onderzoeken een probleem dat nog geen probleem is”, vertelt Van der Putten. Maar dit is wel nodig om te kunnen anticiperen, want voor je het weet is het te laat.

Dat zie je bij de Japanse duizendknoop. Gemeenten wringen zich in allerlei bochten om deze plant nog te kunnen bestrijden. De exoot is hier gekomen als leuk tuinplantje, maar groeit nu dwars door alle funderingen en riolen heen. Als we dit hadden geweten hadden er eerder maatregelen getroffen kunnen worden.

Nu is de Japanse duizendknoop bewust geïntroduceerd door de mens. Maar wanneer een plant hier terechtkomt vanwege klimaatverandering is lastig in te schatten. Hier proberen de onderzoekers vat op te krijgen. “Je ziet dat Zuid-Europese planten het hier ook goed beginnen te doen. Ze verschijnen bijvoorbeeld vanzelf langs snelwegen”, zegt Van der Putten.

Natuurlijke vijanden achtergelaten

In Zuid-Europa hebben planten meer natuurlijke vijanden dan in Nederland. Ook zijn er bodemorganismen die de plantwortels belagen. Dus in het zuiden hebben planten een sterkere afweer nodig die belagers op afstand houdt.

Met de reis naar het noorden nemen de zuidelijke planten dit sterke verdedigingsmechanisme mee, terwijl hun natuurlijke vijanden soms achterblijven. De Nederlandse insecten hebben dus een kleine kans om de Zuid-Europese planten aan te vallen. De zuidelijke planten kunnen ongestoord doorgroeien en zich mogelijk tot een plaag ontwikkelen.

Knoopkruid

Knoopkruid, in Amerika een invasieve exoot

Veerkrachtige plant

Om toekomstige migrantenplanten in kaart te brengen, zetten Van der Putten en zijn collega’s bodem- en klimaatverandering in scène. Zo kunnen ze zien hoe verschillende plantensoorten reageren. Hiervoor planten ze zuidelijke en noordelijke plantensoorten in Nederlandse grond en vergelijken de groei met planten die in een mengsel van Zuid-Europese en Nederlandse grond groeien.

Vervolgens stellen ze de planten bloot aan droogte. De eerste gevolgen worden momenteel gemeten: zowel de Nederlandse planten als de Zuid-Europese planten zijn er slecht aan toe door uitdrogingsverschijnselen.

Het is nu afwachten welke plantsoorten, na de eerste regenval, het veerkrachtigst zijn. De planten die zich herstellen, hebben een goede kans om de klimaatverandering te overleven. Die plantensoorten kunnen we op termijn dan ook in Nederland verwachten. Het knoopkruid is bijvoorbeeld een potentiële kanshebber.

“Ook willen we onderzoeken hoe lang het duurt voor hun natuurlijke vijanden zich hier gaan vestigen. Uiteindelijk kunnen we dan bepalen welke plantensoorten we direct moeten bestrijden, en bij welke plantensoorten de natuur het zelf op kan lossen. Hiermee voorkomen we dat we alle plantensoorten uit het zuiden als een probleem gaan zien, want het is juist een goede zaak om nieuwe soorten binnen te zien komen die beter aan het klimaat van de toekomst zijn aangepast”, zegt Van der Putten.