Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Dinosaurus

Plantenetende dinosaurussen waren wandelende bacteriekwekerijen, die de wereld warm hielden met hun afvalgas, speculeert een Brits drietal. Hoe geloofwaardig is dat?

Hielden gigantische dinosaurussen de wereld warm met hun boeren en scheten? Het klinkt misschien bizar, maar het is een belangrijke wetenschappelijke kwestie. Eigenlijk is het vooral gek dat daar nu pas een voorzichtig antwoord op is geformuleerd. De uitkomst is: waarschijnlijk wel. Drie Britse wetenschappers rekenen in Current Biology voor dat gassen uit de ingewanden van de plantenetende reptielen een belangrijke invloed op het klimaat kunnen hebben gehad.

David Wilkinson, Euan Nisbet en Graeme Ruxton, van drie verschillende universiteiten, hebben er maar twee pagina’s voor nodig. Experimenten hebben ze niet gedaan, slechts een ruwe berekening die met wat goede wil op de achterkant van een bierviltje zou passen. Die draait om het sterke broeikasgas methaan, dat wij vooral kennen als aardgas, maar dat ook wordt geproduceerd door bacteriën in de ingewanden van planteneters. Uit koeienmagen en –darmen komt tegenwoordig jaarlijks vijftig tot honderd miljoen ton van het broeikasgas vrij, en er zijn goede redenen om aan te nemen dat dinosaurussen nog veel meer produceerden.

Sauropoden, de klasse van plantenetende dinosaurussen die honderd miljoen jaar lang overal ter wereld rondliepen, kun je beschouwen als enorme wandelende kweekvaten voor bacteriën, schrijven de drie wetenschappers. Die micro-organismen moeten essentieel zijn geweest voor de vertering van de taaie bladeren die de reuzen de hele dag zonder kauwen naar binnen werkten, want dierendarmen zijn daar van zichzelf niet goed in.

Overal warm

Hoe veel plantenetende dinosaurussen liepen er rond, en hoe veel methaan kwam er via hun boeren en winden naar buiten? De planeet was overal warm, weten we, en grotendeels vochtig. Het landoppervlak was iets groter dan vandaag. Van de 150 miljoen vierkante kilometer waren er 75 miljoen begroeid, nemen de onderzoekers aan. Een stuk meer dan nu voor koeien beschikbaar is.

Bovendien was het dus warm, en dan groeien planten sneller. Daardoor viel er ook meer te grazen. Alles bij elkaar schatten de onderzoekers dat op elk van die begroeide vierkante kilometers ongeveer tweehonderdduizend kilo plantenetende dinosaurus rondliep, zeg maar tien middelmatige brontosaurussen of twee argentinosaurussen van honderd ton per stuk. Verrassend veel, als je het mij vraagt. Toch is het wel plausibel, omdat de dieren geen energie kwijt waren aan het warmhouden van hun lichaam, en ook voor beweging niet veel nodig hadden. Dan kan weinig voedsel veel beest onderhouden.

Bij een methaanproductie van 0,18 kilo per dag per kilo lichaamgewicht, de hoeveelheid die hedendaagse niet-herkauwers zoals paarden de lucht in laten gaan, kom je dan op bijna 7 ton per vierkante kilometer per jaar. In totaal levert dit 520 miljoen ton methaan per jaar op voor de oeraarde, ongeveer evenveel als nu vrijkomt, voor het grootste deel door toedoen van de mens. Aangezien er uit andere bronnen waarschijnlijk ook nog veel methaan ontsnapte, zal dit gas waarschijnlijk een concentratie van 6 to 8 ppm (delen per miljoen) hebben gehad, schatten Wilkinson en z’n collega’s. Terwijl dat in de atmosfeer van vandaag maar 1,8 ppm is.

Meer dan koeien

Methaan is als broeikasgas ongeveer honderd keer zo krachtig als CO2, en als je weet dat koeien vandaag al een significant effect op het klimaat hebben, dan snap je dat dat voor die dino’s nog sterker geldt. Bovendien wordt methaan vanzelf omgezet in CO2, en dat blijft heel lang in de atmosfeer hangen. De boeren en scheten hielden de wereld dus flink warm.

Tenminste: als al die schattingen kloppen. En dat is allerminst zeker. Vrijwel elke stap van de rekensom in Current Biology is speculatief. De methaanproductie van de sauropoden kan veel kleiner zijn geweest, maar ook nog een stuk groter.

Het staat dus allemaal niet vast, maar in theorie is het heel goed mogelijk dat boerende dinosauriërs een belangrijke drijvende kracht zijn geweest achter het stabiele, warme klimaat dat meer dan honderd miljoen jaar duurde. Dat is toch een fascinerende gedachte.