Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Rellen in 2015 in Milaan

Kun je de mainstream media nog wel vertrouwen? Veel mensen vinden van niet en zoeken hun heil bij alternatieve bronnen. Peter Burger, onderzoeker van nieuwe media, volgt deze ontwikkeling op de voet. 'Het grote probleem is dat iedereen alles nepnieuws noemt'

Frankrijk staat al weken in brand. Grote groepen moslimjongeren vechten met de politie. En de Nederlandse media? Die zwijgen. Ze zijn bang de verkiezingen te beïnvloeden. Pas deze week berichtte de NOS over de onrust. En toen kreeg ook nog eens de politie de schuld: die zou z’n boekje te buiten zijn gegaan bij de arrestatie van een jongeman genaamd Théo. Althans, dat melden bronnen in alternatieve media en op Twitter. Wat is er aan de hand?

Mediahype

‘Ik ben er erg druk mee,’ zegt Peter Burger over de media-aandacht voor nepnieuws. Hij is universitair docent journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden. Burger doet al jaren onderzoek naar broodjes aap die op internet de ronde doen. Voor hem is het onderzoeken van berichten op Twitter een dagtaak. Sinds de verkiezingen in de VS en het bericht van NRC Handelsblad over de trollen van Denk, gaat dat vooral over nepnieuws. Burger: ‘Het is razend interessant voor mijn soort onderzoek.’

Het probleem van nepnieuws is nauwelijks groter geworden in de afgelopen tijd, denkt Burger. ‘Er is sprake van een mediahype en die neemt toe. Het grote probleem is dat iedereen alles nepnieuws noemt. Dat komt de duidelijkheid niet ten goede.’ Deze focus op nepnieuws begon met de berichten over Macedonische jongeren die geld verdienden aan verzonnen berichten die ze in Amerika verspreidden. De meesten was het puur om de kliks te doen. Hoe meer kliks, hoe meer ze voor hun nepnieuwsberichten betaald kregen.

Foto's hergebruikt

De berichten over de rellen in Parijs zijn geen zuiver nepnieuws. Er zijn wel degelijk rellen in Parijs. Die volgden op het brute optreden door de politie bij de arrestatie van een jonge man, Théo, begin februari. Deze protesten zijn volgens berichten op onder meer Twitter van een totaal andere orde van grootte dan wat de gevestigde media melden. Om de ernst van de situatie te benadrukken wordt op Twitter gretig oud beeldmateriaal hergebruikt. Nepberichten over een bestaande situatie dus.

Neem bijvoorbeeld een video in een reportage die Pegida over de rellen van de afgelopen weken maakte. Het materiaal stamt uit 2014. Kort na de arrestatie van Théo verscheen een foto van een politieagent die zou zijn afgetuigd in de Parijse voorstad Bobigny. The Observer, een website en tv-programma van France 24, achterhaalde de oorsprong van de foto. Die is gemaakt op 9 juli 2015 in Marokko, zo blijkt.  Er staat een agent op die was aangereden door een auto. Na deze gebeurtenis is de foto herhaaldelijk gebruikt ter illustratie van andere, niet-gerelateerde berichten.

Dit soort berichten worden massaal gedeeld. Ook Nederlandse politici doen daar aan mee. Tweede Kamerlid Fleur Agema (PVV) retweette een filmpje dat zou gaan over de rellen die nu in Parijs plaatsvinden. Het filmpje bleek gemaakt tijdens protesten tegen de arbeidswet in mei 2016. VNL lijsttrekker Jan Roos twitterde een kaartje dat suggereert dat heel Frankrijk in brand staat. Het plaatje bleek al in 2005 online gezet.

Wantrouwen

‘Het aantal mensen dat met slechte bedoelingen totale onjuistheden de wereld in brengt, is klein,’ zegt Burger. ‘Er zijn er ook maar weinig nodig.’ De meeste mensen die de berichten delen, behoren tot een tweede categorie. ‘Zij hebben een bepaald beeld van waar het niet naar toe moet met de wereld en zien dit bevestigd in de berichten,’ legt Burger uit. ‘Ze denken: het klopt met hoe ik de wereld zie. Vooral op Twitter is het vervolgens heel makkelijk om iets te delen. Ik denk ook dat mensen soms weten dat een bericht niet klopt, maar dat ze het delen, omdat het waar zou kunnen zijn.’

Een terugkerend element is een chronisch wantrouwen in de mainstream media. ‘Het is goed dat mensen kritisch zijn,’ vindt Burger. ‘Mainstream media zijn niet heilig. Iedereen kiest een frame, ook de NPO. Ze benadrukken bepaalde elementen van het nieuws en negeren andere kanten. Dat frame is zelden populistisch rechts.’ Burger ziet ook systeemfouten. ‘Nederlandse journalisten hangen aan instituties en onderzoeksjournalistiek is een uitzondering. Marcel Gelauff, de hoofdredacteur van de NOS, vindt wetenschapsjournalistiek onzin. Complottheoretici hebben een punt, maar hun alternatief is veel slechter. Mensen zijn kritisch richting de mainstream media, maar het zelf willen uitzoeken blijft vaak bij het kritiekloos retweeten van berichten.’

Hoe kun je dan weten of een bericht klopt? Je kunt moeilijk overal zelf bij zijn om de media, mainstream of alternatief, te controleren. Burger ziet juist in hetzelfde Twitter een oplossing. ‘Het is eigenlijk helemaal niet moeilijk,’ zegt hij. ‘Je kunt om te beginnen op een bericht klikken en de commentaren eronder lezen.’ Op Twitter zijn veel mensen als Peter Burger actief die onzinberichten debunken en laten zien waar foto’s en filmpjes vandaan komen. ‘Ik kan iedereen in een half uurtje leren om een plaatje te checken,’ zegt Burger. Op zijn website De Gestolen Grootmoeder staat een handleiding voor het herkennen van hergebruikte video's. Hetzelfde heeft The Conversation voor foto's. Zo zou je er achter kunnen komen dat de foto boven dit artikel afkomstig is van Wikimedia Commons en in 2015 in Milan is gemaakt.

Update: op 2 maart was Peter Burger te gast in radioprogramma Nieuws en Co. Daar vertelde hij dat het door hem geleide initiatief Niewscheckers (Universiteit Leiden) samen met NU.nl in Nederland berichten op Facebook gaat fact-checken. Beluister de uitzending hier.

Peter Burger in De Universiteit van Nederland

Ontdek meer in de special