URK

Zonder dat je het weet kan je partner een verre bloedverwant zijn. Dit komt vaak aan het licht door zeldzame, genetische afwijkingen die zich bij de kinderen openbaren. Een van de ziektes die het gevolg is van genetische isolatie, is de ziekte van Van Buchem. Deze erfelijke botaandoening komt voor op Urk.

Urk was tot 1939 een eiland in de Zuiderzee met een kleine populatie mensen (circa 4.000). Als een kleine populatie eeuwenlang bij elkaar woont, neemt de variatie in genen af. Zo'n geïsoleerde gemeenschap leidt dus tot genetische isolatie en dat vergroot de kans dat partners verre bloedverwanten van elkaar zijn. Alhoewel dit soms een negatieve bijklank heeft, is dit onterecht. Partners zijn zich niet van het bloedverwantschap bewust, want wie weet nou nog wie zijn stamouders zijn? 

Korte les genetica: hoe zat het ook alweer?

Genetische isolatie heeft alles te maken met DNA, genen, chromosomen en dus: genetica. In het DNA staan je erfelijke gegevens vastgesteld. Je kunt je voorstellen dat jouw DNA en dat van je broer of zus veel op elkaar lijken. Jullie hebben beiden 23 chromosomen van je vader gekregen en 23 chromosomen van je moeder. Toch zijn jullie niet identiek. Dit komt door de genen die in de chromosomen zijn vastgelegd. Elk gen bevat weer andere informatie. Je broer of zus kan dus net andere genen hebben dan jij.

Chromosomen zijn de dragers van erfelijke informatie. Hierin liggen eigenschappen vast en dus ook of iemand een erfelijke ziekte heeft. Elk chromosoom bestaat uit DNA en in het DNA liggen de genen. Iedere ouder geeft sterke en zwakke genen door. Zo’n gen bestaat uit twee allelen en een allel is simpelweg een variant van een gen. Neem het gen voor oogkleur: dat geeft een allel voor blauwe ogen en een allel voor bruine ogen. De oogkleur die het kind daadwerkelijk krijgt hangt af van het soort allelen. Onderscheid wordt gemaakt tussen dominante en recessieve allelen. De naam verklapt het al: de dominante allel domineert de recessieve allel. Enkel bij twee recessieve allelen komt een bepaalde eigenschap die bij dat allel hoort tot uiting.

Onderstaande tabel geeft een voorbeeld van het bepalen van de oogkleur. In de tabel staat de grote letter B voor de dominante allel: bruine oogkleur. De kleine letter b staat voor de recessieve allel: blauwe oogkleur. Te zien is dat beide ouders de gencombinatie Bb doorgeven. Ze hebben zelf bruine ogen, maar zijn drager van de oogkleur blauw. Dit geeft een kans van 75% dat het kind bruine ogen krijgt en 25% kans dat het kind blauwe ogen krijgt.

Tabel gen oogkleur

De ziekte van Van Buchem

Het voorbeeld van oogkleur is toe te passen op bepaalde erfelijke ziektes. Neem de ziekte van Van Buchem. Bij deze ziekte maakt de patiënt overmatig bot aan wat leidt tot dikkere en bredere botten in de schedel. Deze erfelijke botaandoening wordt doorgegeven door een recessief allel. Het kind moet dus twee recessieve allelen van de ziekte van Van Buchem krijgen om ziek te worden. De infographic beschrijft het overdragen van de ziekte:

overdragen erfelijke ziektes

De afbeelding geeft een voorbeeld van ouders die bloedverwanten zijn en ouders die geen bloedverwanten zijn. Bij de bloedverwanten is te zien dat beide ouders drager van de ziekte zijn (Aa). De ziekte van Van Buchem zit dus in hun DNA, maar komt niet tot uiting dankzij de dominante allel. Toch geeft dit 25% kans dat het kind de ziekte van Van Buchem krijgt (aa).

Genetische isolatie op Urk

De vraag rijst: ‘Waarom zouden twee bloedverwanten samen een kind nemen, als ze zich bewust zijn van de nadelige gevolgen?’ Deze bloedverwanten weten niet dat ze dezelfde bloedlijn hebben. Neem de onderstaande stamboom. Hierin worden families uit Urk beschreven. Zeer waarschijnlijk is dat Tijmen Teunis Hakvoort of Liesbeth Jelles Loosman drager van de ziekte van Van Buchem was. Zij kregen samen drie zonen, die ieder een familie opbouwden. Dit gaat goed tot de zesde generatie. Een dochter uit de zesde generatie en een zoon uit de zevende generatie trouwen en krijgen vier kinderen. Zonder dat ze het door hebben zijn ze beiden bloedverwanten van Hakvoort en Loosman. Eén van de kinderen krijgt de ziekte van Van Buchem. Dit gebeurt nog vier keer in de achtste generatie.

Stamboom Urk

Onderzoek naar de ziekte van Van Buchem

In 1955 beschrijft professor Frans van Buchem voor het eerst de ziekte. Bijna vijftig jaar later in 1998 ontdekt Wim van Hul dat het komt door een genetisch defect op chromosoom 17. De erfelijke aandoening wordt veroorzaakt door een fout van het SOST-gen. Dit gen zorgt normaal gesproken voor de productie van sclerostine. Dat is een eiwit dat verantwoordelijk is voor de rem op botvorming. Bij een patiënt met Van Buchem staat dit eiwit op spaarstand, wat zorgt voor verdikking in de botten. Dit leidt tot vervelende gevolgen, zoals beknelling van de hersenzenuwen.

Schedels van Buchem

Een Van Buchem schedel (rechts) weegt zwaarder dan drie normale schedels (links).

Echter niet ieder kind dat voortkomt uit twee bloedverwanten krijgt deze erfelijke ziekte. Er zijn duizenden genen, waarvan maar één het SOST-gen is. Het kind moet dan nog van beide ouders een recessief gen krijgen, wil de ziekte tot uiting komen. Al met al zal de ziekte van Van Buchem pas verdwijnen als de genetische isolatie op Urk verdwijnt. Sinds 1940 is het inwonersaantal met 16.000 bewoners gestegen. En hoe meer import van buitenaf, hoe grotere variatie aan genen en hoe kleiner de kans dat twee partners dezelfde stamouders hebben.

Ontdek meer in de special