Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
vaccin

Eens in de zoveel tijd gaat het mis in de wetenschappelijke wereld. Publicaties die statistische fouten bevatten of op een andere manier niet deugen, krijgen veel media-aandacht en zijn onderwerp van gesprek op de gemiddelde werkvloer. Wetenschapsjournalisten zijn mede schuldig aan het kritiekloos verspreiden hiervan. Hoe scheid je feit en fabel?

In de podcast van De Kennis van Nu schuiven deze week Rinke van den Brink, gezondheidsredacteur van de NOS, Hester van Santen, wetenschapsredacteur bij NRC en Bouwe van Straten, wetenschapsredacteur bij de website van De Kennis van Nu, aan om hierover te praten. De NOS heeft meerdere malen onder vuur gelegen, onder meer vanwege een recente blunder in het journaal. Wat een nieuwsitem had moeten zijn, leek meer op een verkapte reclame voor de producent van zogenaamde oermelk.

Depubliceren is geschiedvervalsing

‘Daar was ik heel ongelukkig mee,’ zegt Van den Brink in de podcast. ‘Ik had al twijfels of we het moesten brengen. Het is een bedrijf dat op een bepaalde manier in de publiciteit weet te komen, en dat is ze goed gelukt. De dag erna hebben we een kritisch artikel gepubliceerd, maar dan is de schade al geleden.’

De rol die de wetenschapsjournalist moet spelen in het al dan niet aankaarten van wetenschappelijke blunders, is niet altijd duidelijk. De Kennis van Nu publiceerde in september een artikel over een promotieonderzoek aan de UvA, waaruit zou blijken dat kinderen met strenge ouders vaker gaatjes in hun tanden hadden. Achteraf zaten allerlei haken en ogen aan de publicatie. Maar hoe los je dat op? ‘De neiging om te depubliceren is aanwezig, maar dat is toch een soort geschiedvervalsing,’ aldus Van Straten. Vaak kiezen redacties dus voor een rectificatie. Of die net zo goed gelezen wordt als het originele artikel, is natuurlijk niet te zeggen.

Voorkomen is beter dan genezen. Wetenschapsredacties moeten dus alert zijn op mogelijke lariekoek. Gezond verstand voert de boventoon: als iets niet lijkt te kloppen, dan doet het dat waarschijnlijk ook niet. Verder onderzoek is dan geboden, bijvoorbeeld door met collega’s te praten of te zoeken naar vergelijkbare studies. Het bellen van gerespecteerde wetenschappers in hetzelfde onderzoeksgebied is eveneens een betrouwbare methode.

Wetenschap is maar een mening

En zelfs al doe je als journalist gedegen verslaggeving, dan nog neemt niet iedereen je berichten voetstoots aan. Steeds meer hoogopgeleide ouders kiezen ervoor hun kinderen niet te vaccineren, een beslissing die rechtstreeks tegen gangbare wetenschappelijke inzichten in gaat. Van Straten: ‘Onze neiging is om met informatie te komen, maar dat heeft niet altijd effect. Het is voor veel mensen een gevoelskwestie.’

Inmiddels is een Kamermeerderheid voorstander van het plan om kinderdagverblijven gegevens over niet-gevaccineerde kinderen openbaar te laten maken. Voor Van Santen is dat een stap die voor veel ouders te ver gaat. Van den Brink: ‘Iedereen heeft het recht te zeggen: ik doe die vaccinaties niet. Maar het recht van de één is het risico van de ander.’

Ben je benieuwd wat de wetenschapsjournalisten nog meer te zeggen hebben? Luister dan naar de podcast!

Wetenschappelijke missers in media: hoe voorkom je die?

Vorig jaar kregen we te horen dat rood vlees eten even erg is als roken. Dit jaar dat we elke ochtend twintig minuten moeten spoelen met kokosolie om gifstoffen te verwijderen, dat A2-melk beter is dan gewone melk en dat zonnepanelen meer energie kosten dan ze opleveren. De lijst met wetenschappelijke missers die breed worden uitgemeten in de media is lang. Tijd om hand in eigen boezem te steken.