Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Zweetlucht, lichaamsgeur

Wat we van de lichaamsgeur van een ander vinden hangt erg af van wie die ander is. Terwijl we de zweetlucht van een medepassagier walgelijk genoeg vinden om een paar banken op te schuiven, kan die van onze partner woest aantrekkelijk zijn. Hoe komt dat?

Walging is een natuurlijk beschermingsmechanisme tegen dat wat ons ziek maakt. Zo vinden we afvalproducten van het lichaam als poep en braaksel en alles wat rot walgelijk. Maar walging houdt ons ook op een veilige afstand van vreemdelingen. Want mensen van buiten onze groep kunnen onbekende ziektekiemen met zich meedragen. Walging voorkomt dat je ziek wordt en het houdt groepen uit elkaar. Maar binnen de groep is walging niet zo handig. Kon je je afkeer voor viezigheid niet onderdrukken, dan zou het verschonen van de poepluier van je kind knap lastig zijn. Seks zou er vermoedelijk helemaal bij inschieten.

Hoeveel walging iemand bij ons opwekt, hangt dus af van de afzender. Maar hoe kan dat? Wordt onze walging aangedikt wanneer we met een vreemde te maken hebben, of zijn we in staat onze walging te onderdrukken wanneer het iemand van onze eigen groep betreft? Een team van Britse wetenschappers gingen uit van de laatste stelling. Bovendien zagen zij onze mogelijkheid walging te onderdrukken als potentieel belangrijk voor samenwerking binnen groepen.

Gedeelde identiteit

In een eerste experiment wezen de onderzoekers vrouwelijke studenten van de Sussex University op de groep waarvan zij deel uit maakten. Dat ging om hun eigen identiteit, hun identiteit als student uit Sussex of als student in het algemeen. Vervolgens schotelden de onderzoekers hen een ongewassen t-shirt voor dat een week lang was gedragen door een jongeman. Op het t-shirt stond het logo van de rivaliserende Brighton University.

De mate van walging die de studenten rapporteerden hing af van wat zij als hun groep zagen. Snoven ze aan het t-shirt en zagen zij de eigenaar als medestudent, dan rapporteerden ze minder walging dan wanneer ze zichzelf als student uit Sussex zagen of wanneer ze bewust waren van hun eigen identiteit. In het eerste geval waren ze ook meer geïnteresseerd in het leggen van contact.

In een tweede experiment werden mannelijke en vrouwelijke studenten ofwel gewezen op hun identiteit als student van St Andrews University ofwel op hun identiteit als student. Vervolgens kregen ze zweetshirt voorgeschoteld met het logo van hun eigen universiteit, die van Dundee University (een rivaal) of een neutraal shirt. Na het ruiken werd hen gevraagd hun handen te wassen. De onderzoekers maten hoe snel ze naar de kraan liepen, hoeveel zeep ze gebruikten en hoe lang ze bezig waren met hun handen wassen. En wat bleek? Dachten ze dat ze de geur van een rivaal of een neutrale persoon hadden geroken, dan liepen ze sneller naar de kraan, pompten vaker met de zeeppomp en deden langer over hun handen wassen. Ze beoordeelden de geur niet alleen anders, ze pasten ook hun gedrag aan.

Walging onderdrukken

De onderzoekers concluderen dat we een natuurlijk basisniveau van walging voor de lichaamsgeur van een ander hebben. Binnen onze groep kunnen we deze natuurlijke verdedigingsmuur laten zakken door walging te onderdrukken. Dat stelt ons in staat de lichamen van onze groepsgenoten in onze omgeving te tolereren en dat maakt samenwerken mogelijk. Buiten onze groep zorgt de walging ervoor dat we een gezonde afstand bewaren. Hierbij maakt het niet uit of het gaat om een willekeurig onbekend individu of een lid van een rivaliserende groep.

Een ander belangrijk punt is dat wat we als de grenzen van onze groep zien geen absoluut gegeven is. We definiëren ze zelf of laten ze door anderen opleggen. Toch filtert onze definitie van de groepsgrenzen onze waarneming van de ander. Zo kan de geur van iemand die we (al dan niet moedwillig) buiten onze groep plaatsen ons daadwerkelijk meer walging inboezemen.

Dit onderzoek verscheen in PNAS.