Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Imagine - How creativity works
Volgens het Amerikaanse spreekwoord mag je een boek niet beoordelen op zijn cover. Voor Imagine, het nieuwe werk van Jonah Lehrer, gaat die stelling zeker op: de kaft belooft meer dan de inhoud waarmaakt.

Je ontkomt er niet aan het nieuwe boek van Lehrer te beginnen met hooggespannen verwachtingen. Die verwachtingen worden gewekt door de ondertitel Hoe creativiteit werkt, en doordat de achterflap wordt opgeluisterd met een enthousiaste blurb van Malcolm Gladwell – een van de bekendste populairwetenschappelijke intellectuelen van dit moment. Het is begrijpelijk dat Lehrer kameraadschap zoekt bij zijn Canadese collega, want de overeenkomsten tussen de twee schrijvers vallen op: ze pennen allebei voor The New Yorker, ze hanteren allebei dezelfde werkwijze, en ze hebben zelfs allebei de gewoonte om hoofdstukken op te bouwen uit titelloze, genummerde paragrafen. Maar op één punt blijft Lehrer ver achter.

Het thema van Imagine is creativiteit. De auteur omschrijft dat als 'ons meest belangrijke geestelijke talent: het vermogen om iets voor te stellen wat nooit heeft bestaan.' Iedereen heeft wel eens een mooi idee gehad, een goede gedachte gevormd of (minstens in het hoofd) een prachtig kunstwerk gemaakt – maar waar die ingevingen precies vandaan komen, blijft mysterieus en raadselachtig. In Lehrers woorden:

Juist dat geheimzinnige van de creativiteit – het feit dat het zo moeilijk is om te begrijpen wat er gebeurt, zelfs als het onszelf overkomt – betekent dat wij doorbraken vaak aan een kracht buiten onszelf toeschrijven. Tot de Verlichting was de verbeelding zelfs synoniem aan hogere machten: creatief zijn betekende dat men een doorgeefluik voor de muzen was, een spreekbuis voor het vernuft van de goden. (Tenslotte betekent ‘inspiratie’ letterlijk ‘inblazing’.) Omdat mensen creativiteit niet konden begrijpen, namen zij aan dat hun beste ideeën ergens anders vandaan kwamen. De verbeelding werd uitbesteed.

De gehanteerde toon maakt duidelijk dat de auteur zich voorgenomen heeft een einde te maken aan deze erbarmelijke wantoestand. Na eeuwenlang gepuzzel, gepeins en getob, zal Lehrer het enigma creativiteit wel eventjes oplossen. Dat probeert hij in twee stappen: de eerste helft van zijn boek besteedt hij aan individuele creativiteit, waarbij hij volgens het populaire cliché onderzoekt wat er in de menselijke hersenen gebeurt wanneer er creatief wordt nagedacht; in de tweede helft richt hij zich op de omgeving, waarbij hij nagaat wat de rol van samenwerking, cultuur en tijdsperiode is.

Dylan, Auden en autistische surfdudes
Zijn methode kennen we uit de geschriften van Gladwell. Hoofdstukken beginnen doorgaans met een guitige anekdote – veelal uit het zakenleven of de kunstwereld – die de centrale claim moet illustreren. De stelling dat tegenslag creativiteit versterkt, wordt bijvoorbeeld ingeluid door het verhaal van Bob Dylan, die in een persoonlijke crisis halverwege de jaren zestig besloot te stoppen met musiceren – om vlak daarna zijn beste songs te schrijven. Hoe ludieker het voorbeeld, hoe leuker de schrijver het vindt. Lehrer sjeest onder meer langs de ontdekking van de Swiffer, de drugsverslaving van W.H. Auden, de uitvinding van afplaktape en post-its, de autistische surfdude Clay Marzo en de toiletten bij animatiebedrijf Pixar.

Zit de lezer na zo’n (soms vergezochte) case study eenmaal in het verhaal, dan volgen een verdere onderbouwing door interviews met wetenschappers, samenvattingen van onderzoek en nóg meer verhaaltjes. Die speelse en eclectische aanpak kan charmant zijn, maar Lehrer verzuipt erin. Niet alleen herhaalt hij zichzelf onnodig (het bovenstaande citaat zegt eigenlijk vier keer hetzelfde), veel erger is dat hij zichzelf voortdurend tegenspreekt.

Zo behandelt Lehrer het dopaminebeloningscircuit, het hersengedeelte verantwoordelijk ‘voor het genereren van de aangename gevoelens die aangename dingen bij ons oproepen.’ Ook communiceert het circuit met de prefrontale cortex, het breinstuk dat aandacht stuurt en concentratie mogelijk maakt – nodig voor het afronden van creatieve ideeën. Vervolgens schrijft Lehrer: ‘Het is niet leuk om een muzikaal motief bij te slijpen of een schets weg te gooien. In feite zijn er aanwijzingen dat het vermogen ons onophoudelijk op een creatief probleem te concentreren ons zelfs ongelukkig kan maken.’ Een prachtige paradox: een depressie dankzij het geluksgedeelte van ons brein – jammer dat de auteur er verder geen woord aan besteedt.

Missende visie
Een ander voorbeeld is dat Lehrer in hoofdstuk vier beweert dat muzikanten pas creatief kunnen improviseren wanneer zij eerst jarenlang oefenen en streng studeren, terwijl hij in het chapiter daarna stelt dat nieuwelingen vaak de beste ideeën hebben en dat ‘deskundigheid verkrijgen ten koste gaat van creativiteit’. Hoe die conflicterende uitspraken zich tot elkaar verhouden, mogen lezers zelf uitzoeken. En eenzelfde probleem is vindbaar in de centrale opzet van Imagine. In de tweede sectie van het werk stelt de auteur dat creativiteit vaak vooral door omgevingsfactoren veroorzaakt wordt. Na een anekdote over toneelschrijver Shakespeare concludeert hij:

Hoewel Shakespeare vaak beschouwd wordt als een onverklaarbaar talent – een mans wiens werk buiten de geschiedenis staat – blijkt dat hij zeer afhankelijk was van de tijd waarin hij leefde. Door de chaos van het elizabethaanse Engeland werd hij geïnspireerd om toneelschrijver te worden en kon hij zichzelf transformeren […] tot de grootste schrijver aller tijden. In andere woorden: Shakespeare herinnert ons eraan dat creatieve productie grotendeels bepaald wordt door de cultuur waarin die ontstaat.

Dat kan heel wel zijn, maar de stelling dat creativiteit voornamelijk buiten het individu ligt, maakt de volledige eerste helft van zijn boek overbodig. Die spanning voelt de schrijver zelf ook, maar hij kan het niet bevredigend oplossen: het blijft bij tussenzinnetjes dat Shakespeare toch ook een 'ongekend talent' had.

Het grote manco van Imagine is daarmee duidelijk. Het verschil tussen Gladwell en Lehrer is simpel samen te vatten: Gladwell schrijft over één idee (in Blink bijvoorbeeld dat intuïtie soms betrouwbaarder is dan analyse), maar Lehrer schrijft over één thema (creativiteit). Het resultaat is dat álles wat over creativiteit te vertellen valt, ook vertelt wordt – maar zonder dat het gebundeld wordt tot één heldere gedachte of stelling. Een eigen visie had de botsende ideeën kunnen verklaren of oplossen, maar het gebrek daaraan zorgt dat de lezer vooral vragen tegenkomt. Als Lehrers boek ons één ding leert, dan is het dat we nog steeds niet weten hoe creativiteit precies werkt.

Titel: Imagine - Hoe creativiteit werkt
Auteur: Jonah Lehrer
Uitgever: Business Contact, juni 2012
paperback, 288 pagina's, 19,95 euro
ISBN: 978 90 254 5999 4