Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
larve

De een krijgt elke lente last van traanogen en niesbuien, de ander heeft altijd een puffer in z’n zak vanwege astma. Ontstekingsziektes komen bij de gehele bevolking veelvuldig voor, maar ieder immuunsysteem is anders. Maar waar komt die variatie precies vandaan? Onze leefomgeving heeft er een boel mee van doen.

Dat mensen allemaal een ander immuunsysteem hebben, komt de weerbaarheid van onze soort tegen ziekteverwekkers ten goede. Genetische aanleg zorgt voor ongeveer 20 tot 40 procent van deze variatie. De rest, 60 tot 80 procent, heeft een andere oorzaak. Een publicatie die vorige week is gepubliceerd in Cell Press onderzoekt verschillende mogelijke factoren.

Leeftijd en geslacht hebben invloed

Rond de 5 procent komt door ‘intrinsieke’ aspecten, zoals leeftijd en geslacht. Oudere mensen hebben een minder goed werkend immuunsysteem. Hierdoor zijn ze vatbaarder voor infecties en minder goed in het opvangen van vaccinaties. Ook sekse maakt uit: vrouwen hebben meer last van auto-immuunziektes, terwijl mannen eerder vatbaar zijn voor ziektes veroorzaakt door virussen, bacteriën en schimmels.

Toch zijn de immuunsystemen van mannen en vrouwen niet radicaal anders. En de cellulaire verschillen die er zijn, zijn sterker aanwezig bij mannen met een hoge testosteronspiegel en verdwijnen na de menopauze bij vrouwen, wat volgens de onderzoekers het idee geeft dat geslachtshormonen hiermee te maken hebben. Het is nog onduidelijk hoe.

Samenwonen maakt immuunsysteem gelijk

Het leeuwendeel van de samenstelling van ons immuunsysteem is afkomstig van elementen van buitenaf: onze leefomgeving. Onderzoeker Hermelijn Smits van het LUMC stipte dit deze week ook al aan in onze podcast. Zij onderzoekt hoe parasitaire wormen kunnen helpen het immuunsysteem zo te beïnvloeden dat ontstekingsziekten als astma en hooikoorts kunnen worden voorkomen.

Het artikel in Cell Press laat zien dat mensen die samen wonen over het algemeen weinig variatie hebben tussen hun immuunsystemen. ‘De voortdurende aanwezigheid van ‘vreemde’ microben en ziekteverwekkers legt een constante druk op het immuunsysteem, waardoor de samenstelling ervan wordt aangepast,’ aldus Smits. Om die reden hebben ook chronische infecties een grote invloed op het immuunsysteem.

Immuunsysteem moet opgevoed worden

Andere factoren vanuit onze omgeving en levensstijl die bepalen hoe de samenstelling van het immuunsysteem eruit ziet zijn bijvoorbeeld of je rookt, een huisdier hebt, te zwaar bent of in de buurt van pollen woont. Smits: ‘Helaas bespreken ze in het artikel niet in hoeverre blootstelling op zeer jonge leeftijd aan allergenen en ziekteverwekkers kan bijdragen aan het goed opvoeden van het immuunsysteem.’ Juist jonge kinderen hebben er baat bij als zij in aanraking komen met allergenen. Het is zo namelijk mogelijk het immuunsysteem te leren geen overdreven reactie hierop te produceren.

Ontstekingsziekten komen tegenwoordig veel meer voor dan vroeger. Volgens Smits is dit deels te wijten aan het feit dat we bijna geen parasieten meer in onze leefomgeving hebben. Het uitgangspunt van haar onderzoek is dat stoffen die parasitaire wormen uitscheiden, ons vroeger hielpen niet vatbaar te worden voor allergieën en auto-immuunziekten. Weten hoe dit werkt? Luister dan naar onze podcast!

Liston et al, 'Shaping Variation in the Human Immune System', Cell Press (2016)

Podcast: Kunnen parasieten zorgen dat je nooit meer hooikoorts krijgt?

Podcast: Kunnen parasieten zorgen dat je nooit meer hooikoorts krijgt?

Denken aan parasieten maakt niet direct vrolijk. We associëren ze met teken, mijten, luizen en vlooien: dieren we die liever zien gaan dan komen. Ze maken ons ziek, denken we vaak. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Sterker nog: misschien kunnen ze sommige allergieën zelfs helpen voorkomen.