Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
heerlijk oneerlijk

Is de mens een berekenend wezen dat rationeel afweegt of misdaad en fraude lonen? Niks daarvan, betoogt Dan Ariely in zijn nieuwe boek. Je wil wel voordeel halen uit fraude, maar tegelijkertijd jezelf in de spiegel kunnen blijven aankijken. Het resultaat: gesjoemel.

Het nieuwste boek van Ariely had nauwelijks actueler kunnen zijn. Onlangs presenteerde de Commissie Schuyt van de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW) haar aanbevelingen om fraude in de wetenschap tegen te gaan. Aanleiding van het onderzoek van de commissie was de omvangrijke fraude die Diederik Stapel jarenlang had gepleegd.

Een van de opmerkelijkste aanbevelingen uit het rapport van de commissie was om beginnende wetenschappers een eed te laten afleggen. Op internet werd hierop meesmuilend gereageerd. Maar is het wel zo onzinnig? Wie het net verschenen boek Heerlijk oneerlijk van de gedragswetenschapper Dan Ariely leest, komt wellicht tot de conclusie dat het idee helemaal zo gek nog niet is.

Centraal in het boek staat de vraag hoe we tot onoprecht en frauderend gedrag komen. Veel van de ideeën hierover gaan uit van een model uit de rationele economie dat afkomstig is van Gary Becker, een Nobelprijswinnaar en econoom aan de Universiteit van Chicago. Becker kwam met het Eenvoudige Model van de Rationele Misdaad (EMRAM), dat uitgaat van een rationele kosten- batenanalyse.

Ariely illustreert het model aldus: ‘als we krap zitten en langs een winkel rijden, maken we een snelle inschatting hoeveel geld er in de kassa zit, wegen af hoe groot de kans is dat we gepakt worden, en wat de straf is die we krijgen als we gepakt worden, uiteraard met aftrek voor goed gedrag’. Ons gedrag wordt volgens het EMRAM afgestemd op die afweging. (Inderdaad: in deze optiek is iedereen een potentiële winkeldief.)

Tussen gewin en goed gedrag
In het eerste hoofdstuk laat Ariely zien dat dit model niet werkt. In vorige boeken had Ariely al laten zien dat de mens zich meestal verre van rationeel gedraagt, en dit boek gaat daarop verder: er zijn allerlei onbewuste factoren die het menselijk gedrag bepalen en die een rationele kosten-batenanalyse eenvoudig teniet doen. Als alternatief voor het EMRAM presenteert Ariely in dit boek zijn ‘sjoemelmargetheorie’, die kortweg inhoudt dat het sjoemelgedrag van mensen door met name twee factoren wordt bepaalt: aan de ene kant willen we voordeel behalen uit fraude (een economische motivatie), maar aan de andere kant zien we onszelf graag als fantastische individuen en willen we onszelf graag in de spiegel kunnen aankijken (psychologische motivatie). Arielys boek laat zien dat de balans tussen een positief zelfbeeld en het willen profiteren van fraude nogal aan fikse schommelingen onderhevig is.

Door middel van talloze gedragsexperimenten die Ariely uitvoerde en een scala aan persoonlijke (en meestal uiterst vermakelijke) anekdotes wordt geïllustreerd hoe mensen zichzelf flink voor de gek weten te houden. Het blijkt dat we uiterst goed zijn in het rationaliseren van ons eigen gedrag, waarbij we ons volstrekt onbewust zijn van de eigenlijke motieven van ons handelen.

Zo blijkt dat we eerder geneigd zijn tot onoprecht gedrag wanneer we vermoeid zijn. Creatieve mensen blijken gehaaider in frauderen (omdat ze goed zijn in het verzinnen van verhalen om hun gedrag te rationaliseren). Ook blijkt dat we meer geneigd zijn tot frauduleus gedrag als we nepmerkkleding dragen, door het ‘wat kan het mij bommen’-effect: ‘Als we eenmaal onze eigen normen overschrijden … doen we later steeds minder moeite om ons gedrag in de hand te houden en is er een grote kans dat we toegeven aan de verleiding tot verder wangedrag’. (Denk hier ook eens aan, de volgende keer als je illegaal muziek, software of boeken downloadt!) En het blijkt dat frauderen besmettelijk is, omdat we ons vaak houden aan de normen van een groep, en als die normen beginnen te schuiven, schuiven onze persoonlijke normen vaak mee.

Wat te doen?
Ariely geeft uiteindelijk toe dat het uiterst moeilijk blijkt om fraude in de hand te houden of te bestrijden, met name omdat er zoveel onbewuste factoren een rol spelen. Twee factoren blijken er echter uit te springen. De eerste en belangrijkste is dat wanneer mensen regelmatig met ethische regels geconfronteerd worden, ze (onbewust) minder tot fraude geneigd zijn. Mensen regelmatig confronteren met de erecode die ze ondertekend hebben, blijkt heel goed te werken.

Daarnaast werkt het ook dat mensen het idee hebben dat ze voortdurend bekeken worden: met gevoel voor ironie beschrijft Ariely een experiment onder nota bene psychologen waaruit blijkt dat een doos met daarop een gezicht geplakt tot minder stelen uit de kas van de facultaire keuken leidde dan wanneer op dezelfde doos een plaatje van een bloem geplakt was.

Het boek van Ariely zit vol met soortgelijke beschrijvingen van experimenten. Het is wetenschapspopularisatie van de bovenste plank. Ofschoon je van het lezen van het boek uiterst vrolijk wordt – Ariely schrijft met veel humor, en ook de vertaling van het boek is werkelijk verrukkelijk – is de boodschap van het boek heel wat minder vrolijk. Ariely is realistisch en geeft aan dat hij geen ‘silver bullet’ heeft die frauduleus gedrag kan elimineren. Voortdurend de vinger aan de pols houden, blijkt de beste remedie.

Een boek dus dat verplichte literatuur zou moeten zijn voor (bank)managers, politici, én voor al die wetenschappers die denken dat zij (of hun studenten) veel te rationeel zijn om ooit te frauderen. Wie dit boek gelezen heeft kan misschien wat meer begrip opbrengen voor de bankdirecteuren die de financiële crisis hebben veroorzaakt en wellicht zelfs voor Diederik Stapel – het blijven allemaal mensen, ofschoon buiten kijf blijft staan dat hun daden onvergeeflijk en niet te tolereren zijn.

Titel: Heerlijk oneerlijk - De (oprechte) waarheid over ons onoprechte gedrag
Auteur: Dan Ariely
Uitgever: Maven Publishing, oktober 2012, Amsterdam
paperback, 288 pagina’s, 18,50 euro
ISBN: 9789490574741