Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

worm

Bioloog Jan Willem van Groenigen ontdekte dat wormen van groot belang kunnen zijn voor intensieve landbouwsystemen.

Zoals bijna elke bioloog heeft Jan Willem van Groenigen een zogenaamd pet organism. Meestal is zo’n troetelorganisme een indrukwekkende planten- of dierensoort, bijvoorbeeld een zeldzame orchidee of de ijsvogel. In het geval van Van Groenigen is het de worm.

‘Ik denk dat de worm de allerbelangrijkste diersoort op aarde is. Dat zullen wel meer wetenschappers zeggen over hun troetelorganisme, maar ik geloof werkelijk dat ik gelijk heb.’

Van Groenigen bevindt zich in goed gezelschap: de eerste serieuze wormenwetenschapper was Charles Darwin. Hij schreef er zelfs een boek over: The Formation of Vegetable Mould through the Action of Worms, with Observations on Their Habits. Darwin liet zijn zoon fagot spelen om te onderzoeken of wormen kunnen horen, een experiment dat herhaald wordt in De Kennis van Nu op 7 december. 

Meer wormen, meer planten

Van Groenigen raakte geïnteresseerd in wormen toen hij zich met de ecologie van de bodem begon bezig te houden. Hij kon de bodem niet begrijpen zonder wormen te begrijpen. Wat zij in hun ondergrondse koninkrijk uitspoken, bleek enorm veel invloed te hebben op het leven bovengronds.

Van Groenigen ontdekte dat als er in de natuur wormen in de bodem zitten, de plantengroei met een kwart toeneemt. Dat komt doordat wormen organische stof, zoals gevallen blad, afbreken, waarbij voedingsstoffen vrijkomen en daar profiteren planten dan weer van.

Als die wormen zo veel goeds doen in de natuur, is het logisch dat we zoveel mogelijk wormen in onze landbouwgrond proberen te krijgen. Maar gek genoeg vond Van Groenigen dat geen vanzelfsprekende gevolgtrekking.

Hij onderzocht het effect van wormen in landbouwgrond en kwam tot de conclusie dat ze daar nauwelijks een bijdrage leveren aan plantengroei, terwijl ze daar ook organische stof afbreken. Verbazingwekkend? Niet echt, vindt Van Groenigen. ‘Landbouwsystemen moeten zo ontzettend anders zijn dan natuur. Je haalt er elk jaar duizenden kilo’s voedsel uit, die normaal gesproken in de natuur min of meer in het systeem blijven. Dat vraagt een andere rol van de bodem dan in de natuur.’

Nabootsen

Het grote verschil tussen natuurgrond en landbouwgrond is de hoeveelheid mest die erover uitgestort wordt. Die bemesting maakt dat wormen in landbouwgrond wel actief zijn, maar geen significante bijdrage leveren aan de hoeveelheid oogst die het land oplevert.

Als een boer helemaal niet zou bemesten, een situatie die eigenlijk niet voorkomt in Nederland, dan zou de worm wel de beste vriend van de boer zijn.  Van Groenigen: ‘Wormen kunnen trouwens wel goed zijn voor de bodemstructuur en ze zijn een belangrijke voedselbron voor vogels.’

´ De natuur is prachtig om naar te kijken, maar niet om deel van uit te maken. ´

Van Groenigen vindt dat er vaak gemakzuchtig wordt gedacht dat wat goed werkt in de natuur ook goed zou werken op de akker. Agrariërs die de natuur proberen te kopiëren komen bedrogen uit. Van de natuur heeft hij sowieso niet zo’n romantisch beeld: ‘De natuur is prachtig om naar te kijken, maar niet om deel van uit te maken. In de natuur draait alles om overleven, niemand heeft ooit genoeg te eten. De enige manier om verder te komen is door ruimte van andere organismen in te pikken of andere organismen op te eten.’

Valt er dan niets te leren van de natuur? Van Groenigen vindt dat we ons kunnen laten inspireren door de natuur, maar dat we ons er zeker niet door moeten laten verblinden.

De verkwistende eigenschap van maïs

Hij is niet de enige wetenschapper die waarschuwt voor het achteloos nabootsen van de natuur. Bioloog Ford Denison van de Universiteit van Minnesota heeft dezelfde boodschap in zijn boek Darwinian Agriculture. Hij legt uit dat het evolutieproces wel heeft geleid tot perfecte bomen, maar niet tot het meest optimale bos. Neem maïs.

mais landbouw veld boeren boerderij

Maïsplanten groeien met duizenden planten samen op een akker en daar is het ieder voor zich. De maïsplant heeft een evolutie doorlopen waarbij alleen de meest succesvolle planten hebben overleefd. Succesvol betekent in de natuur vooral dat je je concurrenten te slim af bent. Maïs heeft zonlicht nodig en groeit om die reden snel omhoog om de buurplanten te overschaduwen. Maar in de hoogte groeien kost energie, energie die de plant niet steekt in het produceren van maïskolven.

De boer heeft niks aan wat Denison ‘verkwistende, competitieve eigenschappen’ noemt. Hij vergelijkt het met de wapenwedloop tussen twee landen die elkaar vrezen. Beide landen kunnen zoveel in defensie gaan investeren dat bijvoorbeeld de gezondheidszorg eronder lijdt. En hoeveel wapens heb je nodig? Net iets meer dan dat andere land om een eventuele oorlog te kunnen winnen.

Zo is het ook met maïs: de optimale hoogte is net iets hoger dan de plant ernaast. Zaadveredelaars zullen proberen om die ingebakken verkwistende eigenschappen er weer uit te kweken, wat geen eenvoudige taak is. Ze moeten de evolutionaire klok als het ware zien terug te draaien, een onnatuurlijk proces dat leidt tot meer oogst.

Overbemesting

Van Groenigen: ‘Eigenlijk probeer je met landbouw die harde regels van de natuur toch een beetje te omzeilen. We produceren grote hoeveelheden voedsel van hoge kwaliteit, zonder dat die planten last hebben van concurrentie. Dat is iets wat in de natuur totaal ondenkbaar is.’

Terug naar de worm. Hebben we dan niets aan deze bodemdieren voor bodemvruchtbaarheid in de landbouw? Toch wel. Van Groenigen ontdekte een bijzondere eigenschap van wormenpoep. Door overbemesting in het verleden zit onze bodem veel te vol met fosfaat. Voor planten is dat een belangrijke voedingsstof, die helaas moeilijk op te nemen is door plantenwortels, omdat het chemisch gebonden is aan bodemdeeltjes.

In wormenpoep komt dat fosfaat tijdelijk beschikbaar voor planten. De concentratie fosfaat kan daarin wel een factor honderd tot duizend hoger zijn dan in de grond waarin diezelfde worm rondkruipt. En zo blijft de worm ons verrassen.

Ontdek meer in de special