Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Kind bijbel

Christelijke en moslim ouders denken vaak dat hun kind meer begaan is met anderen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat religieuze kinderen juist minder vrijgevig zijn dan niet-religieuze kinderen.

Veel religieuze ouders denken dat hun kind meer gevoel voor rechtvaardigheid en medeleven heeft dan niet-gelovige kinderen. Amerikaanse wetenschappers stellen deze week dat het precies andersom zit: niet-gelovige kinderen zijn juist vrijgeviger. Volgens hen onderbouwt dit onderzoek de gedachte dat ontkerkelijking mensen juist aardiger maakt. Zij publiceren hierover in Current Biology.

Voor het onderzoek ondervroegen de wetenschappers 1.170 kinderen tussen de leeftijd van vijf en twaalf jaar en hun ouders uit een zestal landen: de Verenigde Staten, Canada, Zuid-Afrika, Turkije, Jordanië en China. De meeste kinderen kwamen uit een christelijk, moslim of niet-gelovig gezin. Een aantal kinderen kwam ook uit joodse, boeddhistische en agnostische gezinnen.

´ De verwachting is dat religiositeit correleert met onbaatzuchtigheid, maar keer op keer blijkt dat niet te kloppen. ´

Stickers delen en pijn lijden

De kinderen moesten onder andere een spelletje spelen waar ze stickers voor kregen. Hen werd verteld dat niet alle kinderen een sticker kregen, waarna de onderzoekers wilden weten hoe erg ze dat vonden en of ze hun eigen stickers wilden delen. Een tweede testje kwam in de vorm van een aantal video’s waarin mensen leed werd aangedaan. Zo werden die geduwd of werd er aan ze getrokken. Vervolgens moesten de kinderen ook daarbij aangeven hoe erg ze dit vonden.

Hoe ouder de kinderen waren, hoe vrijgeviger ze waren. Dit gold voor alle kinderen. Wel kwam het duidelijk naar voren dat hun religieuze omgeving invloed heeft op hun onbaatzuchtigheid. Zo kwamen de meest vrijgevige kinderen uit atheïstische of niet-gelovige gezinnen. Verder vonden religieuze kinderen dat daders in de video’s hard gestraft moesten worden.

Oud dilemma

Volgens godsdienstpsycholoog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam Joke van Saane is het een oud dilemma: ‘De verwachting is dat religiositeit correleert met onbaatzuchtigheid, maar keer op keer blijkt dat niet te kloppen.’ Volgens van Saane zijn hier een paar verklaringen voor. Zo zit in een religie ook altijd uitsluiting van mensen buiten de religie: het zogeheten ‘wij versus zij’. ‘Dat bevordert de vrijgevigheid niet’, stelt van Saane. Daarnaast kan er binnen een religie een gevoel van superioriteit ontstaan, waardoor de noodzaak voor onbaatzuchtigheid verdwijnt.

Geloof bidden

Van Saane heeft ook een verklaring voor het gedrag van de religieuze kinderen: ‘Uit onderzoek naar geloofsontwikkeling weten we dat kinderen pas vanaf een jaar of 14 zich gaan identificeren met de levensbeschouwing, voor die tijd doen ze vooral na wat anderen in hun omgeving doen’. Volgens haar hebben jonge kinderen eigenlijk nog geen echt inzicht in geloof: ‘Geloof op jonge leeftijd betekent vooral tot welke groep je behoort, dat je heldere richtlijnen rond gedrag hebt gehad en toegang hebt tot identificatiefiguren uit de religieuze traditie.’ Al wil dit niet zeggen dat de kinderen zich al volledig toegewijd hebben. 

Betekent dit dat religie niet altijd samengaat met goed gedrag? ‘In zekere zin wel. Gelovige mensen worden net als niet-gelovige mensen gedreven door basale behoeften.’ Zo zoeken zij ook verbondenheid, controle en positieve zelfwaardering. Wanneer goed gedrag hierbij past, dan laten kinderen dat zien, maar zo niet dan verdwijnt het snel naar de achtergrond. Dan overheerst het egoïsme. ‘Bij gelovige mensen net zo goed als bij niet-gelovige mensen.’

Wel is het volgens van Saane zo dat gelovige mensen zich eerder bewust zijn van dat egoïsme: ‘Zeker als ze volwassen zijn en zich gecommitteerd hebben aan het geloof.’ In veel onderzoek zie je dat mensen die bijvoorbeeld naar de kerk gaan ook meer tijd besteden aan vrijwilligerswerk en meer geld geven aan goede doelen. Oftewel, op latere leeftijd passen veel gelovigen zich aan.

Wetenschapsjournalist Bouwe van Straten vertelde over dit onderzoek in het radioprogramma De Ochtend: 

"Religieuze kinderen zijn minder empathisch"

"Religieuze kinderen zijn minder empathisch"

Decety, J. et al. (2015). ‘The Negative Association between Religiousness and Children's Altruism across the World’, in: Current Biology.