Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Hoe voorkom je ADHD

Laura Batstra is in haar boek kritisch over het gemak waarmee bij kinderen de diagnose ADHD wordt gesteld. En over het gemak waarmee medicijnen worden voorgeschreven. Liever ziet ze dat kinderen en ouders gedragstherapie krijgen.

ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) is de meest gestelde psychiatrische diagnose bij kinderen. In Nederland krijgt inmiddels één op de twintig kinderen medicatie tegen ADHD voorgeschreven, een verdubbeling ten opzichte van 2007. Laura Batstra maakt zich grote zorgen over deze ontwikkeling. Volgens haar krijgen drukke of actieve kinderen zo heel gemakkelijk het label van een psychiatrische ziekte opgeplakt, waar ze hun leven lang last van kunnen hebben.

Batstra werkte als behandelend psycholoog in een psychiatrische instelling. In 2010 zegde ze deze baan op, omdat ze zich niet meer kon verenigen met de gedachte dat kinderen met moeilijk gedrag snel het label ‘psychiatrisch ziek’ krijgen. Het voorschrijven van medicatie bij ADHD vindt Batstra niet verantwoord. Medicatie alleen is, volgens haar, niet de oplossing voor gedragsproblematiek. In haar boek Hoe voorkom je ADHD? rekent Batstra af met misverstanden omtrent ADHD en legt ze uit hoe we met lastig kindergedrag moeten omgaan.

Misvattingen en overdiagnose
In de eerste twee hoofdstukken legt ze uit wat ADHD inhoudt en wat de grootste misvattingen zijn. Batstra benadrukt dat ADHD geen neurobiologische stoornis is, zoals veel mensen beweren. Er zijn geen anatomische verschillen gevonden tussen de hersenen van ADHD-kinderen en normale kinderen. Daarom is ADHD ook geen ziekte maar slechts een benaming voor problematisch gedrag dat gekenmerkt wordt door hyperactiviteit, impulsiviteit en slechte concentratie.

De diagnostische criteria voor ADHD staan beschreven in DSM IV, het handboek voor psychiatrische aandoeningen. Deze criteria zijn volgens Batstra te vaag en de diagnose is sterk afhankelijk van de subjectieve inschatting van de behandelende psycholoog. Volgens Batstra is het moeilijk om een onderscheid te maken tussen lastig maar normaal kindergedrag en probleemgedrag. Dit vergroot de kans op overdiagnose.

De explosieve toename van ADHD schrijft Batstra gedeeltelijk toe aan de toegenomen kennis over dit beeld. Ze beschrijft echter ook andere factoren die er een belangrijke rol in zouden kunnen hebben. Zo is bijvoorbeeld het aantal prikkels waar kinderen door tv en internet aan blootgesteld worden sterk verhoogd, terwijl dagelijkse structuur en voorspelbaarheid steeds meer afnemen. Tegelijk stellen we echter hoge eisen aan kinderen wat betreft prestaties op school en zelfstandigheid. Schoolklassen worden steeds groter en leerkrachten hebben amper tijd om extra aandacht te besteden aan kinderen met problematisch gedrag.

Farmaceutische belangen
Er is ook een partij die gebaat is bij deze ontwikkeling. Aangezien medicatie de eerste stap is in de behandeling van ADHD maakt de farmaceutische industrie winst op elk kind dat een diagnose krijgt. Daarom wordt ook veel wetenschappelijk onderzoek naar ADHD en medicatie gesponsord door farmaceutische bedrijven. Batstra waarschuwt voor verkeerd positieve onderzoeksresultaten. Ook veel behandelende psychologen hebben volgens haar banden met de industrie waardoor ze snel geneigd zijn om een diagnose te stellen en medicatie voor te schrijven in plaats van alternatieve oplossingen aan te bieden.

Voor gestresste ouders kan de diagnose ADHD een enorme opluchting betekenen. Het problematische gedrag van hun kind wordt dan gezien als het gevolg van een psychiatrische ziekte en niet als een opvoedingsprobleem. Batstra toont hier begrip voor maar waarschuwt tegelijk voor de gevolgen voor het kind. Wanneer de diagnose eenmaal gesteld is zal het kind zijn leven lang de drager van een psychiatrisch label worden. Bovendien biedt een diagnose geen oplossing voor het probleem, aldus Batstra.

Wat betreft medicatie blijft Batstra kritisch. Er zijn volgens haar geen betrouwbare onderzoeken die een positief effect van medicatie bevestigen. Sterker nog, de meeste psychofarmaca kunnen bijwerkingen veroorzaken zoals buikpijn, misselijkheid en hartkloppingen. Of er ook op de lange termijn bijwerkingen kunnen optreden is nog niet bekend.

Gedragstherapie
In plaats van medicatie raadt Batstra aan om met gedragstherapie aan de slag te gaan. Hulpverleners van de eerstelijnsgezondheidszorg kunnen ouders die problemen met hun kind ervaren al helpen zonder dat er medicatie wordt ingezet. Lastig kindergedrag is namelijk vaak beïnvloed door de directe omgeving, aldus Batstra. In het laatste hoofdstuk geeft ze een aantal richtlijnen voor het omgaan met ongewenst gedrag en het minderen van opvoedingsstress.

Batstra’s boek is een kritisch verzet tegen de PR van farmaceutische bedrijven, vage diagnostische criteria binnen de psychiatrie en alle misverstanden omtrent ADHD. Het is gericht aan ouders, leerkrachten en behandelaars die kinderen met problemen willen helpen zonder meteen een diagnose te stellen. Tegelijk schetst Batstra en goed beeld van het zorgsysteem, de psychiatrische diagnostiek, en de invloed van de industrie op behandelaars en onderzoekers. Het boek is een aanrader voor iedereen met een kritische houding tegenover de gezondheidszorg.

Titel: Hoe voorkom je ADHD? – Door de diagnose niet te stellen
Auteur: Laura Batstra
Uitgeverij: Nieuwezijds, 2012
paperback, 176 pagina's, 16,95 euro
ISBN: 978 90 5712 344 3