Met deze doorbraak kun je kunstmatige voortplantingscellen met zowel natuurlijke als andere artificiële voortplantingscellen laten mixen. Dat laatste kan onschuldig lijken, maar dan is het in principe ook mogelijk dat je kunt mixen met een zaadcel en een eicel van dezelfde persoon. Kortom, de ultieme vorm van incest.
‘Dat klopt. Het is wel zo dat er door die mix een nieuw individu geboren zal worden dat geen kloon is van de ouder. Maar we weten allemaal dat incest bij dieren en de mens vaak gepaard gaat met schadelijke afwijkingen. Zo’n stap zou natuurlijk te ver gaan en zou eerst veilig moeten blijken. Bovendien moet maatschappelijke en ethische discussies uitwijzen hoever we in deze technieken en toepassingen willen en kunnen gaan.’

Gaan artificiële zaad- en eicellen er hetzelfde uit zien als hun natuurlijke tegenhangers? En zullen de uiteindelijke nakomelingen überhaupt gezond zijn?
‘Bij verschillende muizenexperimenten in Japan hadden deze cellen inderdaad dezelfde klassieke vorm, en de nakomelingen waren eveneens gezond. Ik ben er daarom van overtuigd dat dit alles ook bij de mens moet lukken. Toch merken we ook dat de menselijke stamcellen en voortplantingswijzen soms wel degelijk verschillen van die van de muis.’

Sommigen vrezen ook een scenario zoals in het in het verhaal van Frankenstein. Stel dat bij de geboorte van het kind blijkt dat er iets mis is, dan hebben jullie het een leven gegeven waar hij of zij niet om gevraagd heeft. Kunnen jullie garanderen dat jullie eventuele fouten niet te laat zullen opmerken?
‘Ja, want de moleculaire technieken om genetica te controleren evolueren gelukkig enorm de laatste tien jaar. Vroeger had je altijd de moeilijkheid dat je meer dan honderdduizend cellen nodig had om te kijken of het volledige genoom normaal is. Nu kan dit op één enkele cel al, en hoeven we enkel nog naar de zaadcel en de eicel te kijken om deze genetisch te screenen.’

Maar er is een verschil tussen een genoom volledig in kaart brengen, en het dan ook kunnen lezen. En het is helaas nog niet zo ver dat wetenschappers van alle genen kunnen zeggen waar ze verantwoordelijk voor zijn.
‘Klopt, maar die technieken blijven razendsnel evolueren, zelfs op een maandelijkse basis. Dus als we eenmaal onze eigen voortplantingscellen gaan aanmaken zal de kans op fouten nog kleiner zijn. Bovendien kunnen we deze ook altijd vergelijken met het genetisch materiaal van zaadcellen die mensen op een normale manier aanmaken. Het uiteindelijke resultaat zal niet voor honderd procent veilig zijn, maar wel voor meer dan negenennegentig. Vroeger waren de testen op onvruchtbaarheidsbehandelingen en in-vitro-fertilisaties veel onveiliger.’

En kunnen er problemen optreden voor het nageslacht van die kinderen?
‘Nee, als de kinderen zich later op de normale manier voortplanten, dan worden de genen van hun voortplantingscellen opnieuw gereset om alle functies opnieuw te beginnen uitvoeren. Het genetisch geheugen wordt dus telkens gewist. Daarom heb ik er heel veel vertrouwen in dat de volgende generatie en de generaties na hen ook gezond zullen zijn. Dat hebben dierlijke studies eerder ook al aangetoond.’

Het is geen ideale oplossing, maar deze techniek zou misschien erg nuttig kunnen zijn voor dieren die bijna of volledig zijn uitgestorven. Zo worden ook de risico’s van het klonen vermeden.
‘Inderdaad, dat is een extra voordeel. We moeten dan natuurlijk wel het genetisch materiaal van twee exemplaren mengen, in plaats van op één exemplaar te steunen. Anders is er weer incest.’

En het verschil kan niet groter zijn met de mens, die de wereld momenteel razendsnel aan het overbevolken is. Sommigen vrezen dan ook dat deze technieken het probleem zullen verergeren, omdat jullie hoofddoel eruit bestaat om onvruchtbare personen ook vruchtbaar te maken. Kiezen jullie daarom niet meer voor het individuele verlangen in plaats van het algemene belang?
‘Ja, maar beeld je eens in dat je kinderen wilt en je als onvruchtbaar wordt gediagnosticeerd. Mocht ik geen kinderen kunnen krijgen, zou ik ook alle technieken willen gebruiken om dit tegen te gaan. Dat klinkt egoïstisch, maar ik denk dat dit ingebakken zit in onze natuur. Er bestaan theorieën die stellen dat we onze eigen ‘selfish genes’ absoluut willen doorgeven en een onderzoek heeft gesteld dat de diagnose van onvruchtbaarheid dezelfde psychologisch-emotionele lading draagt als de diagnose van kanker. Zouden we daarom geen nieuwe technieken mogen uitvinden? Je kunt ook stellen dat we kanker niet meer proberen te genezen, omdat we toch al overbevolkt zijn. Dus ik vind niet dat we daar een verschil in moeten maken.’

Is dat niet veel te kort door de bocht? Iemand met een onbehandelde kanker kan fysiek en mentaal lijden, omdat hij of zij al bestaat. Bij onvruchtbaarheid hebben we te maken met een persoon die er niet is.
‘Dat is zeker zo. Bio-ethici zullen daar wel anders over denken, maar als wetenschapper kan er ik persoonlijk geen andere mening op nahouden. Bovendien leren we nu natuurlijk ook veel meer over de menselijke voortplanting en de oorzaken van onvruchtbaarheid.’

En hoe je het ook draait of keert: in de universitaire wereld is er die druk om de eerste te zijn en te publiceren. En dat terwijl jullie niet als enige lab met dit onderzoek bezig zijn.
‘Klopt. Zo zijn er grote onderzoeksgroepen in Cambridge, Stanford California, en het Weizmann Institute in Israël. Ook werken we samen met een groep rond geslachtscelformatie in Leiden en Nederland is op het gebied van stamcellen ook een autoriteit. Wees er dus maar zeker van dat de techniek er binnenkort is.’