Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Misbruik verdring je niet
'Verdrongen' herinneringen aan seksueel misbruik die dankzij therapeutische sessies boven tafel komen, zijn meestal vals. En mensen die nare herinneringen na twintig jaar spontaan hervinden, zijn ze vaak helemaal niet zo lang kwijt geweest. Dat stelt de jonge psychologe Elke Geraerts in haar proefschrift.

Kan het nu wel, of kan het nu niet? Een vrouw van dertig die zich na jaren ineens herinnert als kind seksueel misbruikt te zijn door haar vader. Volgens sommige therapeuten kan dat wel degelijk, zegt Elke Geraerts. "Ze geloven dat de vrouw haar nare herinnering verdrongen heeft en die jaren later weer hervindt." Veel experimenteel psychologen vinden dat echter onzin, gaat Geraerts verder. "Dergelijke 'verdrongen' herinneringen zijn volgens hen niet echt, maar fictief of vals. En al dan niet aangepraat door therapeuten." Het leek psychologe Elke Geraerts echter sterk dat elke hervonden herinnering vals is. Er moesten toch ook mensen zijn bij wie plotseling échte herinneringen, aan seksueel misbruik dat daadwerkelijk plaatsvond, omhoog kwamen. Tijdens haar promotieonderzoek werd haar vermoeden bevestigd.

Deze vrijdag verdedigt Geraerts haar proefschrift aan de Universiteit van Maastricht. In lokale kranten plaatste de psychologe een advertentie met daarin het verzoek of mensen met hervonden herinneringen aan seksueel misbruik zich bij haar wilden melden. Tweehonderd personen deden dat. Het eerste wat Geraerts deed, was ze vragen hoe en waar ze zich de nare gebeurtenis uit hun kindertijd hadden herinnerd. "Bij sommigen was de herinnering spontaan naar boven gekomen, bijvoorbeeld tijdens het kijken naar een film over seksueel misbruik, het lezen van een boek of bij de geboorte van het eerste kind. Bij anderen kwam die terug door therapie." Geraerts scheidde deze mensen door ze in te delen in twee groepen. De 'spontane groep' omvatte iets meer dan de helft van de mensen, de 'therapie-groep' de rest. De groepen bleken duidelijk verschillend. "Om te testen of deze mensen vatbaar waren voor het creëren van valse herinneringen, liet ik ze geheugentaken maken", vertelt de onderzoekster. "Ze kregen bijvoorbeeld een reeks woorden te zien, die te maken hadden met slaap; zoals rust, deken en wekker. Het woord slaap kregen ze echter niet te zien. Naderhand moesten de proefpersonen opschrijven welke woorden ze voorbij hadden zien komen. Een deel van hen schreef toch slaap op, wat een aanwijzing was dat ze gevoelig waren voor suggestie, oftewel het maken van valse herinneringen. Het woord 'slaap' is in dit geval zo'n fictieve herinnering. Vooral de mensen uit de therapie-groep bleken daar vatbaar voor."

Maar om ook maar enigszins te kunnen zeggen of herinneringen vals of echt zijn, moest Geraerts bewijzen hebben. En dus ging ze daarnaar, als een detective, op zoek. "Ik vroeg iedereen om zoveel mogelijk gegevens. Wie ze dachten dat de dader was, wie eventuele getuigen waren of aan wie ze het voorval voor het eerste hadden verteld."

Geraerts belde heel wat af en kreeg de meest persoonlijke verhalen te horen, waaronder openhartige bekentenissen van daders. "Dat was behoorlijk zwaar", bekent ze. Uiteindelijk wist ze voor 37 procent van de proefpersonen uit de spontane groep ondersteunend bewijs voor hun misbruik boven water te halen. Voor de hervonden herinneringen als gevolg van therapeutische sessies vond ze niks. Geen getuigen, geen daders, nog geen greintje bewijs. "En dat zegt iets", vindt de psychologe. "Het lijkt erop dat niet alle hervonden herinneringen vals zijn. Spontane herinneringen kunnen ook echt zijn, bewijst mijn onderzoek. Degene die door therapie aan het oppervlak kwamen, lijken echter wel vals. De verhalen die mensen over de sessies vertelden waren ook enorm cliché. Zo vertelde een vrouw - die aanvankelijke stellig ontkende ooit misbruikt te zijn - dat een therapeut haar letterlijk vroeg te gaan liggen, de ogen te sluiten en zich voor te stellen dat haar vader haar kamer binnenkwam en aan haar begon te frunniken. Hij gaf haar zelfs boeken over het onderwerp te lezen, totdat ze uiteindelijk toch overstag ging en geloofde dat ze als kind was misbruikt. Met alle gevolgen van dien. Met de familie heeft de vrouw geen contact meer."

Geraerts hoopt dat haar onderzoek een aanleiding is dergelijke suggestieve therapie te verbannen, die volgens haar meer kwaad doet dan goed. Aan de andere kant hoopt ze dat mensen met spontaan hervonden herinneringen, serieuzer worden genomen. "Alle hervonden herinneringen aan seksueel misbruik worden nu afgedaan als vals. Als mensen de dader jaren na dato alsnog aanklagen en voor de rechtbank hun verhaal vertellen, worden ze niet geloofd. Ik hoop nu bewezen te hebben dat dat niet altijd terecht is. Spontane herinneringen kunnen echt zijn."

In een verdrongen herinnering gelooft Geraerts echter niet. "Iets anders wat bleek uit mijn onderzoek, is dat personen uit de 'spontane groep' vaak moeite hebben met het dateren van herinneringen. Ze denken dat ze die decennia lang kwijt zijn geweest, maar in werkelijkheid hebben ze twee jaar geleden nog met hun partner over het voorval uit hun jeugd gepraat. Ze waren het dus niet vergeten, ze herinnerden zich het misbruik alleen op een kwalitatief andere manier. Pas door het zien van een film kan het met een schok tot iemand doordringen wat voor traumatische ervaring ze heeft gehad. Terwijl ze eerder vrijwel onbewogen aan haar man heeft verteld dat haar vader vroeger wel eens aan haar zat."

Elke Geraerts promoveert vrijdag op 24-jarige leeftijd, na een promotieonderzoek dat ze in slechts twee jaar voltooide - "ik ben nogal ambitieus". Haar begeleiders zijn de filosoof Jaap van Heerden en psychologen Marko Jelicic en Harald Merckelbach. Geraerts zet haar onderzoek vanaf september deels voort aan de Amerikaanse universiteit Harvard.

E. Geraerts, 'Remembrance of things past, the cognitive psychology of remembering and forgetting trauma'.