Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Griepatienten tijdens Spaanse Griep, Camp Funston, Kan.

Hoe kon het gebeuren dat de wereldwijde griepepidemie in 1918 de meeste levens eiste onder mensen in de kracht van hun leven? Het lijkt erop dat de Russische Griep het immuunsysteem onvoldoende voorbereidde op de Spaanse Griep.

In de nadagen van de Eerste Wereldoorlog greep een heftig griepvirus wereldwijd snel om zich heen. Omdat Spaanse kranten er het eerste over berichtten, werd al snel gesproken over de ‘Spaanse Griep’. Patiënten kregen eerst last van koorts, hoestbuien, spierpijn en keelpijn. Binnen een paar dagen ontstonden ademhalingsmoeilijkheden. Dat was weer het gevolg van een longontsteking. Bij gebrek aan antibiotica stierven de meeste patiënten aan die longontsteking. Wereldwijd kwamen in 1918/1919 naar schatting vijftig miljoen mensen om het leven.

Waar een griepepidemie vrijwel altijd de meeste slachtoffers eist onder de meest kwetsbaren - jonge kinderen en senioren - was dit bij de Spaanse griep niet zo. Juist in de categorie van 18-29-jarigen, mensen met een gemiddeld sterk immuunsysteem, was de sterfte het hoogste. Rara, hoe kan dat? Dat is al decennialang het mysterie van de Spaanse Griep. 

grafiek Spaanse griep

Verkeerde kindervirus

Onderzoekers van de Universiteit van Arizona denken nu dat ze het mysterie hebben opgelost. Juist de 18 tot 29-jarigen hadden de pech gehad om in hun kindertijd aan het ‘verkeerde’ griepvirus te zijn blootgesteld: een griepvirus dat te veel afweek van de Spaanse Griep om enige immuniteit op te bouwen. De Amerikaanse onderzoekers publiceerden hun analyse deze week in het tijdschrift PNAS.

De Spaanse Griep was van het type H1N1 (de H en de N staan voor twee typen eiwitten). Wie echter tussen 1889 en 1900 werd geboren had de grootste kans om in aanraking te komen met de zogeheten Russische Griep, een griepvirus van het type H3N8. Maar een immuunsysteem dat op jonge leeftijd getriggerd is door de Russische Griep bleek zich maar weinig raad te weten met de Spaanse Griep, zo blijkt uit een analyse van de Amerikaanse onderzoekers.

Degenen die in 1918 tien tot vijftien jaar waren, hadden juist het geluk dat zij op jonge leeftijd waren blootgesteld aan een H1-type virus, verwant aan het type H1N1. En de ouderen waren beschermd doordat zij in hun jeugd vaak al een H1N1-type virus onder de leden hadden gehad. Hun vroege blootstelling leverde hen nog decennialang extra bescherming. 

Krant Spaanse griep

Stukjes vogelgriep

Tot nu toe luidde de standaardhypothese ter verklaring van het mysterie van de Spaanse Griep dat het immuunsysteem van mensen in de kracht van hun leven overreageerde. En die overreactie zou dan zo sterk zijn dat de dood erop volgde.

Voor de oorsprong van het Spaanse Griepvirus bestonden tot nu toe twee hypothesen. Volgens de eerste zou een gemuteerd varkensvirus uit China in de VS terecht zijn gekomen. Volgens de tweede hypothese zou een vogelgriepvirus bij de mens zijn beland, waarna het muteerde en gemakkelijk van mens op mens kon overspringen.

Het nieuwe Amerikaanse onderzoek vindt voor geen van deze klassieke hypothesen aanwijzingen. Het gebruikte moleculaire klok-methoden om de oorsprong te reconstrueren van drie griepvirussen: de Spaanse Griep, een klassiek H1N1-virus en een H1N1-griepvirus dat dominant was in de jaren 1918-1957.

Volgens de nieuwste inzichten ligt de oorspong van de Spaanse Griep in een H1-type virus dat al tien tot vijftien jaar bij de mens rondspookte tot het kort voor 1918 stukjes genetisch materiaal van een vogelgriepvirus wist in te bouwen. Pas toen kon het vernietigend om zich heen slaan. 

Michael Worobey et al, 'Genesis and pathogenesis of the 1918 pandemic H1N1 influenza A virus', in PNAS, 29 april 2014.