Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Maan

In 2018 reist een Nederlandse radioantenne naar 'de achterkant van de maan' om inzicht te krijgen in het heelal vlak na de oerknal. De antenne reist mee aan boord van een Chinese satelliet, een primeur.

Geen misverstand: de missie is niet bedoeld om de achterkant van de maan te onderzoeken. De satelliet verstopt zich als het ware achter de maan, om geen last te hebben van de straling van de aarde. Nee, de bedoeling is om meer inzicht te krijgen in de zogenoemde ‘Dark Age’, de periode van 150 tot 800 miljoen jaar na de oerknal. In die periode was het heelal al wel zover afgekoeld dat je er doorheen kon kijken, maar waren er nog geen sterren en sterrenstelsels. 

Astronomen gaan er van uit dat het heelal vlak na de oerknal ‘homogeen’ was - wat wil zeggen dat het er overal hetzelfde uitzag – terwijl je tegenwoordig op sommige plekken opeenhopingen van sterren ziet, en andere plekken weer relatief leeg zijn. Met een beetje geluk bieden de observaties van de satelliet inzicht in de ontwikkeling van dat homogene heelal tot het huidige. 

Van de oerknal tot nu

Achter de maan

De nieuwe radioantenne wordt ontwikkeld door onderzoeker van de Nijmeegse Radboud Universiteit, ASTRON en het Delftse bedrijf ISIS, en moet eind 2017 klaar zijn. In 2018 brengt een Chinese satelliet de antenne dan op een afstand van 65.000 kilometer achter de maan. Daar gaat de satelliet achtjes maken, zodat hij soms achter de maan zit, en dan weer zichtbaar is. Dat heeft als bijkomend voordeel dat de onderzoekers een goed beeld zullen krijgen van de straling die de aarde veroorzaakt – zodat ze die straling nog beter uit de resultaten kunnen filteren. De antenne kan zich dan ongestoord richten op de straling uit de ruimte met een bandbreedte van 30 Mhz, die ontstaan is in het vroege heelal.

Zoals radioastronoom Heino Falcke uitlegt in het persbericht: ‘Radioastronomen bestuderen het heelal met behulp van radiogolven, licht dat wij met het blote oog niet kunnen zien en dat afkomstig is van bijvoorbeeld sterren en planeten. Hier op aarde kunnen we bijna alle radiostraling uit het heelal ontvangen. Maar tot het deel onder de 30 MHz hebben wij geen toegang, omdat die straling wordt geblokkeerd door onze dampkring. Juist in die frequenties zit informatie over het vroege heelal, die wij willen meten.’

En dan nu: het ruimteweer

Daarnaast gaat de antenne ook het ‘weer’ in de ruimte meten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan zonnestormen, waarbij grote hoeveelheden elektrisch geladen deeltjes vrijkomen die de telecommunicatie op aarde kunnen beïnvloeden. Meer kennis over dergelijke gebeurtenissen zou moeten leiden tot betere voorspellingen van het space weather.

Voor de eerste resultaten zullen we nog even geduld moeten hebben, laat directeur Marc Klein Wolt van het Radboud Radio Lab in het persbericht weten: ‘Hopelijk zal na een jaar of twee aan metingen en data-analyse het signaal vanuit het vroege heelal langzaam boven komen drijven.’

Marc Klein Wolt vertelt vanmiddag tussen 16.45 en 17.00 uur bij Nieuws en Co over deze missie.