Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De gelovige geest, cover

Zit God tussen de oren? Geloof in God is voor veel hedendaagse mensen een ongezonde illusie die voortkomt uit bijvoorbeeld de angst voor de eigen dood. Maar zo simpel ligt het niet.

Is religie louter een product van menselijke verbeelding? Is God een illusie die – volgens Richard Dawkins en zijn vele Nederlandse volgelingen – in veel gevallen gelijkstaat aan kindermishandeling en uitgebannen moet worden uit onze samenleving? Sommigen menen dat religie een product is van de menselijke cultuur, is aangeleerd en makkelijk kan (en zou moeten) worden afgeleerd.

Al deze ideeën komen in mijn ogen voort uit een onwetendheid ten aanzien van de inzichten die de cognitive science of religion (een term die ik meestal vertaal met ‘cognitieve godsdienstwetenschappen’) de laatste jaren over het fenomeen godsdienst op tafel hebben gelegd. Een grote verzameling onderzoekers uit een heel scala aan wetenschappen – van antropologie en etnologie tot psychologie, neurowetenschappen en evolutiebiologie – hebben de laatste twintig jaar laten zien dat religie een zeer complex fenomeen is, waarin biologische en culturele elementen door elkaar lopen.

Specifieke religies – christendom, jodendom, hindoeïsme, etc. – zijn culturele invullingen die bouwen op biologische gegevenheden die in aanleg in ieder mens aanwezig zijn. Cruciaal blijkt de ontwikkeling van het menselijk brein, van kind tot volwassene, en de verschillende ‘werktuigen’ in het brein die ons helpen om in deze wereld te overleven.

De laatste jaren concluderen dan ook veel onderzoekers binnen het veld van de cognitieve godsdienstwetenschappen dat het simpelweg onwaar is dat religie een louter cultureel fenomeen is. Integendeel, ieder mens groeit op als een religieus wezen, en het is onder invloed van de cultuur dat religieuze voorstellingen veranderen en soms verdwijnen. Niet religie, maar juist atheïsme is aangeleerd en louter cultureel.

Vorig jaar verscheen al de vertaling van Het godsinstinct (Amsterdam: Nieuw Amsterdam) van de psycholoog Jesse Bering. Dat boek is een lezenswaardige en uitstekende inleiding op het veld van de cognitieve godsdienstwetenschappen. Maar tegelijkertijd is het ook een atheïstisch pamflet dat filosofisch nogal gammel onderbouwd was. Onlangs verscheen De gelovige geest van de psycholoog en neurowetenschapper Michiel van Elk. Van Elk had al naam gemaakt als co-auteur van Het babybrein. Zijn laatste boek is geheel aan het fenomeen religie gewijd.

In tegenstelling tot Berings boek is dat van Van Elk bijzonder uitgebalanceerd. Ofschoon Van Elk volgens de biografische beschrijving op zijn eigen website het geloof achter zich heeft gelaten, laat dit boek uitstekend zien dat Van Elk het christelijk geloof van binnenuit kent. Zijn beschrijving van zowel religieuze fenomenen als psychologische theorieën is zakelijk-neutraal, en in tegenstelling tot veel andere atheïsten heeft Van Elk niet de behoefte om religie belachelijk te maken. Integendeel, hij beschrijft welke positieve effecten religie zowel psychologisch als lichamelijk blijkt te hebben op de gezondheid en het algehele welbevinden van mensen.

Tegelijkertijd is Van Elk wetenschappelijk (en filosofisch) zuiver in zijn conclusie dat een positief effect voor de gezondheid niets zegt over de waarheid van religieuze claims. Zowel in het voorwoord als in de epiloog van dit boek onderstreept Van Elk deze conclusie door (tegen Dawkins en Swaab) te stellen: “Hoe graag wetenschappers het ook zouden willen, het bestaan van God kan met behulp van onderzoek noch bewezen, noch ontkracht worden. Religie is een complex verschijnsel en zit niet alleen maar ‘tussen onze oren’” (12).

Het boek is een achtbaanrit door allerlei religieuze fenomenen. In het eerste hoofdstuk beschrijft Van Elk hoe religieus geloof verandert, maar niettemin in zijn pluriformiteit een constante blijft. In het tweede hoofdstuk draait het om religieuze ervaringen en de duiding ervan in antropomorfe termen, waarbij de theory of mind een cruciale rol blijkt te spelen. Hoofdstuk drie behandelt de relatie tussen geestesziekte en hallucinaties en religieuze ervaringen. Het vierde hoofdstuk heeft de mogelijkheid van wonderen en gebedsgenezing tot uitgangspunt.

Hoofdstuk vijf is een uitstapje naar het grensgebied van de parapsychologie (waarover Van Elk uitgesproken negatief is; hij beschouwt modern parapsychologisch onderzoek als pseudowetenschap). Hoofdstuk zes draait om de aantrekkelijkheid van religieuze verhalen, over de oorsprong van religies, terrormanagement, hoe kinderbreinen bij uitstek aangelegd zijn op geloven in God en in intelligent design. Hoofdstuk zeven draait om religieuze rituelen, bijgeloof en magie. Hoofdstuk acht, ten slotte, gaat over onderzoek naar meditatie, mindfulness, en mystieke ervaringen.

Onderweg maakt Van Elk in grijs gedrukte kadertjes nog allerlei uitstapjes, waarin hij uitlegt hoe de hersenen in elkaar zitten, wat bijna-dood ervaringen zijn, hoe de ‘godhelm’ van Persinger werkt, hoe gebed neurologisch werkt, etcetera. Het enige onderwerp dat ik niet terug heb gevonden in dit boek, is de onzinnig gebleken zoektocht naar het ‘godlobje’, dat jaren terug nog de voorpagina’s van wetenschapspopulariserende tijdschriften haalde: de zoektocht naar het gebied in het brein waarin religie gehuisvest was. Dit boek is dus een encyclopedisch werk – inclusief verwijzingen naar de oorspronkelijke literatuur – op het gebied van het cognitieve onderzoek naar religieuze fenomenen.

Dat laatste heeft echter ook een negatieve kant. Juist vanwege het encyclopedische karakter is het boek ook oppervlakkig. Van Elk vliegt door de onderwerpen heen, zodat voor sommige lezers wellicht niet geheel duidelijk wordt wat de theory of mind precies is of wat Pascal Boyer met ‘minimaal tegenintuïtieve’ ideeën bedoelt.

Ondanks deze kritische opmerking is dit een uitstekend boek dat voor een zeer breed publiek toegankelijk én interessant zal zijn. Wetenschappelijk gesproken is het boek van Van Elk beter dan dat van Bering. Voor zowel gelovigen als ongelovigen geeft het inzicht in hoe in religie nature én nurture een rol spelen. Voor gelovigen kan dit betekenen dat ze religieuze claims meer leren relativeren en inzien dat een groot deel van religie mensenwerk is. Voor ongelovigen kan dit boek ertoe bijdragen dat ze de stellige claims van bijvoorbeeld Dawkins en Swaab over de oorsprong van religie met een fikse korrel zout nemen.

Het is te hopen dat met dit boek het veld van de cognitive science of religion definitief op de kaart is gezet en dat meer boeken zullen volgen. Als ik uitgevers alvast een tip mag geven: kijk eens naar de recente boeken van Justin Barrett…
 

Titel: De gelovige geest: Op zoek naar de biologische en psychologische wortels van religie.
Auteur: Michiel van Elk
Uitgever: Bert Bakker, augustus 2012,
paperback, 240 pagina’s, 19,95 euro
ISBN: 9789035137486