Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Onderscheidende penissen
Toen hij begon ze te onderzoeken, waren er zes soorten galago's bekend. Nu komt primatoloog Simon Bearder tot 24 beschreven soorten. En er zijn er zeker meer. Een van de manieren om ze uit elkaar te houden: kijk goed naar hun stekelige piemeltjes.

Simon Bearder heeft het soort uiterlijk dat je van een oudere veldbioloog mag verwachten, inclusief grijs baardje. Hoewel hij het merendeel van zijn tijd doorbrengt als hoogleraar aan Oxford Brookes University, struint hij het liefste door donkere Afrikaanse bossen, waar hij al sinds 1968 onderzoek doet aan nachtdieren. Bearder is een van de grootste kenners van nachtactieve halfapen ter wereld. Een van de weinige ook.

Hij komt regelmatig met studenten naar de Apenheul, wat hij ‘de beste dierentuin ter wereld’ noemt, onder meer om observeren met ze te oefenen. Het echte werk gebeurt in het wild, met zijn collega's van het Nocturnal Primate Research Centre. Tijdens de vakantie, en eigenlijk met te weinig mensen, want geld is er nauwelijks voor dit onderzoek. Terwijl er nog heel veel is te ontdekken, zegt Bearder. ‘Zelfs heel basale dingen. We blijven bijvoorbeeld maar nieuwe soorten vinden. Vorig jaar in Malawi, bijvoorbeeld, zagen we dat er vier soorten leven, niet twee, zoals werd gedacht.’

De ontdekking van een nieuwe apensoort komt geheid in de krant, maar voor de gestage stroom nieuwe halfapen die de afgelopen decennia zijn gevonden, was de belangstelling meestal mager. Misschien vanwege hun schuwheid en hun nachtelijke levensstijl. Of omdat ze in de stamboom wat verder van ons afstaan.

Verbaasde ogen
Het zal ook wel aan hun uiterlijk liggen. Niet dat ze er onsympathiek uitzien, met hun grote verbaasde ogen. Integendeel. Maar ze lijken veel op elkaar. Een nieuwe soort ontdekken betekent dan ook meestal dat een bestaande wordt opgesplitst, wat op het eerste gezicht minder spectaculair is dan een totaal nieuwe aap beschrijven, die nog nooit eerder gezien was.

Bearder: ‘In 1968 waren er zes soorten Afrikaanse halfapen, oftewel galago's, beschreven. Nu vierentwintig, en ik weet zeker dat er nog meer zijn. We gaan namelijk steeds in andere landen op onderzoek uit. Tot nu toe hebben we er achttien gehad. En vrijwel overal zagen we dieren die er in grote lijnen hetzelfde uitzagen als bekende soorten, maar in werkelijkheid anders bleken te zijn. In veel gebieden leven twee of drie soorten naast elkaar, soms zelfs vier. Die mengen dus niet.’

Is het niet een beetje overdreven om elke nieuwe variëteit tot soort te bombarderen? ‘Dat doen we helemaal niet,’ reageert Bearder. We gebruiken de criteria die daar in de biologie voor gelden: als dieren zich niet met elkaar kunnen voortplanten, behoren ze tot verschillende soorten. Voor ons lijken ze soms veel op elkaar, maar zelf zien ze dat heel anders! Daarnaast zijn er trouwens nog allerlei ondersoorten.’

Wanhopige baby
Een eerste aanwijzing dat het om meer dan één soort gaat, is vaak het geluid, zegt de bioloog. ‘De hele groep wordt aangeduid als bushbaby's, en inderdaad, als je sommige soorten hoort, zou je zweren dat er ergens in het bos een wanhopige baby ligt te huilen. Maar dat is maar één van de vijftien tot vijfentwintig geluiden die ze maken, per soort. Gefluit, gepiep, gekraak, je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een bushbaby die het kan produceren. We nemen die geluiden op, omdat ze kunnen helpen een soort te identificeren.’

Ze bewegen ook op diverse manieren door de bomen, vervolgt hij. ‘Dat kun je onder meer zien aan de kussentjes op hun handpalmen en voetzolen. Zowel de grootte als de ordening ervan kunnen je vertellen met welke soort je te maken hebt. Als je ze tenminste weet te vangen.’

De dieren eens goed in het gezicht staren helpt ook: ‘Daar zitten kleurpatronen op, die per soort verschillen. Het is heel aannemelijk dat ze dit zelf ook gebruiken om leden van hun eigen soort te herkennen. Ze kunnen met hun grote ogen namelijk uitstekend zien in het donker.’

Felrode penissen vol stekels
Er is nog iets onderscheidends: de geslachtsorganen. Geen kleine zaak: ‘Alle bushbaby's hebben relatief grote penissen en grote ballen, die in het paarseizoen nog groeien. Maar ze zijn zeer verschillend in vorm, grootte en ook kleur. In Tanzania troffen we dieren aan met felrode penissen vol stekels, die een derde van hun lichaamslengte besloegen. Mogelijk is dat een visueel signaal naar hun soortgenoten, een beetje als de staart van een pauw. Ze zijn in ieder geval goed zichtbaar.’

In tegenstelling tot mensen, hebben bijna alle andere zoogdieren een botje in hun penis. Maar vrijwel nooit is dat penisbotje van buitenaf zo goed zichtbaar als bij bepaalde galago's. En dan die scherpe stekels, met de punt naar achteren. Waar zijn die voor?

Bearder: ‘We weten dat niet zeker. Maar het heeft waarschijnlijk te maken met de heftige competitie die er plaatsvindt wanneer een vrouwtje vruchtbaar is. Alle mannetjes uit de buurt komen dan op haar af en proberen te paren – tenminste, bij de paar soorten waarvan we dat hebben onderzocht. Misschien dienen die stekels om te zorgen dat een paring zo lang mogelijk duurt, zodat het vrouwtje met zo min mogelijk anderen kan paren.’ Over de vrouwelijke geslachtsorganen, en de verschillen per soort, is trouwens vrijwel niets bekend, zegt de bioloog, want die zitten nu eenmaal van binnen.

Meer dan mens en chimpansee
De beste manier om soorten uit elkaar te houden, zou DNA-analyse zijn. Helaas is de kennis op dat gebied nog niet zo ver gevorderd, zegt Bearder. ‘We weten wel iets, bijvoorbeeld dat de soorten die we nu kennen, minimaal 3 procent verschillend DNA hebben (dat is meer dan mens en chimpansee van elkaar verschillen – EV), en meestal veel meer. Tussen sommige soorten is de evolutionaire afstand waarschijnlijk wel veertig miljoen jaar. Dat ze toch heel veel op elkaar lijken, is waarschijnlijk terug te voeren op hun levenswijze, die al die tijd niet veel is veranderd.’

Die leefwijze mag dan niet veranderen; hun leefomgeving wel. Bossen waar ze leven, worden gekapt. ‘Het is ons overkomen dat we net een nieuwe soort hadden ontdekt, en dat zijn bos werd gerooid. En er zullen vast soorten zijn die dit overkomt voordat ze ontdekt kunnen worden. Die zullen dus nooit een naam hebben.’

Elmar Veerman