Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Pelagia

Op dit moment steekt onderzoeksschip Pelagia de Atlantische Oceaan over. Het doel van de wetenschappers aan boord: achterhalen hoe naar zee geblazen woestijnstof klimaatverandering beïnvloedt. Journalist Ronald Veldhuizen vaart mee. In deel 2 van zijn serie artikelen bezoekt hij de enige echt nette en schone plek aan boord: het giflab.

De ‘dirty cruise’. Dat is wat betreft de onderzoekers het koosnaampje voor een expeditie als deze: de naar boven getakelde modder uit de diepzeebodem spettert gegarandeerd op schoenen, t-shirts en broeken, wat iedereen aanspoort om in z’n oude kloffie te werken.

Er is eigenlijk maar één plek op de Pelagia waar je het clichébeeld van wetenschappers in witte jassen aantreft: het giflaboratorium. De zij-ingang ervan is afgeplakt met rood-wit-plastic en een doodshoofdsticker. Binnen is het een oase van netheid. De spierwitte werktafels, de afzuiger voor giftige gassen, een nooddouche en een oogreiniger – alles voldoet aan de voorschriften.

Hier werken hoogleraar paleo-oceanografie Geert-Jan Brummer en promovenda Michèlle van der Does, beide verbonden aan zowel de Vrije Universiteit als het NIOZ, met dodelijk kwikchloride. ‘Het is niet reuzegiftig’, zegt Brummer, ‘maar we willen wel zo voorzichtig mogelijk werken.’ Brummer en Van der Does hebben het gif nodig om momentopnamen te nemen van naar beneden zinkend plankton en woestijnstof – zodra die in een daarvoor bestemde diepzeetrechter vallen, mag de samenstelling ervan niet meer veranderen.

w24 pelagia deel 2 foto 3

Bemesting

Alles dat zinkt is belangrijk voor de hoofdvraag die het NIOZ-team van expeditieleider Jan-Berend Stuut stelt: hoe beïnvloedt overwaaiend woestijnstof het leven in de Atlantische Oceaan en het wereldklimaat? Waar Stuuts groep met stofzuigende onderzoeksboeien (zie het vorige deel uit deze serie) vooral kan zien wat de eigenschappen van stof zijn vóórdat het in zee waait, zijn de giftige diepzeetrechters een manier om te bekijken wat er gebeurt als het stof in de oceaan terecht is gekomen.

Neem de bemesting van algen. ‘Het lijkt heel logisch om aan te nemen dat zodra ijzerrijk woestijnstof in het water terechtkomt, de algen in de Atlantische Oceaan beter gaan groeien’, vertelt Stuut. ‘Maar gek genoeg is dat nog nooit aangetoond.’ De stofstormen die op satellietbeelden wel eens te zien zijn, leiden op latere beelden niet per se tot een groene bloei aan algen. ‘Misschien heeft Atlantisch fytoplankton een voedingstekort dat woestijnstof niet kan aanvullen.’

In theorie kunnen algen veel CO2 uit de lucht opnemen en de planeet laten afkoelen. Maar het is dus minder duidelijk of het woestijnstof inderdaad voor algenbloei zorgt. Om het zeker te weten, wil Stuut heel het jaar door, tijdens en na stofstormen, meten hoe goed de algen groeien en wat er precies met het woestijnstof gebeurt. Wordt het echt door het plankton gebruikt? 

w24 pelagia deel 2 foto 2

Sedimentvallen

Hier komen de giftige diepzeetrechters, ook wel sedimentvallen genaamd, in beeld. Stuut hangt op verschillende plekken in de Atlantische Oceaan twee sedimentvallen onder elkaar op aan een verankerde staalkabel, op 1200 en 3500 meter diepte. Gecombineerd met de onderzoeksboei weet het team dan precies hoeveel stof in zee waait, en wat eraan is veranderd als het dieper zinkt.

‘Als algen daadwerkelijk delen van het woestijnstof als voeding gebruiken, dan verwacht je in de sedimentvallen een andere samenstelling ervan vergeleken bij de onderzoeksboeien aan het wateroppervlak’, legt Stuut uit. ‘En we kunnen ook zien of er na een stofstorm meer dode algencellen naar beneden zinken. Dat zou op een bloei kunnen wijzen.’

Dan is er nog het zinken zelf. Wil een algenbloei opwarming tegengaan, dan moeten de algen niet alleen het CO2 uit de atmosfeer opnemen. Ze moeten het in een of andere vorm diep in de oceaan begraven, voordat het weer als broeikasgas boven het wateroppervlak kan ontsnappen.

En dus zal Stuuts team in de sedimentvallen ook zoeken naar tekenen van opgeslagen CO2. Geert-Jan Brummer, die net klaar is met het gifwerk, noemt de mogelijkheden op: ‘Denk aan kalkskeletjes van algenetend plankton. Die zijn indirect van CO2 gemaakt en kunnen, als ze zwaar genoeg zijn, naar de bodem zinken. Ook faeces van groter algenetend plankton – poep dus – kan zinken.’

w24 pelagia deel 2 foto 4

Sneller zinken

Stuut vraagt zich verder af of tijdens al dit naar beneden regenen van planktonresten, woestijnstof opnieuw een bijzondere rol speelt. Uit experimenten van collega’s van de universiteit van Bremen blijkt bijvoorbeeld dat restjes organisch materiaal vast kunnen komen te zitten tussen kwartskorrels, en daardoor sneller en beter zinken. ‘Ik ben benieuwd of we dat hier ook aantreffen.’

Brummer en Van der Does hebben inmiddels alle bekertjes voor de diepzeetrechters met gif behandeld. Ze laden deze in een grote draaischijf, die onderin de trechter elke twee weken van beker zal wisselen, zoals een in een revolver. Daarna nemen de technici het over: zij haken de met bekers geladen trechters, die manshoog zijn, aan een vijf kilometer lange staalkabel, verankerd aan de zeebodem.

Volgend jaar keert het schip terug op deze locatie, middenop de Atlantische Oceaan, om de sedimentvallen op te halen. In de tussentijd kan het team aan de slag met de bekers van afgelopen jaar, waarop in ieder geval al te zien is dat er méér spul zinkt na een stofstorm.