Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Oorlog in Irak

Het besluit om een oorlog te steunen neem je niet lichtvaardig. Je weegt de voors en tegens af en besluit er alleen toe als het echt niet anders kan. Zou je denken. Uit onderzoek blijkt wat anders. Mensen laten zich leiden door morele overtuigingen en besluiten zelfs tot dodelijke conflicten als ze nergens toe leiden.

De mens wordt vaak gezien als een rationeel wezen, dat met zijn verstand bepaalt welke beslissingen hij het beste kan nemen. Die zienswijze heeft een lange geschiedenis maar is onjuist, legde filosoof Bas Haring vorig jaar al uit in een interview met Noorderlicht Online: 'Sinds de Verlichting en de opkomst van de wetenschap zijn we steeds meer gaan geloven in onze ratio. Je ziet dat tegenwoordig heel duidelijk in de economie. Als een mens kan kiezen tussen één en twee euro, zal hij altijd kiezen voor twee euro, is het idee. Dat is een van de fundamenten van de economie. Maar het klopt helemaal niet. De mens is juist veel grilliger, ongrijpbaarder en irrationeler dan vaak wordt gedacht.'

Op het gebied van economie begint wel steeds meer het inzicht door te dringen dat de mens vaak meer op zijn gevoel afgaat dan op zijn verstand. Maar veel beleidsmakers en politicologen gaan er nog steeds vanuit dat mensen keuzen vooral met hun verstand nemen. De keuze om een partij te steunen die een gewapend conflict aangaat, bijvoorbeeld de Golfoorlog, is gebaseerd zijn op rationele afwegingen over de voor- en nadelen en de te verwachten uitkomst, is het idee.

Conflicterende uitkomst
Is dat ook zo? Psycholoog Jeremy Ginges en antropoloog Scott Atrannamen de proef op de som en komen tot een tegenovergestelde conclusie: mensen laten zich vooral leiden door morele en religieuze overtuigingen, schrijven ze in Proceedings of the Royal Society B.

De twee experts gingen daarbij niet over één nacht ijs. Ze vroegen mensen uit drie continenten naar hun redenen om partijen te steunen in conflicten en oorlogen. En of het nu ging om joden in de bezette gebieden, Palestijnen in Gaza, studenten op een Amerikaanse campus of inwoners van de Nigeriaanse hoofdstad Lagos, de antwoorden waren opvallend eensluidend: mensen spreken hun steun vooral uit als ze vinden dat het conflict moreel gerechtvaardigd is. 

Morele overtuigingen zijn vaak diep verankerd in de mens. Beslissingen die je op basis daarvan neemt, neem je niet zozeer rationeel maar meer op je gevoel. En dat was precies wat de proefpersonen deden. Ze moesten aangeven hoe groot ze de kans achtten dat het conflict het beoogde doel zou bewerkstelligen. Die inschatting hing op geen enkele manier samen met hun steun. Als ze vonden dat deelname aan het conflict ‘goed’ was, dan steunden ze het, ongeacht hun verwachtingen van de uitkomst. Tenminste, als het conflict gewapend was. Als het om een geweldloze actie, ook al was die illegaal, dan hing de steun juist wel af van de verwachte uitkomst.

Zo volk, zo leider?
De vraag is dan natuurlijk of politieke en militaire leiders op een vergelijkbare manier tot hun beslissingen komen. Daar geeft dit onderzoek geen antwoord op, maar Ginges en Atran hebben wel een idee. Om een goed leider te zijn moet je representatief zijn voor de groep, dus ligt het voor de hand dat ze op ongeveer dezelfde manier redeneren, schrijven ze. Dat is geen geruststellende gedachte, maar het is ook de vraag of het klopt. Ander onderzoek lijkt te suggereren dat presidenten en directeuren juist op een andere manier redeneren.

De resultaten helpen wel verklaren waarom voorstanders van een geweldloos alternatief voor oorlog – (stille) diplomatie bijvoorbeeld – vaak moeite hebben om steun te krijgen door erop te wijzen dat geweld vaak weinig effect heeft, of zelfs contraproductief is. Met argumenten bereik je immers weinig bij iemand die op zijn gevoel afgaat. Het is misschien effectiever om in twijfel te trekken dat geweld überhaupt moreel toelaatbaar is.

Het is in ieder geval duidelijk dat de waarden van de Verlichting nog een lange weg te gaan hebben als het gaat om gewapende conflicten. Hart en onderbuik spelen een hoofdrol. Daar kun je je maar beter goed bewust van zijn, wil je niet voor verrassingen komen te staan.

Jeremy Ginges en Scott Atran, ‘War as a moral imperative (not just practical politics by other means)’, in Proceedings of the Royal Society B, 16 februari 2011.