middeleeuws graf

In de vroege middeleeuwen werden veel graven na de begrafenis opnieuw geopend. Tot nu toe dachten we dat mensen dat deden om er waardevolle spullen uit te stelen, maar onderzoek van archeologe Martine van Haperen suggereert iets heel anders.

Een graf openmaken, het deksel van de kist halen, voorwerpen meenemen en de rest door elkaar gehusseld achterlaten. Nu kunnen we ons dat misschien moeilijk voorstellen, maar in de vroege middeleeuwen was het geen ongebruikelijk fenomeen. Promovenda Martine van Haperen onderzocht in Nederland en België ruim 1.300 graven uit die tijd, waarvan maar liefst 40% bleek te zijn heropend. 

Er bleef van alles liggen

Waarom maakten onze middeleeuwse voorouders zo vaak graven open? Grafroof, is meestal de verklaring: mensen openden de graven op zoek naar grafgiften, de waardevolle spullen die de meeste mensen vroeger meekregen in hun kist. Maar volgens Van Haperen is dat veel te kort door de bocht. De archeologe vergeleek de inhoud van opengebroken en intacte graven, en ontdekte dat degenen die de graven openbraken lang niet alles meenamen.

Vooral vechtwapens, zoals zwaarden en schilden, werden weggehaald, terwijl veel andere spullen – waaronder soms ook sieraden en edelstenen - bleven liggen. Van Haperen: ‘Dat wijst erop dat het vooral ging om de symbolische en niet zozeer om de economische waarde van de voorwerpen. Wat ook opviel, was dat er vooral veel graven van mannen werden opengebroken, veel meer dan die van vrouwen en kinderen.’

Ritueel in plaats van grafroof

De archeologe vermoedt dat het vaak niet om grafroof ging, maar dat het openbreken van graven onderdeel was van een ritueel om de voorouders te eren. ‘Mensen kwamen samen bij het graf om herinneringen op te halen en uit het graf relieken te verzamelen van de overledene, waarmee ze hun eigen afstamming van die persoon konden benadrukken.’ Dat zou ook kunnen verklaren waarom er vooral graven van mannen werden geopend, want de middeleeuwers vonden vooral afstamming via de vader belangrijk.

Van Haperen vergelijkt het met het verzamelen van relieken van heiligen, een fenomeen dat ongeveer in dezelfde periode opkwam. ‘In de vroege middeleeuwen werden regelmatig graven van heiligen geopend om er voorwerpen uit te halen. Mensen bewaarden die spulletjes zorgvuldig, het idee was dan dat je een stukje van een heilige bij je droeg.’

relieken van St Séverin

Graven zijn niet voor de eeuwigheid

En ook vandaag de dag is het heropenen van graven minder ongebruikelijk dan je misschien zou denken. ‘In veel culturen gebeurt iets soortgelijks’, vertelt Van Haperen, ‘bijvoorbeeld in Indonesië, of in Bolivia, waar mensen graven openen om er botten van hun voorouders uit te halen. In die culturen is dat een vorm van voorouderverering. Soms wordt het zelfs gezien als noodzakelijke afronding van de grafriten die de dode een goede reis naar het hiernamaals geven.’

In de Nederlandse cultuur zie je zoiets nog niet zo snel gebeuren, maar Van Haperen wijst erop dat ook hier een graf niet onaantastbaar is. ‘In Nederland laten we graven vaak ruimen, soms al tien jaar na de begrafenis, bijvoorbeeld als de familie geen huur meer wil betalen voor het graf. Ook hier zijn graven dus niet voor de eeuwigheid.’

schedels Bolivia

Zombie-angst

Naast voorouderverering noemt Van Haperen nog andere mogelijke verklaringen voor het massale heropenen van graven in de vroege middeleeuwen. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat rivaliserende groepen of families elkaars graven schonden en er spullen uit haalden om elkaar dwars te zitten. En dan was er nog de angst voor zombies. Van Haperen: ‘Het lijkt erop dat sommige graven werden opengebroken om te voorkomen dat de overledene zou gaan ronddwalen als levende dode. Ik zag bijvoorbeeld graven waarin de schedel op het bekken was gelegd. Volgens historische bronnen deden mensen dat om een ‘onrustig’ graf weer tot rust te brengen.’

Ook kapotte dingen vertellen een verhaal

Overhoop gehaalde graven zijn fascinerend, vindt Van Haperen, en verdienen veel meer aandacht van archeologen. ‘De meeste onderzoekers zijn niet blij met zo’n opengebroken graf: dan doe je zo je best om het netjes op te graven, en blijkt het een zootje te zijn. Maar heropende graven horen bij een heel interessant sociaal proces, waar we nog veel meer onderzoek naar moeten doen.’ Ze pleit er dan ook voor dat voorwerpen die in opengebroken graven zijn gevonden niet zomaar worden gerestaureerd. ‘Ook kapotte dingen vertellen een verhaal, misschien nog wel een interessanter verhaal dan voorwerpen die nog intact zijn.’