Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Bruinvis

Bruinvissen kunnen binnen een uur tijd tot wel 550 kleine vissen vangen en op eten, blijkt uit nieuw onderzoek. Ze doen dit om hun kleine lichamen warm te houden in de koude wateren waarin ze leven.

Om te overleven in de koude zeeën op het noordelijke halfrond moeten de warmbloedige bruinvissen enorm veel eten. Ze eten tot wel tien procent van hun lichaamsgewicht per dag om aan hun energiebehoefte te voldoen. Met een gewicht van twintig á dertig kilogram komt dat neer op 2000 tot 3000 visjes van één gram. Maar hoe ze dat deden, was tot nu toe een mysterie.

Deense onderzoekers hebben nu het antwoord. Ze brachten sensoren aan bij vijf bruinvissen en met deze sensoren kregen ze inzicht in het fenomenale foerageergedrag van de dieren. Ze publiceren hun resultaten vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology.

Jagen met echolocatie

Bruinvissen gebruiken bij hun jacht echolocatie, waarmee ze de omgeving scannen. Dit neemt de meetapparatuur waar als een klikgeluid. Als de bruinvis een prooi waarneemt, verandert het signaal. Ze focussen hun echolocatie op de prooi en zo ontstaat er een zoemend geluid. Deze zoem vangt de meetapparatuur op en is een indicatie voor het aantal prooien dat een bruinvis tegenkomt. Uit de meetresultaten blijkt dat bruinvissen tussen de 1200 en 3400 van deze signalen per dag uitzenden. Gemiddeld komen ze op een dag elke twee minuten een vis tegen, die ze in de meeste gevallen nog vangen ook.

Om te bepalen of de bruinvissen ook succesvol zijn, analyseerden de onderzoekers de metingen nauwkeurig. Als een bruinvis versnelt en een prooi te grazen neemt zijn er daarna geen echo’s van prooien meer te zien. Zijn die echo’s er nog wel dan was de aanval waarschijnlijk geen succes. Het blijkt dat in meer dan negentig procent van de gevallen de bruinvissen succes hebben.

Vooral ’s nachts slaat de bruinvis toe, dankzij zijn echolocatie heeft hij geen licht nodig om te jagen. Kleine vissen die zich overdag tegen de bodem schuilhouden voor vogels en grotere vissen komen ’s nachts van de bodem af om zich te voeden. Sommige bruinvissen vangen dan in één uur tijd tot wel 550 prooien. Dat zijn bijna tien vissen per minuut.

Maaginhoud van bruinvissen

Een geweldige prestatie, onderschrijft ook marien bioloog Mardik Leopold, zelf niet betrokken bij het onderzoek. Hij doet aan de Wageningen Universiteit onderzoek naar de maaginhoud van bruinvissen. ‘We wisten al dat bruinvissen heel veel kleine vissen aten aan de hand van ons maaginhoud-onderzoek.’. In de magen van bruinvissen vond hij enorme hoeveelheden grondels (kleine vissen). ‘Maar hoe die er in kwamen was voor ons tot nu toe een raadsel.’

De maag van de bruinvis is een wonderlijk apparaat. Hierin kunnen ze bijna twee kilogram voedsel opslaan en binnen 140 minuten heeft dit voedsel de gehele spijsvertering doorlopen. Dit maakt het mogelijk om dit bizarre voedingspatroon vol te houden.

Maar waarom zou je als een gek achter al die kleine vissen aanzwemmen als je ook afkan met wat minder grote vissen? Daarop weet Mardik Leopold het antwoord: ‘De zwemsnelheid van vissen is evenredig aan de lengte van vissen, hoe groter de vis hoe sneller deze kan zwemmen. De kleine visjes zijn simpelweg makkelijke prooien voor de bruinvis, wat hem in staat stelt er zoveel te eten’.

Verstoringen van de echolocatie

De Deense onderzoekers benadrukken dat menselijke factoren de bruinvissen kunnen verstoren in hun drukke jachtpatroon. Als er bijvoorbeeld een hogesnelheidsferry langs vaart kan deze de echosignalen van de bruinvis verstoren. Maar Leopold denkt dat dit wel meevalt: ‘Het onderzoek van de Denen toont juist aan de bruinvissen gewoon echt heel goed zijn in het vangen van hun prooien. Als er dan één keer een schip voorbij vaart, halen ze de opgelopen achterstand zo weer in op een ander tijdstip.’

Of het ook echt goed gaat met de bruinvis, komen we deze zomer te weten. Dan is er namelijk weer een bruinvistelling op de Noordzee en komen we te weten of ze er goed voor staan. Mardik Leopold twijfelt er niet aan: volgens hem ziet de toekomst van deze waanzinnige dieren er rooskleurig uit.

Bron: Current Biology
Picture: © Marcus Wernicke, Porpoise.org Porpoise Conservation Society / CC-BY-SA-4.0