Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
schaliegas stop

Schaliegas: moeten we daar nou vóór of tegen zijn? Op het KNAW mini-symposium over Schaliegaswinning in Nederland hoopte ik het wetenschappelijke antwoord te vinden. De conclusie: of je voor of tegen bent, hangt uiteindelijk vooral af van de vraag of je voor of tegen bent...

De gasbel bij Slochteren is bijna leeg en vanaf 2040 voldoet de conventionele gasproductie in Nederland niet meer aan de vraag. Is schaliegaswinning, het halen van moeilijker bereikbaar gas uit diepere bodemlagen, de oplossing? Volgens Rien Herber, hoogleraar geo-energie aan de Rijksuniversiteit Groningen en de eerste spreker op het KNAW mini-symposium van 12 juni, is de schaliegaswinning in Nederland een druppel op de gloeiende plaat als het gaat om onze energievoorziening. Want hoewel er waarschijnlijk een enorme hoeveelheid schaliegas in onze bodem ligt opgeslagen (een schatting is 500.000 miljard kubieke meter, tegenover 3.000 miljard kubieke meter in Slochteren), is slechts een klein deel daarvan winbaar. Hoe groot dat exploitabele deel precies is, is nog niet duidelijk.

Kosten-baten analyse

Er zit dus misschien niet zo heel veel winbaar schaliegas in de Nederlandse bodem, maar alle beetjes helpen, zult u denken. Dan moet er wel een kosten-baten analyse gemaakt worden, vindt Herber. Het winnen van schaliegas is namelijk duur en ingewikkeld. Zo duur zelfs dat in de Verenigde Staten, waar de (regionale) gasprijs enorm is gedaald sinds ze daar begonnen zijn met schaliegaswinning, de kosten op dit moment hoger zijn dan de opbrengsten. Schaliegasexploitanten in de VS zijn dan ook voor een groot deel overgegaan op schalieolie: de (wereldwijde) prijs van olie staat immers nog onverminderd hoog.

Olie uit schalie? Ja, ook dat is mogelijk. Schalie is een fijnkorrelig gesteente, vertelt Stefan Luthi, hoogleraar Productiegeologie en hoofd van de sectie Toegepaste Geologie aan de TU Delft. In dit gesteente kunnen resten van organisch materiaal (met name fytoplankton) terecht zijn gekomen die onder hoge druk en hoge temperaturen diep in de aardkorst omgezet zijn in gas of olie. Dit gas zit verstopt in minuscule gaatjes in het gesteente, zo minuscuul dat sommige gaatjes maar één molecuul gas bevatten. Deze gaatjes moeten door middel van ‘fraccen’ met elkaar in contact komen, zodat het gas weer gaat ‘stromen’ en we het naar boven kunnen halen.

Veilig fraccen

Over dat fraccen is nu veel discussie in Nederland. Onder hoge druk wordt een mengsel van water, zand en chemicaliën in het gesteente gespoten om scheuren te veroorzaken en zo de gaatjes met elkaar in contact te brengen. Er zou een verhoogd risico zijn op aardbevingen, het grondwater kan vervuild raken, het gas zou kunnen ontsnappen en er blijven allerlei chemicaliën achter, zijn vaak gehoorde bezwaren tegen fraccen. René Peters, bij TNO verantwoordelijk voor de ontwikkeling van technologie op het gebied van gasexploratie en –productie, legt uit dat fraccen ook veilig kan.

Zo kun je het grondwater beschermen door de boorpijp te omringen met andere leidingen die naar andere aardlagen gaan. In Nederland is dit de gangbare methode (fraccen wordt al toegepast voor de winning van conventioneel gas). Door fraccen vervolgens niet toe te staan op breuklijnen (zoals op de Peelrandbreuk in het zuidoosten van Nederland) en door de bodemspanning rond een boorput continu te monitoren, kun je het risico op aardbevingen zo klein mogelijk maken, vertelt Peters.

Blijven over de chemicaliën. Deze vormen een half procent van het mengsel dat in het gesteente wordt gespoten en zijn onder meer nodig om de buizen te beschermen tegen roest en om de boorlaag stabiel te houden. Het ‘recept’ wisselt per exploitant maar een lijst van gebruikte chemicaliën is te vinden op FracFocus.org. Een deel van het water met zand en chemicaliën komt terug naar boven en wordt daar als chemisch afval verwerkt, vertelt Peters. Het restant blijft in de boorput, die na enkele jaren van exploitatie kan worden afgesloten met een ‘cementplug’. De exploitant en daarna de staat zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de veiligheid van deze afgesloten boorputten.

CO2 uitstoot

Hoe zit het met de CO2-uitstoot van schaliegaswinning? In Europa is het risico op het ontsnappen van gas nihil, aldus Peters. De verwerking en opslag van water en gas zijn hier goed geregeld zodat er geen methaan (methaan is een sterk broeikasgas) vrijkomt. Wel zit je met de indirecte CO2-uitstoot rond de schaliegaswinning, onder meer van de tankwagens die het benodigde water aanleveren en afvoeren. Peters schat de CO2-uitstoot bij schaliegaswinning zo’n 4 à 5% hoger dan bij conventionele gaswinning.

Schaliegaswinning lijkt dus veilig te kunnen in Nederland, mits je uit de buurt blijft van breuklijnen, het afvalwater netjes verwerkt en de put na gebruik goed afsluit. Maar hoe zit het met de kosten-baten-analyse? Volgens Herber valt die uiteindelijk negatief uit. Eén ‘fracjob’ kost enorm veel water, tankwagens vol. De opbrengst van een schalieput is honderd keer minder dan de opbrengst van een conventionele gasboring. En dan kost het ook nog eens meerdere boorpogingen om de zogenaamde ‘sweet spots’ – de goeie putten – te vinden. De gasprijs moet flink hoog staan, wil je daar je winst uit kunnen halen.

Vooringenomen mening

De hoeveelheid boringen die nodig is voor schaliegaswinning wordt duidelijk op een kaart van het Jonah Field in de Amerikaanse staat Wyoming (zie hieronder). Je vraagt je af of zoveel boringen überhaupt mogelijk zijn in het dichtbevolkte Nederland. Dat deze boorplekken vervolgens binnen tien jaar alweer uitgeput zijn, uiteindelijk slechts in een klein deel van onze gasbehoefte kunnen voorzien en zorgen voor een verhoogde CO2-uitstoot, doen mij neigen naar de conclusie dat schaliegaswinning niet de oplossing is voor het Nederlandse energieprobleem.

Maar mogelijk betekent dat dat ik stiekem toch al tegenstander was, vertelt Linda Steg, hoogleraar Omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij deed onderzoek naar het debat rond kernenergie en concludeerde dat voorstanders geen oog hebben voor de nadelen, en tegenstanders de voordelen niet zien, hoeveel informatie ze ook krijgen. Deze vooringenomenheid bepaalt hoe wij de argumenten voor en tegen beoordelen. Meer kennis over schaliegaswinning leidt dus niet automatisch tot meer draagvlak, stelt Steg.

Boren gaat door

Tja, daar sta je dan met je mening. Gelukkig maakt het uiteindelijk helemaal niet uit wat ik vind, relativeert Stefan Luth. Nederland is een piepklein schaliegaslandje op een aardbol vol met schaliegas. China beschouwt schaliegas als een schoon alternatief voor kolencentrales en gaat sowieso boren. Zo ook Argentinië, Brazilië, Australië en Zuid-Afrika. In Europa zijn onder andere Frankrijk, Groot-Brittanië en Polen aan het ontwikkelen.  Schaliegaswinning gaat door, zegt Luth, wat wij er in Nederland ook van vinden.
 

Zie ook: